Paardenburg: rustpunt voor man en paard

Waarom de buurt aan de Amstelzijde een beschermd dorpsgezicht is, zie je meteen. Van alles herinnert aan de jaren dat scheepsjagers hier passeerden met hun trekschuiten. Dit (Amstelveense) deel van Ouderkerk was een knooppunt van vaarroutes. In Paardenburg en iets verderop in De Rustende Jager (nu: Jagershuis) konden viervoeters, bemanning en passagiers op krachten komen.

De 17e eeuw was de periode van de trekvaart. Daarop inspelend werd op de plek van een hofstede in 1702 de herberg Paardenburg gebouwd. Het gebouw kreeg een lange gevel met een laag dak dat eindigt in topgevels. Dat het metselwerk rood kleurde, was te danken aan een pigment dat dodekop heet. Het pigment werd namelijk verhandeld in ballen die aan doodshoofden deden denken. De herberg had in 1801 een stalling voor maar liefst 18 paarden. Ook was er een royale kolfbaan te vinden. Kolven was al in de middeleeuwen een geliefde sport.

Levendigheid op Amstelzijde

Levendigheid op Amstelzijde Op Amstelzijde rijgen de uitspanningen zich aaneen. Dat is al tijden zo. Paardenburg is sinds 1702 een herberg. Foto: Piet de Boer.

Stoomboten

Vrijwel voor Paardenburg lag de (lange) brug over de Amstel. Met al het scheepvaart- en wegverkeer was het hier een drukte van belang. Vergeet niet dat hier ook stoomboten aanmeerden die regelmatige diensten onderhielden naar Amsterdam en Uithoorn. Met die boten kwamen dagjesmensen mee. Een exploitant van Paardenburg prees in zijn reclames een boottocht naar het lief’lijk gelegen dorp Ouderkerk aan als ‘een der aangenaamste uitstapjes in de omgeving van de hoofdstad’.

Publicatiedatum: 02/04/2012