Olympisch schaatstalent uit Oudkarspel

Al sinds 1896 vinden de schaatsers van IJsvereniging Volharding elkaar als het vriest. In 1928 hadden ze een primeur: hun Willem Kos, tuinderzoon uit Oudkarspel, was de allereerste Nederlandse schaatser die aan de start verscheen van een Olympisch schaatstoernooi.

Lees volgende verhaal

Vijftienjarige winnaar

Willem Kos, geboren in 1904, leerde de kunst van het hardrijden op natuurijs bij IJsvereniging Volharding Oudkarspel (opgericht in december 1896). Deze vereniging organiseerde in 1919 de allereerste ‘langebaanklassieker’ van ons land, het ‘kampioenschap van de Langedijk’. Winnaar werd Jan Paarlberg, de tweede prijs was voor de jeugdige Willem die op de dag van de wedstrijd vijftien jaar werd. Een dag later, op ijsbaan ‘Het Waardje’, sleepte Willem Kos opnieuw een tweede prijs in de wacht. Met zijn vijftien jaar en één dag mocht hij nét aan meedoen in de klasse 15 tot 17 jaar. Voor de Nederlandse schaatssport was de winter van 1919 een zegen, nieuw talent diende zich aan. Na de eerdere successen van Jaap Eden en Coen de Koning waren dit de schaatsers waarop Nederland wachtte.

Winnen op Friese doorlopers

Pas in 1922 kreeg Willem Kos de kans om zijn schaatscarrière te vervolgen. Opnieuw won Kos op eigen terrein: bij het ‘Langedijker kampioenschap’ veroverde hij de eerste plek op de 500 meter. En bij de proefwedstrijden won Kos zowel de 500 als 1500 meter. Door koude wind, het slechte natuurijs en de kwaliteit van de schaatsen – de mannen reden gewoon op ‘houtjes’ – waren de ‘winnende’ tijden bijzonder langzaam: 65 seconden en 3.40,2; twee keer zo langzaam als de huidige wereldrecords! Ter stimulering kreeg Kos van de schaatsbond een paar echte noren.

Vier van Nederlands beste schaatsenrijders die in Davos de eer van de Nederlandse vlag hooghouden. Vlnr; Dolf van der Scheer uit Zutphen, Teun Hoofdman, Willem Kos uit Oudkarspel, en Simon Heijden uit IJsselmonde, Davos, Zwitserland 1929. Beeld: Wikimedia Commons
Vier van Nederlands beste schaatsenrijders die in Davos de eer van de Nederlandse vlag hooghouden. Vlnr; Dolf van der Scheer uit Zutphen, Teun Hoofdman, Willem Kos uit Oudkarspel, en Simon Heijden uit IJsselmonde, Davos, Zwitserland 1929. Beeld: Wikimedia Commons.

Trainingskamp in Zwitserland

Met zijn noren kreeg de carrière van Kos in de volgende ijswinters steeds meer glans. Voor wedstrijden buiten de provincie, laat staan in het buitenland, was in het tuindergezin geen geld. Gelukkig voor Kos was IJsvereniging Volharding zeer actief met het organiseren van wedstrijden, zodat Willem op eigen baan triomfen kon vieren. Bijvoorbeeld in 1924 toen het kampioenschap van Noord-Holland in Oudkarspel gereden werd. Willem Kos, die nog nooit op ander dan Oudkarspels ijs een wedstrijd gereden had, mocht na dit kampioenschap met de bond mee naar Zwitserland op trainingskamp.

Kunst afkijken

Kos ontmoette op het snelle ijs van de hooglandbaan in St. Moritz (Zwitserland) de grote Scandinavische rijders die in training waren voor de aanstaande Winterspelen van 1924 in het Franse Chamonix. “Onze Willem”, zo schreef het schaatsbondsblad De IJsbode, “had de dagen tevoren goed geoefend, maar zoo aan den startstreep, in den vreemde, verlies je wel eens je positieven, en ben je niet zoo zeker van je zaak.” Zo ver van huis: Willem had het niet makkelijk daar in St. Moritz, maar hij keek de kunst toch af van zijn internationale concurrenten. In 1926 deed Willem Kos opnieuw mee aan internationale wedstrijden met Finnen, Oostenrijkers en Zwitsers en reed prachtige, nieuwe records bij elkaar; goed voor tweede en derde prijzen.

Nederlands duo naar Olympische Winterspelen 1928

Door de vroeg ingevallen winter won Kos al op 21 december 1927 in Groningen het provinciaal kampioenschap. Deze wedstrijd was de ideale training en voorbereiding op het Europees kampioenschap in Oslo en het Wereldkampioenschap in Davos. Kos reed op de sprint de snelste tijd ooit door een Nederlander gereden: 46,8 seconden en verschafte zich daarmee toegang tot de Olympische Winterspelen. Kos ging voor de korte afstanden en Siem Heiden (een metselaarszoon uit IJsselmonde) voor de lange afstanden. In het mondaine St. Moritz wachtte dit duo een zware taak: het hooghouden van de vaderlandse eer. Voor Kos waren deze Spelen nog geen succes. Door de dooi was het ijs in slechte conditie. Kos kwam op de 1500 meter, zijn beste afstand, in een scheur van minstens een meter lengte ten val. Einde 1500 meter, einde Olympische Spelen.

Geveld door TBC

Willem Kos kwam terug in Davos, maar onder heel andere omstandigheden. In 1929 was hij er nog als schaatser, op het Europees kampioenschap werd hij elfde. Een jaar later, begin 1930, was Kos ongewild terug in Davos, als patiënt van het sanatorium. Bij Willem Kos, de oersterke tuinder uit Oudkarspel, had de tuberculose toegeslagen. Kuren in het sanatorium kon zijn leven niet redden. Hij keerde terug naar Oudkarspel en op 8 maart 1930 overleed Nederlands allereerste Olympische sprinter. Op 26-jarige leeftijd, in de kracht van zijn leven.

Auteur: Anita Blijdorp

IJsvereniging Volharding nu

IJsvereniging Volharding Oudkarspel, opgericht op 29 december 1896, bestaat nog steeds, de baan is open bij temperaturen onder nul.
Schaatstrainingsgroep Geestmerambacht is opgericht in september 1969 en is voortgekomen uit de IJsbaanvereniging Volharding Oudkarspel.  De doelstelling is om voor jong en oud trainingen te verzorgen om het schaatsniveau te verbeteren.

Verantwoording

Voor dit artikel is gebruikgemaakt van het hoofdstuk ‘St. Moritz 1928’ uit ‘Oranje op Olympisch ijs, zeventig jaar Nederlandse schaatsers bij de Winterspelen’ (Marnix Koolhaas en Huub Snoep, Uitgeverij De Vrieseborch, Haarlem, 1997).

Written by:

Other posts by

Oneindig Noord-Holland maakt verborgen verhalen zichtbaar samen met:

Bekijk het gehele partneroverzicht