‘Met een volkstuin zit je in Amsterdam, maar je merkt het niet’

Volkstuinen zijn voor de meeste tuinders een ware passie. Het Stadsarchief Amsterdam wijdt er een kleine tentoonstelling aan.

8000 Amsterdammers hebben een volkstuin, 3000 Amsterdammers staan op de wachtlijst. Om er achter te komen hoe belangrijk zo’n tuin is voor de stadsmens, maakte journalist Trudy Admiraal een boekje bij het honderdjarig bestaan van de Bond van Volkstuinders.

Volkstuin, tuinpark, tuinieren, tuintjes, Amsterdam, Stadsarchief, Nut & Genoegen, Eva Besnyö
Familie op tuinpark Nut & Genoegen, 1922. Beeld: Eva Besnyö /Collectie MAI

Voor dat boekje, dat overigens niet in de handel is, interviewde ze enkele volkstuinders.
John Mos (55), die op tuinpark Amstelglorie een tuin heeft, is daar één van. Hij vertelt dat  veel arbeiders in de jaren ’60 en ’70 geen camper hadden. Ze brachten hun vakantie in de  volkstuin door. John had er een mooie jeugd: vissen in de Amstel, zwemmen bij het botenhuis. In het clubhuis vonden toneeluitvoeringen, playbackshows en discoavonden plaats. Er was zelfs een zomeravondvoetbaltoernooi tussen tuincomplexen.

Maar dat verenigingsleven, dat saamhorigheidsgevoel, is niet meer. En dat mist hij wel. ‘De meeste mensen zijn op zichzelf.’ Wat hem er overigens niet van weerhoudt met volle teugen van zijn tuin te genieten. ‘Je zit in Amsterdam, maar je merkt het niet. Je bent buiten.’

Frank van der Laan zal dat beamen. Hij woont op een bovenwoning in de binnenstad. Een balkon heeft hij niet. Dat is goed vol te houden…als je tenminste een volkstuin hebt. Elke week gaat hij er wel een keer naar toe. Als hij dan weer thuis komt, heeft hij het gevoel dat hij héél lang weg is weggeweest. ‘Zo lekker is dat!’\

Volkstuintjes, Volkstuinen, tuinen, tuinieren, Volkstuinenpark Hofwijck, Amsterdam, Stadsarchief

Volkstuinenpark Hofwijck aan de Zuidelijke Wandelweg, Circa 1921. Beeld: Collectie Stadsarchief Amsterdam.

Nutstuinen
Volkstuinen, die begin 1900 voor het eerst worden aangelegd, zijn aanvankelijk vooral nutstuinen, om aardappelen en groente op te verbouwen. In oorlogstijd zijn ze een ideale plek om het schaarse voedsel aan te vullen. Met name in de Tweede Wereldoorlog groeit het aantal volkstuintjes in de hoofdstad dan ook explosief. In 1940 telt Amsterdam nog 1150 volkstuinen, begin 1942 zijn dat er al 3986 en eind 1942 zijn het er maar liefst 5487. De Bond van Volkstuinders geeft cursussen om de nieuwe tuinders bij te brengen hoe je aardappelen poot en groente verbouwt.

Helaas moeten veel Amsterdammers hun tuin opzeggen, omdat ze verplicht te werk worden gesteld in Duitsland. En anders is er altijd nog de Grüne Polizei, die met honderden manschappen de zorgvuldig aangelegde moestuintjes komt vertrappen.

Ná de bevrijding liggen veel volkstuinen er ontredderd bij. Veel mensen zijn door de hongerwinter van 1944-1945 te verzwakt om hun tuin te onderhouden. Menig oorlogstuinder gelooft het daarom wel en het aantal leden van de bond zakt weer even snel als het was gestegen, van 9341 in 1945 naar 4203 in 1947.

