Pastoor van Corneliuskerk door SD ondervraagd

Tijdens de Tweede Wereldoorlog was in Castricum een bioscoopje waar films werden gedraaid. Op een zaterdag in mei 1943 gingen een stuk of tien jongens uit Limmen daar naar de film ‘Tot weerziens Francisca’. Tot grote verontwaardiging van de jongens bleek het vooral een propagandafilm voor de Duitse oorlogsvoering te zijn.

Met veel lawaai verlieten de jongens de zaal. Pastoor Van Leeuwen van de Corneliuskerk kwam in actie.

Theater Corso in Castricum in 1940.

De bioscoop waar de bewuste film werd gedraaid bestaat nog steeds. Beeld: Stichting Werkgroep Oud-Castricum, foto: Loek Zonneveld.

Preek

Pastoor Van Leeuwen hoorde van het voorval en protesteerde in zijn preek tegen propagandafilms. Hij maakte de jongens duidelijk dat ze er niet meer naar toe moesten gaan om rellen te voorkomen. Kapelaan Melman, de geestelijke onder de pastoor, deed in een andere mis hetzelfde. Een paar dagen later werden pastoor en kapelaan opgeroepen om te verschijnen op het bureau van de Sicherheitsdienst (SD) in de Euterpestraat in Amsterdam.

Ambtsportret van pastoor Van Leeuwen.

Ambtsportret van pastoor Van Leeuwen. Vervaardiger: C.J. de Rooij.

Ondervraagd door de SD

In de Euterpestraat stond het hoofdkwartier van de Nederlandse afdeling van de SD. Het was berucht omdat daar op ‘beestachtige wijze’ mensen zouden worden verhoord. De priesters waren gespannen. Toen beide heren het gebouw binnenstapten, werden ze onder het felle licht van lampen gezet. Woedend vroeg een officier “Mijnheer, heeft u tegen Duitse films gepreekt? Hebt u de beschuldiging nog op papier staan?”

Waarop de pastoor antwoordde: “Mijnheer, ik ben de tijd allang voorbij dat ik wat op papier schreef. Ik praat maar wat met mijn mensen.” “Maar het ging toch over Duitse films?” “Och”, antwoordde hij, “dat weet ik niet. Ik ben maar een doodgewone dorpspastoor en ken geen films. Onze ontspanning is het leggen van een kaartje. Maar ik moet de mensen rustig houden en daarom heb ik er wat van gezegd.” Zij kwamen met de pastoor niet veel verder en daarom werd de kapelaan meer aan de tand gevoeld. Maar hij zaaide expres verwarring door steeds te roepen: “Ich spreche kein Deutsch”, en net te doen of hij van de ondervraging niets kon volgen.

Sicherheitsdienst-gebouw Euterpestraat (tegenwoordig Gerrit van der Veenstraat) in Amsterdam Zuid. Beeld: NIOD

Tweede verhoor

Voorlopig werden de heren naar huis gestuurd. Er zou nog een verder onderzoek komen. Dat onderzoek is er gekomen, maar de in Limmen gelegerde Duitse soldaten hielden de pastoor en de kapelaan de hand boven het hoofd. Zij waren tijdens hun verblijf gesteld geraakt op het dorp en de bewoners. Toch kwam er een tweede verhoor waarbij de priesters door de ‘beul uit de Euterpestraat’ urenlang werden uitgekafferd en een stuk moesten tekenen waarbij ze beloofden dergelijke dingen niet meer te doen. Toen de pastoor en de kapelaan thuis kwamen stond de huiskamer vol bloemen en levensmiddelen. Het dorp wilde steun betuigen en was opgelucht over deze afloop.

 

Publicatiedatum: 02/06/2011

Aanvullingen

Vul deze informatie aan of geef een reactie.

Plaats een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Vereiste velden zijn gemarkeerd met *. Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.