Ongelofelijk dat in Bergen zoveel hetzelfde bleef

Vanaf mijn tienerjaren heb ik gezegd dat ik ooit in Bergen wilde wonen. En als je dat maar vaak genoeg blijft zeggen, dan lukt het op een mooie dag. Al kwam die dag pas na mijn zestigste ...

Stationsstraat in Bergen

Stationsstraat in Bergen. Inventarisnummer: NL-HlmNHA_55018984. Beeld: Noord-Hollands Archief, Collectie Braakman

Mijn dorp, Bergen

Vanaf mijn tienerjaren heb ik gezegd dat ik ooit in Bergen wilde wonen. En als je dat maar vaak genoeg blijft zeggen, dan lukt het op een mooie dag. Al kwam die dag pas na mijn zestigste …

Vooropgesteld, mijn stad is Amsterdam, mijn prachtige Amsterdam, mijn geboortestad. Maar Amsterdam mag dan mijn stad zijn, Bergen is mijn dorp! Een mooier dorp bestaat er niet, want waar vind je een dorp met zo veel pluspunten? Allereerst het dorp zelf met de Ruïnekerk, de Hertenkamp, de huizen en oude bomen die het zo’n eigen gezicht geven. Maar Bergen heeft meer dan dat; Bergen heeft bossen, Bergen heeft duinen en Bergen heeft de Noordzee, met een boulevard die nergens doet denken aan de boulevards van Zandvoort of Scheveningen.

Sprookjesachtig mooi

Het allermooiste is dat het Bergen van mijn jeugd nergens essentieel veranderde. Al kun je niet meer met Bello naar zee, al ziet het plein waar Bello vertrok er anders uit en al komen er via dat plein wel erg veel auto’s het dorp binnen rijden. De Rustende Jager bestaat niet meer, maar de Pilaren en het Parkhotel staan er nog in volle glorie. De aardewerkwinkel van de familie Hopman verdween en ook de winkels aan de Stationsstraat kregen een andere bestemming. Maar ook daar werd niet aan de gevels geknoeid. Huize Ajax aan de Dr. van Peltlaan, waar mijn tante woonde staat er nog en het Merelhofje, waar we op theevisite gingen met diezelfde tante, ziet er nog net zo uit als vroeger: sprookjesachtig mooi, vooral op Lichtjesavond.

Nog altijd zo

Mijn tante Em, die ook van Amsterdam naar Bergen verhuisde, woonde op de Berkenlaan en als ik daar nu naar haar bovenwoning kijk, zie ik haar in gedachten voor het raam zitten zwaaien: “Dag kind, daaag!” Nog altijd kun je op twee manieren naar zee fietsen, langs de Eeuwige Laan, of door de duinen en dat blijven tochtjes van ongekende schoonheid. Waar we met onze zoontjes gingen midgetgolfen, doen we dat nu met de kleinkinderen en nergens anders zag ik zo’n schilderachtig golfbaantje.

Zeg nou zelf, het is toch ongelofelijk dat in Bergen zoveel hetzelfde bleef in een tijd waarin overal zoveel moois wordt afgebroken. Het Openluchttheater verdween, maar Duinvermaak staat fier rechtop en al is de speeltuin met die lachspiegels, het doolhof en de familieschommel gesloopt, mijn kleinkinderen glijden nu aan de andere kant vrolijk van de glijbaan terwijl Oma van haar cappuccino geniet.

Kunstzinnig

Vanaf de eerste naoorlogse jaren trok ons gezin zomers naar Bergen, waar we ons vermaakten aan het strand en ’s avonds tennisten op het schoolplein van de van Rheenenschool, die er ook nog altijd mooi staat te zijn. Na vier weken keerden we donkerbruin verkleurd terug naar Amsterdam, verlangend naar een volgende keer. Ook toen ademde Bergen een kunstzinnige sfeer en woonden er veel kunstenaars. Ooit zei de dichter Adriaan Roland Holst tegen mijn ouders dat hij mij wel zou willen schilderen, een feit dat mijn vader regelmatig trots aanhaalde. Of Roland Holst kon schilderen weet ik niet, misschien was het zo maar een opmerking over een lief uitziend kind.

Bergen, wat houd ik van je: Amsterdam was mijn eerste liefde en zal dat altijd blijven, maar jij was met voorsprong mijn tweede en ook die liefde zal nooit vergaan!

Auteur: Emma Albers-Gobes

Publicatiedatum: 22/12/2010