Les in de gezonde buitenlucht

Aan het begin van de twintigste eeuw werden er op meerdere plekken in Nederland 'openluchtscholen' opgericht in verband met nieuwe inzichten in de gezondheidszorg. Zieke kinderen of kinderen met een verzwakte gezondheid konden terecht in de speciaal gebouwde scholen met lokalen met open of glazen wanden, zodat ze in de frisse buitenlucht les konden krijgen. Op verschillende plekken in Noord-Holland werden deze bijzondere scholen gebouwd.

Slechte leefomstandigheden

Door de industrialisering en verstedelijking kregen vooral de arbeiders in grote steden te maken met ongezonde leef- en arbeidsomstandigheden, opeenhopend vuil op straat en verwaarloosde huizen. Huis- en schoolartsen werden dagelijks op hun spreekuur geconfronteerd met de gevolgen van de slechte hygiëne en stelden dat fysiek zwakke of zieke kinderen de meeste baat hadden bij frisse lucht en zonlicht. Beiden werden als een belangrijk middel tegen de gevreesde tuberculose beschouwd. Kinderen die hieraan leden werden naar buiten gestuurd. Kinderen met zwakke gezondheid, astma of bronchitis, konden ook een kuur van buitenlucht en zonlicht krijgen ter voorkoming van tuberculose of andere aandoeningen.

Sloppenwoningen in de Amsterdamse Jordaan, ca. 1910. Collectie Stadsarchief Amsterdam.

Eerste openluchtscholen

De eerste ‘openluchtscholen’ van Nederland ontstonden omstreeks 1905 en waren vaak een soort herstellingsoorden buiten de stad, midden in de natuur, waar zieke kinderen een behandeling kregen met gezonde voeding, hygiëne en veel buitenlucht. Ze kregen daarnaast dagelijks onderwijs om een leerachterstand te voorkomen. In de loop van de jaren twintig van de twintigste eeuw veranderde dit en werden er ook zelfstandig functionerende openluchtscholen gesticht die, anders dan deze herstellingsoorden, in eerste instantie een school waren. Scholen zonder stoffige en dichte lokalen. De Eerste Gemeentelijke Openluchtschool aan het Vondelpark in Amsterdam betekende een doorbraak in deze ontwikkeling van openluchtscholen in Nederland. De in 1925 opgerichte school liet zien dat het onderwijs en de verzorging van kinderen met een verzwakte lichamelijke gesteldheid ook in eenvoudige schoolgebouwen in de stad goed mogelijk was en dat het bij openluchtscholen niet automatisch om internaatachtige instellingen hoefde te gaan. Het was tevens de eerste openluchtschool van Noord-Holland.

Openluchtschool Vondelpark, 1929. Collectie Stadsarchief Amsterdam.

Ziek, zwak of gezond

In de loop van de jaren ’30 kwamen er ook openluchtscholen voor kinderen die gezond waren. Frisse buitenlucht bevorderde immers de leerprestaties en kinderen zonder problemen met de luchtwegen konden hier ook van profiteren. Dat er rond die tijd verschillende openluchtscholen bestonden voor zieke, zwakke en gezonde kinderen, zorgde in de praktijk zo nu en dan voor verwarring. Welke kinderen er onder ‘ziek’ vielen en welke onder ‘zwak’, verschilde per school en niet bij elke openluchtschool voor gezonde kinderen was voor de toelating een doktersverklaring nodig. Qua gebouwen was het onderscheid duidelijker. Extra voorzieningen zoals een hal om te rusten, een eetzaal, hoogtezonkamer en een badruimte die onderdeel waren van de scholen voor zwakke kinderen, ontbraken op de openluchtscholen voor gezonde kinderen en bij openluchtscholen voor zieke kinderen ging het vaak om een herstellingsoord met ingebouwde school en een aangepast lesprogramma.

Openluchtschool aan de Cliostraat te Amsterdam, 1953. Collectie Stadsarchief Amsterdam.

Haarlem, Bloemendaal en aan zee

Noord-Holland kende twee openluchtscholen, of sanatoria, voor zieke kinderen in Wijk aan Zee. In 1932 werd ‘Heliomare’ aan de Relweg opgericht als sanatorium voor patiënten met Tuberculose. De naam is gebaseerd op de termen ‘Helios’, zon, en ‘Mare’, zee. In 1935 werd hier de openluchtschool voor zieke kinderen geopend. Vlakbij de Heliomare was de Dr. A. Schuchinkschool voor zieke kinderen vanaf 1954 gevestigd, deze is waarschijnlijk afgebroken. Voor zwakke kinderen was er sinds 1931 een openluchtschool in Haarlem, de ‘Albert Schweitzerschool’, en gezonde kinderen konden op de Openlucht-Montessorischool aan de vijverweg in Bloemendaal terecht. Hiernaast waren er nog een stuk of zes openluchtscholen in Amsterdam te vinden, voor afwisselend zwakke en gezonde kinderen.

Heliomare in Wijk aan Zee, 1969. Beeldcollectie van de gemeente Haarlem, Noord-Hollands Archief.

Veranderingen tijdens de Wederopbouw

In de periode na de Tweede Wereldoorlog veranderde er veel voor de openluchtscholen. Gedurende de Wederopbouw nam de welvaart toe en werden de gezondheidszorg en leef- en werkomstandigheden verbeterd. Een kuur van gezonde buitenlucht werd voor zwakke kinderen hierdoor minder noodzakelijk. Openluchtscholen gingen zich aanpassen aan deze veranderde omstandigheden. Sommige scholen sloten, andere openluchtscholen werden verbouwd tot een gewone school en openluchtscholen voor zieke kinderen werden na 1949 openluchtscholen scholen voor ziekelijke en langdurig zieke kinderen of gingen zich richten op speciaal onderwijs.

Speelplaats van de 2e Openluchtschool voor het Gezonde Kind aan de Fred. Roeskestraat te Amsterdam, 2010. Collectie Stadsarchief Amsterdam.

Openluchtscholen nu

Het sanatorium Heliomare in Wijk aan Zee moest tijdens de Tweede Wereldoorlog geëvacueerd worden naar achtereenvolgens Beverwijk en Amsterdam. In 1945 keerde het sanatorium terug naar Wijk aan Zee, waar het de officiële status kreeg van een Revalidatiecentrum en Buitengewoon Lager Onderwijs. Het gebouw van de Haarlemse openluchtschool maakte in 1987 plaats voor een nieuw schoolgebouw waar speciaal onderwijs wordt gegeven. Het gebouw van de Openlucht-Montessorischool in Bloemendaal, ontworpen door J. H. Groenewegen, staat nog steeds aan de Vijverweg; niet als openluchtschool, wel als provinciaal monument.

Tekst: Liza Koppenrade

Bronnen:

  • Broekhuizen, Dolf. (2005). Openluchtscholen in Nederland. Architectuur, onderwijs en gezondheidszorg 1905-2005. Rotterdam: Uitgeverij 010. Geraadpleegd op 11 mei 2015, via Google Books.
  • Heliomare. (z.d.). Historisch overzicht. Geraadpleegd op 13 mei 2015.
  • Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. (z.d.). Monumentenregister, Monumentnummer: 511153. Geraadpleegd op 13 mei 2015.

Publicatiedatum: 18/05/2015