Tuinieren, Koningin Wilhelmina, Volkstuinen, Volkstuinencomplex, Amsterdam, Stadsarchief, Expositie

In september1928 bezoekt Koningin Wilhelmina volkstuinenpark Hofwijck aan de Zuidelijke Wandelweg. Beeld: Collectie Stadsarchief Amsterdam.

Dahlia’s kweken
De overblijvende volkstuinders pakken hun vooroorlogse activiteiten weer op, met clubs die dahlia’s kweken of zich bezighouden met het telen van fruit. Admiraal beschrijft hoe het karakter van de volkstuinparken in de jaren vijftig en zestig langzaam verandert, van een  arbeiderstuin, die uien, sla en boontjes oplevert, in een recreatieve plek om de drukte van de stad te ontvluchten.

Er worden bloemen geplant en er worden huisjes getimmerd waarin hele gezinnen kunnen overnachten. Sommige kinderen hebben hun jeugd op het tuinpark doorgebracht. Op website ‘Het Geheugen van Oost’ vertelt Stien, één van die kinderen: ‘In april huurde mijn vader een bakfiets, de huisraad werd opgeladen en naar de tuin gebracht. Dan woonden wij er tot oktober. De kolentreinen wiegden ons in slaap.”

Op de meeste tuinparken is in de zomer van alles te doen: toneeluitvoeringen, dansavondjes, klaverjasclubs. Maar in de jaren zeventig en tachtig krijgen de traditionele volkstuinders gezelschap van nieuwkomers, die zo hun eigen ideeën over tuinieren hebben. Zij willen de natuur méér kans geven en zijn wars van bestrijdingsmiddelen. Wat de één een  mooie inheemse plant vindt, vindt de ander onkruid. Het kan dus aardig knetteren tussen ‘nette’ en ‘wilde’ tuinders. Maar uiteindelijk keert het tij en inmiddels zijn twaalf Amsterdamse volkstuinparken in de race voor het ‘Keurmerk Natuurlijk Tuinieren’.

Tuinieren, Ontspannen, Volkstuinencomplex, Amsterdam, Stadsarchief, Expositie, Marrie Bot
Familie bij hun huisje op Tuinpark De Eendracht. Uit de serie ‘Volkstuinen’ gemaakt in opdracht van het Stadsarchief Amsterdam en het Amsterdams Fonds voor de Kunst. Beeld: Marrie Bot, circa 1977

29 tuinparken
Anno 2017 telt de Bond van Volkstuinders 6000 leden, die zijn verspreid over 29 tuinparken. De meeste parken liggen in Amsterdam, maar er zijn ook parken in Ouder-Amstel , Landsmeer en Almere bij de bond aangesloten.

De bond ziet het als een belangrijke opgave om er voor te zorgen dat in een stad als Amsterdam, waar grond schaars en duur is, en waar tot 2015 nog 50.000 nieuwe woningen worden gebouwd (deels in leegstaande gebouwen, deels in nieuwbouw) ruimte blijft voor volkstuinparken.

Tuinparken die inmiddels openbaar zijn geworden, zodat wandelaars kunnen genieten van de natuur, de mooie huisjes en de leuke tuinen, zolang ze tenminste netjes op de paden blijven. Wie eens een kijkje wil nemen kan de Volkstuinwandelroute Boven Y volgen, die langs zes volkstuinparken in Amsterdam-Noord voert. Ook is er een bewegwijzerde route in Nieuw-West, langs tuinparken De Eendracht, Tigeno en Tuingroep Osdorp.


Frank Jan van der Laan, met partner Garret en hond Victor op Tuinpark Slotermeer, 2017. Beeld: Edwin Butter. Collectie Stadsarchief Amsterdam.

Zon, licht en lucht
Ter gelegenheid van het honderdjarig bestaan van de Bond van Volkstuinders heeft het Amsterdamse Stadsarchief, dat het archief van deze Amsterdamse bond beheert, een bescheiden expositie in de Schatkamer ingericht.

