Tempel der kunst: de Houten Kast aan het Leidseplein

Op 15 september 1774 werd de oude Stadsschouwburg van Amsterdam geopend: een houten tempel aan het Leidseplein. Meer dan honderd jaar zou het gebouw vermaak bieden, tot het in 1890 afbrandde. Fragmenten van de gevel zijn bewaard gebleven in de collectie van het Amsterdam Museum.

‘Heden is de Nieuwe Amsterdamsche Schouwburg voor de Wel-Ed. Agtbaare Heeren der Regeering en andere aanzienlyke Persoonen geopend, met een inwying van den Schouwburg vercierd met Zang en Dans &c.’ schreef de Leydse Courant op 16 september 1774. ‘Dit nieuwe Gebouw (…) is (…) met zoo veel Pragt en Kunst vervaardigd, dat het de goedkeuring van alle Beschouweren verdiend.’

H.P. Schouten, Leidseplein met gezicht door de Leidsepoort in de Leidsestraat, 1779. Links de houten schouwburg. Collectie Atlas Splitgerber, Stadsarchief Amsterdam.

Houten Kast

Nadat de zeventiende-eeuwse Schouwburg aan de Keizersgracht in 1772 door brand werd verwoest, besloot de Amsterdamse vroedschap dat er een nieuwe schouwburg moest komen, en snel ook. Hiervoor werd een terrein naast de Leidsepoort aan de rand van de stad aangewezen, bestemd voor het parkeren van karren met vracht. Het ontwerp voor de nieuwe schouwburg kwam van stadsbouwmeester Jacob Eduard de Witte (1738-1809), het beeldhouwwerk zou vervaardigd worden door stadsbeeldhouwer Anthony Ziesenis (1731-1801).

Op 17 mei 1773 werd de eerste steen gelegd voor het nieuwe gebouw. Veel stenen zouden er verder niet aan te pas komen, want afgezien van de voetmuur werd de rest van de schouwburg uit financiële overwegingen uit hout opgetrokken. De muren werden geïsoleerd met zaagsel. In de volksmond kreeg het gebouw al gauw de bijnaam ‘de Houten Kast’. Omdat men ook wel inzag dat dit nogal wat brandgevaar opleverde, werd de schouwburg tussen 1872 en 1874 voorzien van een stenen ommanteling.

De oude houten Schouwburg op het Leidseplein vóór de uitbreiding van 1872-1874. Collectie Stadsarchief Amsterdam.

Brokstukken

Fragmenten van de oude houten voor- en zijgevels, die door de stenen ommanteling niet meer te zien zou zijn, werden door de schouwburg overgedragen aan de Gemeente Amsterdam. Deze gaf de fragmenten in 1894 in bruikleen aan het Rijksmuseum, dat net verhuisd was naar het nieuwe gebouw aan het Museumplein. Ergens in de jaren dertig zijn de houten fragmenten terechtgekomen in de tuin van het Stedelijk Museum, die destijds als opslag gebruikt werd. Weer en wind deed de fragmenten weinig goed; na de oorlog verkeerden ze in zeer slechte staat. Het is veelzeggend dat de fragmenten, toen ze in 1960 in bruikleen werden gegeven aan het Toneelmuseum, uiteindelijk op de zolder van het instituut belandden.

Houten gevelornamenten van de schouwburg in het Collectiecentrum van het Amsterdam Museum. Foto door Sarah Remmerts de Vries.

Gevelkunst

Sinds 2003 heeft het Amsterdam Museum de houten schouwburgdelen in beheer. De collectie bestaat in totaal uit 48 fragmenten, waarvan achttien van het timpaan uit de voorgevel, twaalf van de beeldengroepen uit de zijgevels en zestien ondetermineerbare fragmenten. Bij onderzoek naar de fragmenten kwamen er ook ineens twee delen van een oude houten (trap)leuning naar boven.

In de fragmenten uit het timpaan zijn onder meer een guirlande en enkele lichaamsdelen van putti te ontwaren. Tezamen vormden zij een voorstelling van een medaillon met in reliëf het hoofd van Apollo, de Griekse god van de muziek. Het medaillon werd omringd door zes putti met verschillende attributen (onder andere een lier, een boek en een masker) die aan het toneelspel refereerden. De bouwtekeningen van De Witte uit 1774 tonen hoe het timpaan eruit moet hebben gezien.

Jacob Eduard de Witte, Ontwerp voor de voorgevel van de Amsterdamse Schouwburg (detail), 1774. Collectie Stadsarchief Amsterdam.

Brand in de schouwburg

De stenen ommanteling bleek niet zaligmakend. In nacht van woensdag 19 op donderdag 20 februari 1890 werd alarm geslagen: de schouwburg stond in brand. De boosdoener was waarschijnlijk vuurwerk, dat de avond ervoor ter gelegenheid van de verjaardag van koning Willem III was afgestoken. Alle kostuums en decors waren in vlammen opgegaan, de kat van de portier was verschroeid teruggevonden.

Na de brand van 1890 verrees de Stadsschouwburg zoals we die tegenwoordig kennen aan het Leidseplein. Het gebouw werd op 1 september 1894 feestelijk geopend en doet tot op de dag van vandaag dienst als kloppend hart van het Amsterdamse theaterleven.

J.M.A. Rieke, De schouwburg tijdens de brand in de nacht van 19 op 20 februari 1890. Collectie Atlas Dreesmann, Stadsarchief Amsterdam.

Dit verhaal is een verbeterde versie van een eerder gepubliceerd artikel op de website van het Amsterdam Museum. Het onderzoek naar de houten schouwburgfragmenten is eerder uitgebreid uiteengezet in maandblad Amstelodamum.

Tekst: Sarah Remmerts de Vries