De Visbuurt in Den Helder: een sigaar aansteken met 25 gulden?

Henry Ottevanger, het hoofd van de beheersgroep Willemsoord, is geboren in de Visstraat in de gelijknamige buurt, maar woont nu met andere Visbuurters aan de rand van Nieuw Den Helder.

De Visbuurt in Den Helder omstreeks 1982De Visbuurt in Den Helder omstreeks 1982

Henry Ottevanger

Henry Ottevanger, het hoofd van de beheersgroep Willemsoord, is geboren in de Visstraat in de gelijknamige buurt, maar woont nu met andere Visbuurters aan de rand van Nieuw Den Helder. “Ik ben een geboren en getogen Visbuurter, een echte Pilo-er. Pilo, dat is oorspronkelijk de scheldnaam van de Visbuurters. Een scheldnaam die met trots gedragen wordt, omdat er niet meer zoveel Pilo-ers zijn. Pilo komt van pillauw-stof, wat de ouwe visserlui vroeger droegen in deze wijk als werkkleding.”

Speelterrein voor de jeugd

“De mensen die vroeger in de Pilo woonden, waren vreselijk op zichzelf aangewezen.” Herinnert Henry zich. “Ze moesten vechten voor hun bestaan, maar waren ook niet echt makkelijke mensen. Tijdens mijn jeugd speelde ik continu op straat, andere dingen waren er niet. De stegen vormden een prachtig speelattribuut, net als de gebombardeerde huizen uit de Tweede Wereldoorlog. Daar stond water tussen, het was een uniek speelterrein voor de jeugd toentertijd. Vooral in de Visstraat was van alles te beleven. Daar had je rokerijen, zuurinleggerijen en dat soort zaken. Als je een zure bom wilde halen voor vijf cent, ging je naar de zuurinleggerij van Hein Pik. Oorspronkelijk heette hij De Vries, maar wij noemden hem Pik. Achterin de straat kon je ook gratis gerookte sardientjes halen, die kreeg je gewoon.”

De Visbuurt in Den Helder

De Visbuurt in Den Helder. Beeld: Piet de Vries via Stichting Stelling Den Helder

Radio bij storm

“De sociale verbondenheid was vroeger in de Visbuurt groter dan tegenwoordig. Je leefde mee met wat er op zee gebeurde. Als het stormde, zat de hele familie aan de radio gekluisterd om naar de visserijband te luisteren: hoe ging het? Hoe leefden ze aan boord? Ging het daar goed? Sommige visserslui gingen op een gegeven moment zo gigantisch veel geld verdienen, dat ze wegtrokken uit de wijk. Ze gingen naar de Vogelwijk en uiteindelijk, omdat ze zoveel geld verdienden, naar de zogenaamde Goudkust, dat was de Noordzeestraat. Mijn vader vertelde me dat ze daar een sigaar aanstaken met een briefje van 25 gulden.”

Katje uitbetalen

Tenslotte vertelt Henry: “Ik weet van twee broers, waarvan één op de visserij zat en één op de Rijkswerf studeerde. Diegene die op de visserij zat, liet aan het eind van de week zijn complete ‘katje’ (loon) uitbetalen in briefjes van vijf. Terwijl zijn broer zat te studeren aan de huiskamertafel ging hij die bankbiljetten uittellen. Hij zei: “je kan wel stoppen met studeren, je kan beter gaan vissen. Dan verdien je meer geld.” Daar zaten verschillen tussen van het twintigvoudige. Tegenwoordig heeft de broer die gestudeerd heeft het goede salaris, en degene die in de visserij heeft gezeten, is straler op de werf. Hij heeft nu een aanmerkelijk lager salaris dan zijn broertje.”

Publicatiedatum: 22/12/2010