Mooie jaren in de burgemeesterswoning

Ed van Thijn denkt met genoegen terug aan de tijd dat hij als burgemeester in de ambtswoning aan de Herengracht woonde. Aan zijn ontdekking van de wel heel dubieuze oorsprong van de burgemeesterswoning tot de onwillige tolk van Gorbatsjov.

In 1983 werd Ed van Thijn burgemeester van Amsterdam. In die functie betrok hij de ambtswoning aan de Herengracht. Het pand fascineerde hem en Van Thijn verdiepte zich in de geschiedenis ervan. Eigenaar C.J.K. van Aalst gaf de woning in 1926 cadeau aan de gemeente Amsterdam, op voorwaarde dat de burgemeester het voortaan zou bewonen. Van Thijn ontdekte dat dat bepaald geen belangeloze gift was geweest. In feite ging het om regelrechte omkoping: “C.J.K. Van Aalst was president van de Nederlandse Handel Maatschappij. Deze kreeg tussen 1919 en 1926 haar hoofdkantoor aan de Vijzelstraat, ontworpen door architect Karel de Bazel. Het gebouw druiste in tegen de toen heersende gemeentelijke bouwvoorschriften. 24 monumentale panden tussen Heren- en Keizersgracht werden zonder pardon opgeofferd. De Nederlandse Handel Maatschappij mocht er bovendien twee etages meer op zetten, dan de voorschriften toestonden.”

Drs. Eduard van Thijn (1934), raadslid 1962-1971, burgemeester van Amsterdam (1983-1994)

Drs. Eduard van Thijn (1934), raadslid 1962-1971, burgemeester van Amsterdam (1983-1994)Drs. Eduard van Thijn (1934), raadslid 1962-1971, burgemeester van Amsterdam (1983-1994)

Magische krachten

Van Thijn woonde er niet minder om in het monumentale pand. Herengracht 502 bleef zijn domicilie tot hij in 1994 als burgemeester afscheid nam. Dat was echter niet altijd een genoegen. Van Thijn: “Het was een comfortabele, ruime bovenwoning. Maar in de weekenden was het daar geen pretje, ik zocht mijn heil dan meestal ergens anders. Je was er afgesneden van de buitenwereld. Ik moest veel grendels verzetten voordat ik in de tuin was.”

“Tegelijkertijd oefende de ambtswoning magische krachten uit op elke bezoeker, of dat nou gewone burgers waren, of vertegenwoordigers uit Den Haag, of buitenlandse delegaties. Misschien was het de tegenstelling tussen de prachtige entourage in Lodewijk XVI-stijl enerzijds en de informele benadering van de burgemeester anderzijds. Gasten werden ontvangen met een ontwapenend praatje in de majestueuze balzaal of dinerzaal. Er heerste een sfeer van vertrouwen en genoeglijkheid. Dat maakte de tongen los. Er zijn in de ambtswoning talloze brainstormsessies gehouden met architecten en cultuurdragers, mensen uit het bedrijfsleven, bijstandsmoeders en schoolbestuurders. Ik heb nooit meegemaakt dat zo’n bijeenkomst geen succes was.”

Beuk of kastanje?

Van Thijn ontving er ook buitenlandse staatshoofden als President Mitterand van Frankrijk, Von Weiszäcker van Duitsland, koningin Elisabeth van Engeland, Soares van Portugal, Kuanda van Zambia, Rabin van Israel, de Dalai Lama en Gorbatsjov van de toenmalige Sovjetunie. Van Thijn memoreert vrolijk de ontmoeting met die laatste: “Gorbatsjov is de enige die ik in de tuin heb ontvangen. Het was prachtig mooi weer. De Russische president stond bekend als natuurliefhebber, promotor voor het milieu. Toen we eenmaal buiten waren, wees hij twee bomen aan en vroeg me wat dat waren. Ik antwoordde dat de linker een beuk was en de rechter een kastanje. Waarop de tolk zei: “dat weiger ik te vertalen. Dat is niet juist.” Hij had gelijk. Ik bleek het precies verkeerd om te hebben. De beuk stond rechts, de kastanje links…”

Publicatiedatum: 20/06/2011

Aanvullingen

Vul deze informatie aan of geef een reactie.

Plaats een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Vereiste velden zijn gemarkeerd met *. Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.