Piccolo Perikelen

Vanaf de jaren zestig werd het steeds minder vanzelfsprekend dat vrouwen voor de kinderen zorgden en het huishouden deden. Ze wilden tijd voor zichzelf en er kwamen meer werkende moeders. In deze tijd kwam het fenomeen peuterspeelzaal op. Het aantal steeg van ongeveer 100 in 1968 naar bijna 3.000 in 1980. In 1977 werd de derde peuterspeelzaal van Alkmaar opgericht in nieuwbouwwijk Bergermeer: de ‘Piccolo’. Dit ging met de nodigde problemen gepaard.

Emancipatie

Het enthousiasme voor een peuterspeelzaal was groot: in juni 1976 nam wijkvereniging Bergermeer een enquête af waaruit bleek dat 77 procent van de gezinnen met kinderen onder de 4 jaar het voornemen had gebruik te maken van een peuterspeelzaal. De grote belangstelling was opmerkelijk. In die tijd was het nog niet gangbaar om kinderen naar een opvang te brengen. Tegenstanders beweerden zelfs dat opvang buiten het gezin schadelijk was voor de ontwikkeling van het kind. Maar de meeste vrouwen wilden zichzelf ontplooien en hadden die vrije uurtjes nodig.

Logo van peuterspeelzaal Piccolo eind jaren ’70.

Bron: wijkkrant ‘Berichten uit de Bergermeer’ (1978).

Logo van peuterspeelzaal Piccolo eind jaren '70.Logo van peuterspeelzaal Piccolo eind jaren ’70.

Aanstelling van een hoofdleidster

Joks van Veen was één van de belangstellenden die wilde helpen met de realisatie. Ze had twee jaar ervaring als hoofdleidster in Den Helder en was hierom een welkome kracht. Er bestonden nog geen opleidingen voor peuterleidsters, dus het was lastig geschikte mensen te vinden. Vrij snel besloot men dat zij hoofdleidster zou worden van de nieuwe peuterspeelzaal ‘Piccolo’. Joks zou een onderkomen krijgen in het buurthuis, maar zolang dat er nog niet was kreeg ze tijdelijk onderdak in een hoeklokaal van lagere school De Ark.

Opening Piccolo

Op woensdag 2 februari 1977 was het zover. Na vier maanden voorbereiding gingen de deuren van de Piccolo open voor drie ochtenden in de week. Veel speelgoed was er niet. Joks had liever weinig duur speelgoed van goede kwaliteit dan genoeg goedkoop speelgoed dat snel stuk ging. Zo liet ze haar man na zijn bezoek aan de VS een vliegtuigje van Fisher-Price meenemen, dat toen nog niet in Nederland te koop was. In dertig jaar heeft het honderden kinderhanden overleefd.

Om overzichtelijk te maken welk kind op welke dag aanwezig was, kreeg elke peuter een eigen ‘brunakopje’ aan de muur gehangen. Geel voor meiden en blauw voor jongens. Oudere kinderen waren te herkennen aan de verbleekte kopjes.

Uit: Joks van Veen, Fluiten in de Bergermeer.

Om overzichtelijk te maken welk kind op welke dag aanwezig was, kreeg elke peuter een eigen ‘brunakopje’ aan de muur gehangen. Geel voor meiden en blauw voor jongens. Oudere kinderen waren te herkennen aan de verbleekte kopjes.Om overzichtelijk te maken welk kind op welke dag aanwezig was, kreeg elke peuter een eigen ‘brunakopje’ aan de muur gehangen. Geel voor meiden en blauw voor jongens. Oudere kinderen waren te herkennen aan de verbleekte kopjes.

Van De Ark naar een noodlokaal

De peuters speelden ook veel buiten. Helaas was het schoolplein van De Ark daar niet geschikt voor vanwege onvoldoende omheining, aanwezigheid van prikkeldraad en geluidsoverlast voor de nabijgelegen klassen. Maar dit was nog overkombaar. Lastiger werd het toen De Ark groeide en Piccolo haar lokaal moest afstaan. In augustus 1979 verhuisde Piccolo naar een noodlokaal bij de Nicolaas Beetsschool.

Poseren in de deuropening van het noodlokaal bij de Nicolaas Beetsschool. Om kruipen onder het lokaal tegen te gaan waren er stenen neergelegd.

Uit: Joks van Veen, Fluiten in de Bergermeer.

Poseren in de deuropening van het noodlokaal bij de Nicolaas Beetsschool. Om kruipen onder het lokaal tegen te gaan waren er stenen neergelegd.Poseren in de deuropening van het noodlokaal bij de Nicolaas Beetsschool. Om kruipen onder het lokaal tegen te gaan waren er stenen neergelegd.

Slechte omstandigheden

In het noodlokaal waren de omstandigheden niet veel beter. De kleintjes konden onder het lokaal kruipen en een stuk hek dat kapot was werd maar niet door de gemeente gemaakt. Binnen was het ook behelpen. Er was geen warm water en de kachels begaven het keer op keer. En dat tijdens de strenge winter van 1979! Ook  kon er makkelijk in het lokaal worden ingebroken. Meerdere keren waren personen via een vloerluik naar binnen gegaan. De ene ochtend werden de leidsters verrast met afwasmiddel over het hele interieur, de andere keer op de overblijfselen van een romantisch weekendje dat een stelletje daar had doorgebracht.

Het interieur van het noodlokaal. De boxhekjes die de kinderen van de hete kachels vandaan moesten houden zijn goed te zien.

Uit: Joks van Veen, Fluiten in de Bergermeer.

Het interieur van het noodlokaal. De boxhekjes die de kinderen van de hete kachels vandaan moesten houden zijn goed te zien.Het interieur van het noodlokaal. De boxhekjes die de kinderen van de hete kachels vandaan moesten houden zijn goed te zien.

Wachtlijst Piccolo groeit

Het verlangen naar een definitieve eigen plek groeide. Maar van een buurthuis was nog lang geen sprake. In de wijk was onenigheid ontstaan tussen voorstanders van een buurtgebouw en tegenstanders van de plannen. De komst werd hierdoor alleen maar uitgesteld terwijl de wachtlijst voor de Piccolo bleef groeien. Zelfs een capaciteitsverhoging naar zes dagdelen per week hielp daar niet tegen.

PSZ Piccolo: permanent tijdelijk

De leidsters probeerden zo goed en zo kwaad als het ging de kwaliteit te waarborgen. Voor de hete kachels werden hekjes van oude boxen geplaatst en over het kapotte buitenhek werd een gordijn gehangen. De kinderen merkten weinig van de zorgen. Voor hen was het spelen met Lonneke de Wit en Hansje Vermeulen in de poppenhoek of het fietsen door het lokaal een vanzelfsprekendheid. Het buurthuis is er nooit gekomen. En tot op de dag van vandaag heeft peuterspeelzaal de Piccolo een onderkomen dat officieel tijdelijk is.

Auteur: Emmie Snijders

Publicatiedatum: 03/05/2011