Prijsvragen van wetenschappelijke genootschappen

In het verleden werden prijsvragen ingezet om mensen te stimuleren zich aan de wetenschap te wijden. Niet alleen in de Nederlanden maar in heel Europa. En zowel hier als in heel Europa waren deze prijsvragen razend populair in de hele achttiende eeuw. Meestal kon iedereen, waar ook in Europa, aan deze prijsvragen meedoen. Via de prijsvragen van genootschappen zijn in veel Europese landen wetenschappelijke publicaties tot stand gekomen.

De schatrijke Haarlemmer Pieter Teyler (1702-1778) was een kind van zijn tijd. Hij wilde kunsten en wetenschappen een impuls geven met een jaarlijkse prijsvraag. Dat had hij in zijn testament bepaald. Daarin stond ook hoe de antwoorden – vaak dikke geschriften – moesten worden beoordeeld. Dat gebeurde in een gemeenschappelijke vergadering van Directeuren van Teylers Stichting en de leden van de beide Teyler Genootschappen. Na verloop van tijd gaf het advies van de opsteller van de prijsvraag de doorslag.

Prijsvraagprogramma van Teylers Tweede Genootschap (1780).

Beeld: collectie Teylers Museum.

Prijsvraagprogramma van Teylers Tweede Genootschap (1780).Prijsvraagprogramma van Teylers Tweede Genootschap (1780).

Procedure en beloning

Tijdens de vergadering werd ook de inhoud van de nieuwe prijsvraag vastgesteld. Deze werd gepubliceerd in de Haerlemsche Courant en in speciale programma’s voor binnen- en buitenlandse tijdschriftredacties. De inzendingen moesten geschreven zijn in het Latijn, Nederlands of Frans – na 1796 ook Engels of Duits – en ondertekend met een spreuk. Op een verzegeld briefje moest de naam van de auteur staan met diezelfde spreuk. De namen van de prijswinnaars en hun inzendingen werden gepubliceerd in de Verhandelingen van de Genootschappen. De prijswinnaars kregen bovendien een gouden of zilveren medaille of een forse som geld. De andere inzendingen werden anoniem gearchiveerd, en de verzegelde enveloppen ongeopend verbrand. We weten dus niet hoeveel (internationale) beroemdheden buiten de prijzen zijn gevallen.

Prijsvragen en genootschappen uit de mode

In de negentiende eeuw was de prijsvraag nog wel even populair, maar in het tweede kwart van de eeuw niet meer. Ook de genootschappen zelf raakten uit de mode. De wetenschap specialiseerde zich in een snel tempo en werd steeds vaker op universiteiten beoefend.

Prijspenning van Teylers Godgeleerd Genootschap te Haarlem, door Johann Georg Holtzhey.

In 1784 uitgereikt aan W.L. Brown, goud (voorzijde). Beeld: collectie Teylers Museum.

Prijspenning van Teylers Godgeleerd Genootschap te Haarlem, door Johann Georg Holtzhey.Prijspenning van Teylers Godgeleerd Genootschap te Haarlem, door Johann Georg Holtzhey.

Publicatiedatum: 08/06/2011

Aanvullingen

Vul deze informatie aan of geef een reactie.

Plaats een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Vereiste velden zijn gemarkeerd met *. Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.