Rederij Zur Mühlen & Co.

De rederij Zur Mühlen & Co. was actief op de wateren in en rond Noord-Holland tussen 1854 en 1920. Het bedrijf vervoerde passagiers en vracht, maar was met name sterk als sleepvaartbedrijf en bij het bergingswerk op zee.

In 1832 startte Joan Thomas Zur Mühlen een trekschuitdienst tussen Amsterdam en Nieuwediep (Den Helder) over het pas geopende Noordhollandsch Kanaal. In 1852 verkreeg hij de concessie voor de post- en personendienst op Texel, samen met zijn compagnon Edward Taylor. Twee jaar later werd de Maatschappij Zur Mühlen & Co. opgericht.In 1856 werd de dienst op Texel al weer afgestoten en in 1859 opende Zur Mühlen een tweede dienst tussen de hoofdstad en Den Helder, doch ditmaal “buitenom”: over de Zuiderzee. Daarnaast bracht de rederij een schelpenzuiger in de vaart, die ook wel eens wat bergingswerk deed. In 1883 werd de vergunning verkregen voor het openen van de postdienst Harlingen-Vlieland-Terschelling onder de naam Stoomboot-Reederij ‘Terschelling’. Deze dienst werd uitgevoerd met de zeesleper “Adsistent”, die voor de ruwe zee minder geschikt was gebleken.

De raderstoomsleepboot Simson van Rederij Zur Mühlen en Co

Bron: Het Scheepvaartmuseum, collectie Maritiem Digitaal

De raderstoomsleepboot Simson van Rederij Zur Mühlen en CoDe raderstoomsleepboot Simson van Rederij Zur Mühlen en Co

Personenvervoer in Amsterdam

In 1879 startte de rederij een dienst voor stadsvervoer te water in Amsterdam onder de naam ”Haven-Stoombootdienst”. Eerst werd een geregelde dienst onderhouden tussen de Montelbaanstoren en de Rietlanden, maar later kwamen daar nog andere lijnen bij. In 1883 werd met 26 scheepjes gevaren op 8 lijnen, met op enkele daarvan meerdere afvaarten per uur. De Haven-Stoombootdienst kreeg hierna snel concurrentie van paardentrams en van de veerponten die het gemeentebestuur in de vaart bracht. In 1890 was het aantal lijnen geslonken tot drie en had het vervoer een hoofdzakelijk toeristisch karakter gekregen.

Zeeslepers

Vanaf 1894 liet de reder een paar grote, krachtige zeeslepers bouwen, waarmee het bedrijf zeer succesvol was. Het stoomschip “Titan” was de eerste ervan, met een motorvermogen van 1000 pk en een actieradius van meer dan 7000 km. Zij werd meest ingezet op de wateren rond noordwest Europa, maar opereerde ook tot aan de Verenigde Staten en Nederlands Indië.Begin twintigste eeuw ondervond het bedrijf sterke concurrentie bij het personenvervoer en de dienst op Terschelling moest worden gestaakt. Zur Mühlen bleef echter toonaangevend in het sleep- en bergingswerk, met parate schepen in Amsterdam, IJmuiden en Den Helder. In 1913 mochten de sleepboten het 14.000 ton wegende Gouvernementsdok naar Soerabaja brengen.Ondergang

Twee salonschepen van Rederij Zur Mühlen en Co. in een droogdok in de haven van Amsterdam.

Bron: Het Scheepvaartmuseum, collectie Maritiem Digitaal

Twee salonschepen van Rederij Zur Mühlen en Co. in een droogdok in de haven van Amsterdam.Twee salonschepen van Rederij Zur Mühlen en Co. in een droogdok in de haven van Amsterdam.

Ondergang

Tijdens de Eerste Wereldoorlog raakte het bedrijf in de problemen. Daarbij speelde de duikbootoorlog mogelijk een rol, maar zeker ook de rantsoenering van steenkool vanaf 1916. De stoere Titan werd zelfs omgebouwd tot vissersschip. In 1918 en 1919 werden diverse bezittingen van de hand gedaan en begin 1920 werd het bedrijf geliquideerd. De grote zeeslepers gingen meest naar Nederlandse concurrenten zoals Wijsmuller in IJmuiden, die de Titan omdoopte in “Drente”. Wat resteerde van de Haven-Stoombootdienst werd door Rederij Verschure overgenomen.

Bronnen:

– Brouwer, P., Kesteren, G. van, m.m.v. Wiersma, A., 2008, Berigt aan de heeren reizigers; 400 jaar openbaar vervoer in Nederland, Den Haag SDU Uitgevers.
Archief Scheepvaartmuseum.

Publicatiedatum: 03/02/2015

Aanvullingen

Vul deze informatie aan of geef een reactie.

Plaats een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Vereiste velden zijn gemarkeerd met *. Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.