Noordkop: de haven van Den Helder

De haven van Den Helder staat van oudsher bekend als de thuishaven van de Nederlandse marine. Maar de haven speelde vanaf de negentiende eeuw ook een belangrijke rol in de koopvaardij en het Nederlandse reddingwezen. Rond 1965 kwamen hier offshore activiteiten bij. Een blik op de belangrijkste ontwikkelingen.

Rijkswerf Nieuwe Haven, 1998.

Beeld: Collectie Marinemuseum Den Helder.

Rijkswerf Nieuwe Haven, 1998.Rijkswerf Nieuwe Haven, 1998.

Offshore industrie

Ondanks de economische recessie had de haven van Den Helder in 2010 het tij mee en was de winst toegenomen. In 2011 kwamen er weer meer kades en bedrijventerreinen voor de offshore industrie. Den Helder is een belangrijk knooppunt in de offshore activiteiten op het Nederlandse deel van de Noordzee. Vanaf 1965 boorde Den Helder letterlijk en figuurlijk een nieuwe bron van inkomsten aan. In dat jaar werd in de Noordzee een enorme hoeveelheid gas aangeboord. Dit gas was opgeslagen in de poriën van een zandsteenlaag diep onder de zeebodem. De offshore industrie kwam in hoog tempo tot ontwikkeling.
 
De Nederlandse Aardolie Maatschappij  (NAM) heeft een aantal productieplatforms in zee geplaatst. Het gewonnen gas gaat allemaal naar Den Helder. Hier bevindt zich de grootste gasbehandelingsinstallatie van Europa. Ook maatschappijen als Gaz de France en Total beschouwen Den Helder als de ideale uitvalsbasis voor hun offshore activiteiten.

Z.M.S. Kortenaer.

Beeld: Collectie Provinciale Atlas Noord-Holland.

Z.M.S. Kortenaer.Z.M.S. Kortenaer.

Marinehaven in Den Helder

Naast de offshore is voor de haven van Den Helder de marine van groot belang. Dat was al onder keizer Napoleon het geval. In 1811 gaf hij opdracht om hier de grootste marinebasis van het land aan te leggen. In 1822 werd het werfcomplex Willemsoord overgedragen aan de Koninklijke Nederlandse Zeemacht (sinds 1905 officieel de Koninklijke Marine).
 
Koning Willem I zette vanaf 1815 Napoleons plannen rond de haven voort. Nieuwediep ontwikkelde zich tot de belangrijkste marinehaven van Nederland en de modernste marinewerf van Europa. Voor Den Helder betekende de komst van de marine en de werf veel werkgelegenheid. Het kleine dorpje groeide uit tot de tweede havenstad van Noord-Holland.
 
Na de Tweede Wereldoorlog werd er een nieuw havencomplex voor de Koninklijke Marine aangelegd. Dit kwam ten oosten van het Nieuwediep, op een deel van het Balgzand. De boten van de Onderzeedienst verhuisden van Rotterdam naar Den Helder. In de haven zijn nu fregatten, onderzeeërs, mijnenjagers, amfibische transportvaartuigen, bevoorraders, slepers en onderzoekings-, landings- en duikondersteuningsvaartuigen te vinden.
 
Lees meer over de haven van Den Helder

Haven van Den Helder en koopvaardij

De relatie tussen Den Helder en de overzeese handel is altijd wat problematisch geweest. Toen in 1824 het Noord-Hollands Kanaal werd geopend, was Den Helder hoopvol gestemd. Het Noord-Hollands Kanaal verbond de plaats met Amsterdam. Hiermee werd de haven in Den Helder ook interessant voor de koopvaardij. Er vestigden zich vertegenwoordigers van allerlei handelshuizen en scheepvaartkantoren in Den Helder. Lading die voor Amsterdam was bestemd, werd hier overgeslagen en over het kanaal verder gevoerd.
 
De vreugde was echter van korte duur. Vanaf 1876 kozen de schepen liever voor het gloednieuwe en veel kortere Noordzeekanaal van IJmuiden naar Amsterdam. Den Helder had als voorhaven van Amsterdam afgedaan. Behalve de marineschepen, bleven vooral vissersboten en de veerboot naar Texel nog de haven aandoen.

Reddingswerk

In 1824 verging het schip ‘De Vreede’ voor de kust van Den Helder in een woeste zee. Naar aanleiding hiervan werden de Nederlandse Reddingmaatschappijen opgericht. Hun geschiedenis is sinds 2003 verbeeld in het Nationaal Reddingmuseum ‘Dorus Rijkers’ op de Oude Rijkswerf Willemsoord. Het museum is vernoemd naar de beroemdste reddingwerker die Nederland heeft gekend: Theodorus (Dorus) Rijkers  (1847-1928).
 
‘Opa’ Rijkers was schipper van verschillende roeireddingsboten in Den Helder. Tijdens 38 reddingen wist hij niet minder dan 487 schipbreukelingen veilig aan land te brengen. Zijn meest spectaculaire redding was die van het Duitse schip Renown in 1887. Drie dagen en nachten waren Dorus en zijn mannen in de weer. Ze wisten 22 van de 25 opvarenden te redden. Van de Duitse keizer kreeg Dorus een gouden horloge en koning Willem III benoemde hem tot Broeder van de Orde van de Nederlandse Leeuw.
 
Maar Rijkers’ inkomen was laag en na zijn pensionering leefde hij in armoede. Toen men dit ontdekte, werd in 1923 het Helden der Zee-fonds ‘Dorus Rijkers’ opgericht. Dit fonds zamelde geld in voor Dorus en andere behoeftige gepensioneerde redders en hun nabestaanden. Om geld in te zamelen, kwam opa’s portret in allerlei kranten en op tabak- en zeepproducten te staan. In 1925 was hij de meest bekende Nederlander, op koningin Wilhelmina na.
 
Lees meer over de Koninklijke Nederlandse Redding Maatschappij .

Dit verhaal maakt deel uit van de campagne Werelderfgoed.
Klik hier om terug te gaan naar het thema De Waddenzee.

Dorus Rijkers.

Beeld: Collectie Nationaal Reddingmuseum Dorus Rijkers. Bron: Cultureel Erfgoed Noord-Holland.

Dorus Rijkers.Dorus Rijkers.

Publicatiedatum: 25/11/2010