Samensteller Stefanie van Odenhoven vertelt dat de volkstuinen, met name in de Eerste en Tweede Wereldoorlog, een grote vlucht namen. “Op die oorlogstuintjes mocht je geen bloemen kweken, maar alleen groente. De helft daarvan moest aardappel zijn.”

De anti-joodse maatregelen van de Duitse bezetter raken ook de volkstuinen. Vanaf 1 november 1941 mogen Joden geen volkstuin meer hebben, wat een bewoner van Kruislaan West inspireert om de gemeente erop te wijzen dat tuin 28 ‘door joden in beheer is.’ Mocht die tuin vrij komen, dan wil hij die wel hebben. De gemeente antwoordt droogjes ‘dat de huurder niet van joodschen bloede is.’ Is dat even pech. Stefanie: “Eigenlijk is dat best cynisch.”

Vanaf de jaren vijftig krijgen de volkstuinen vooral een recreatieve functie. “De stad had heel weinig groen en mensen hadden toch behoefte aan natuur. Het is ook niet voor niets dat de volkstuinparken allemaal aan het eind van de stad lagen.”

Familie, Tuinpark, Sloterdijk, Volkstuin, Volkstuintjes, Tuinieren, Tuin, Stadsarchief Amsterdam, Expositie
Familie op tuinpark Sloterdijkmeer, 2017.
Beeld: Edwin Butter. Collectie Stadsarchief Amsterdam.

Paleisjes
Op de volkstuinen verrijzen huisjes, van schuurtjes tot paleisjes, waarin mensen de zomer doorbrengen. Op de tuinparken wordt van alles georganiseerd. “Vóór de oorlog gebeurde er ook wel wat. Ons Buiten beschikte in de jaren dertig al over een mandolineclub. Maar ná de oorlog kwam het verenigingsleven pas goed op gang.”

De expositie maakt duidelijk dat volkstuinen voor veel mensen belangrijk waren. De tuinparken hadden dan ook prachtige namen: Nieuwe Levenskracht, Ons Lustoord, Rust en Oase. Stefanie: “En wat dacht je van Tigeno, wat staat voor: Tuinieren Is Genoegen En Nuttige Ontspanning. Het zegt wel iets wat mensen in zo’n tuin zoeken. Het was méér dan een hobby; het was een passie. Mensen gingen ècht de straat op als hun tuinpark werd bedreigd.”

In één van de vitrines ligt een pagina uit De Volkstuin, officieel orgaan van ‘den Bond van Huurders van Volkstuinen’, die in april 1925 oproept tot een demonstratie omdat tuinpark Ons Buiten onder het zand dreigt te verdwijnen. En dat mag natuurlijk niet gebeuren, omdat ruim 850 gezinnen er worden voorzien van ‘zon, licht en lucht.’

Stadsarchief, familie, tuinen, volkstuinen, Amsterdam, Expositie, Rust en Vreugd
Familie bij hun huisje op Volkstuincomplex Rust en Vreugd.
Beeld: Fotograaf Martin Alberts, 24 juli 2006. Collectie Stadsarchief Amsterdam.

Dat de volkstuinen niet aan belang hebben ingeboet, blijkt wel uit het feit dat er weer lange wachtlijsten voor zijn. Stefanie: “Het verloop is ook niet zo groot. De bond denkt er nu over na of je de tuinen misschien kleiner kunt maken. Voor sommige stadsbewoners, zeker als ze niet over een balkon beschikken, kan zo’n tuin nèt te groot zijn. En met kleinere tuintjes kun je meer mensen blij maken.”

De tentoonstelling in de Schatkamer van het Stadsarchief Amsterdam (Vijzelstraat 32) is tot 10 september te bezoeken. De toegang is vrij. Zie: www.amsterdam.nl/stadsarchief.

Auteur: Arnoud van Soest

Publicatiedatum: 17/07/2017