‘Rembrandts mensen zitten altijd vol leven’

Rembrandts mensen zitten altijd vol leven, zegt Epco Runia van Het Rembrandthuis. De 24 etsen van de tentoonstelling ‘Rembrandt observeert mensen’ geven een fantastisch beeld van het dagelijks leven in de zeventiende eeuw.

Lees volgende verhaal

Schilderijen van de wereldberoemde schilder uit de Gouden Eeuw kun je in het Rijksmuseum zien, maar dat de man nog zoveel etsen heeft gemaakt, is minder bekend. Het Amsterdamse Museum Het Rembrandthuis laat ze dan ook graag zien en kan daarbij uit een grote eigen collectie putten. Rembrandt heeft 314 verschillende etsen gemaakt, waarvan het museum er 280 bezit. Die etsen zitten in dozen, omdat ze van papier en dus kwetsbaar zijn. “Er kan niet teveel licht bij,” legt Epco Runia uit. Hij is Hoofd Collectie van het Rembrandthuis. “Je kunt ze dus niet altijd aan het publiek tonen. Als een prent drie maanden op zaal heeft gehangen, moet hij weer voor twee jaar de doos in.”

Rembrandt, De pannenkoekenbakster, 1635. Museum het Rembrandthuis.

Rake lijnen

Maar één keer per jaar mogen een aantal prenten hun doos uit. Voor de huidige expositie zijn prenten gekozen die het leven van alledag in de zeventiende eeuw laten zien. Runia: “Het aardige van die etsen is dat het vaak een weerslag is van wat Rembrandt om zich heen zag, in tegenstelling tot de bijbelse of mythologische figuren die je op zijn schilderijen tegenkomt. In zijn etsen zie je veel meer straatfiguren, die Rembrandt met een paar rake lijnen tot leven brengt. Dat doet hij niet alleen in de Nachtwacht en in zijn portretten, maar het zit dus ook in die kleine etsen.”

Rembrandt, De rattengifverkoper (‘De rattenvanger’), 1632. Museum het Rembrandthuis.

Want klein zijn ze, de prentjes die op de tentoonstelling hangen. Groter dan een ansichtkaart zijn ze niet. “Waarom ze zo klein zijn? Kleine schetsen kun je vrij snel maken; ze zijn ook niet zo duur. Rembrandt verkocht ze vaak aan verzamelaars, die ze in schetsboeken opnamen.”

De 24 etsen van de tentoonstelling ‘Rembrandt observeert mensen’ geven een aardig beeld van het dagelijks leven in de zeventiende eeuw. “We hebben een serie ‘straatfiguren’, met onder andere bedelaars en straatmuzikanten. Dat zijn schetsjes tegen een witte achtergrond, waarop één figuur is afgebeeld. Ze zijn zo levendig dat ze je het gevoel geven dat je in de zeventiende eeuw op straat loopt.”

Rembrandt, De kwakzalver, 1635. Museum het Rembrandthuis.

Rembrandt, Bedelaar met een houten been, ca. 1630. Museum het Rembrandthuis.

Zwierend over het ijs

We staan even stil bij De Schaatsenrijder uit 1639. Runia neemt dezelfde pose aan als de man op het prentje die trots over het ijs zwiert. “Het is bij schaatsen altijd lastig om je evenwicht te bewaren,” verduidelijkt hij. “Deze man kan dat héél goed. Zijn hand rust op een pikhaak, die hij op zijn schouders draagt. Met zo’n haak kon je jezelf of anderen uit een wak trekken. Wat opvalt is dat hij zijn handen niet nodig heeft om zijn evenwicht te bewaren. En dat Rembrandt maar een paar kraslijntjes nodig heeft om die balans weer te geven. Je ziet meteen: dit is een goede schaatser; die man kon er wat van. Iemand met een paar lijntjes tot leven wekken, dat kon Rembrandt beter dan wie ook.”

Het Hoofd Collectie steekt de zaal over en wandelt naar een prentje dat een oude man laat zien die bijna in zijn enorme baard verdwijnt. “Die man was één van Rembrandts modellen. Het is een mooie, oude kop die Rembrandt voor ons tevoorschijn tovert Rembrandt door met licht en schaduw te spelen. Dat soort koppen, en dat laten we ook op de tentoonstelling zien, zie je ook in zijn schilderijen terugkeren.”

Rembrandt, Oude man met baard en witte mouw, ca. 1630. Museum het Rembrandthuis.

Runia wijst op een reproductie van een schilderij van Jeremia uit 1630, dat in het Rijksmuseum hangt. “Het is bijzonder dat je dezelfde kop uit die prent terug ziet komen in het schilderij, maar dan als een Bijbels figuur.”

De tentoonstelling ‘Rembrandt observeert mensen’ bestaat uit twee delen. De eerste 24 etsen zijn tot 24 mei te zien, het tweede deel  begint 2 juni tot en eindigt 2 september. Zie ook: www.rembrandthuis.nl.

Auteur: Arnoud van Soest

Rembrandt woonde en werkte van 1639 tot 1658 in het huidige Museum Het Rembrandthuis. Het was zijn glorietijd. In die periode maakte hij bijvoorbeeld de Nachtwacht. Het museum toont niet alleen drie van zijn schilderijen, maar laat ook zien hoe Rembrandt leefde.  Zo is zijn keuken nagebouwd op basis van een inventarislijst uit ’s mans nalatenschap. Daarnaast worden in het veel verdiepingen tellende museum elke dag twee – doorlopende – demonstraties gegeven: hoe Rembrandt zijn verf bereidde en hoe hij zijn etsen maakte. Iemand die daar veel vanaf weet is Eric Armitage. “De meeste mensen kennen Rembrandt als schilder, maar niet iedereen weet dat hij ook etsen heeft gemaakt. Vervolgens leg ik uit hoe je dat doet: dat je eerst een waslaag op koper aanbrengt. Daar teken je in en vervolgens gaat dat in een zuurbad. En dan begint het wonder…”

Written by:

Other posts by

Oneindig Noord-Holland maakt verborgen verhalen zichtbaar samen met:

Bekijk het gehele partneroverzicht