Knotgroep Uithoorn komt elke winter in actie

‘Kijk uit. Van onderen!’ Pal na deze waarschuwing klapt een dikke wilgentak op de dijk. Het is duidelijk: Knotgroep Uithoorn is in actie. Met een zaag in de hand klimmen tientallen mannen en vrouwen de bomen in. Iedere winter knotten deze vrijwilligers wel zo’n duizend wilgen langs dijkweggetjes en rond forten van de Stelling van Amsterdam. Het is vermoeiend werk, maar na vier uren zagen is er gelukkig soep. Knotgroep Uithoorn dateert uit 1974 en is vermoedelijk de oudste in het land. Wim van Zuilen, destijds docent aan de lagere technische school in Uithoorn, zag hoe de wilgen in de polders kapot scheurden door het gewicht van de zware pruik. Met een groepje leerlingen besloot hij de bomen te redden door te doen wat boeren vroeger deden: om de drie à vier jaar de takken afzagen.

Werk in uitvoering

Boeren gebruikten vroeger de buigzame takken (wilgentenen) om oevers te beschoeien of manden te vlechten. De takken dienden soms ook als veevoer. Een moderne boer heeft de wilg niet meer nodig en dus groeiden de bomen steeds verder uit. Totdat ze bezweken onder hun eigen gewicht. Want veel wilgensoorten moet je knotten om ze te behouden. Dat voorkomt ook dat ze bezwijken aan de watermerkziekte.

Vrijwilligers van Knotgroep Uithoorn aan het werk op de Boterdijk in Uithoorn. Om te voorkomen dat wilgen bezwijken onder hun eigen gewicht worden ze om de drie à vier jaar van hun pruik ontdaan. Foto: Willem de Vlaming, Aalsmeer.

Ontluikend natuurbesef

Het initiatief van Wim van Zuilen trok landelijk de aandacht, eind 1974 kwam een tv-ploeg kijken. Zelfs vanuit België (Damme bij Brugge) klopten natuurliefhebbers bij hem aan voor advies ‘om het prachtige landschap van Tijl Uilenspiegel in al z’n schoonheid te behouden’. Tientallen jaren later reikte een gedeputeerde van Noord-Holland een prijs uit aan Van Zuilen als dank voor zijn initiatief  ‘in de ochtendschemering van een nog nauwelijks ontluikend natuurbesef in Nederland’.

Zagen op oeverland Zijdelmeer

De knottende vrijwilligers zorgen niet alleen voor behoud van het karakteristieke polderlandschap, ze werken tegelijkertijd aan natuurbehoud. En deze knotgroep doet dat op de traditionele manier, dus hier geen geronk van motorzagen. Deze vrijwilligers houden het simpel: boom in klimmen, takken afzagen en voorkomen dat de zware takken bij hun val stukken bast van de stam scheuren.

Om het oeverland van het Zijdelmeer open te houden, zaagt de knotgroep opgeschoten berken en bosjes els om. De takken dienen voor versteviging van de beschoeiing. Foto: Co Bakker, Uithoorn.

Leven in holle boom

Door het regelmatig knotten van de boom groeit er op de stam, op een hoogte van ongeveer twee meter, een verdikking – de knot. Oude wilgen gaan rotten in het hart van die knot. Uiteindelijk blijft alleen een dikke schors over.

In zo’n holle boom kan van alles groeien en ritselen. Een steenuil of holenduif wellicht; bovenop de knot vind je soms het nest van een wilde eend. Allerlei insecten en vlinders schuilen in de boom. Op het vermolmde hout en in beschutte hoekjes met afgestorven bladeren groeien mossen, kruiden en varens. Vleermuizen gebruiken graag de holten in verweerde knotwilgen. Je kan er spitsmuizen zien lopen en wellicht een marter. Een knotwilg op leeftijd is een natuurgebied op zich.

Omsloten door woonwijken en wegen dommelt het Zijdelmeer als groen hart van Uithoorn. Het oeverland met riet wordt zo schraal mogelijk gehouden om planten en bloemen die hier vroeger groeiden weer een kans te geven. Het bos aan de overzijde is de Zijdelse Zomp. Daar zagen de vrijwilligers van Landschap Noord-Holland ook. Foto: Willem de Vlaming, Aalsmeer.

Natuur in hartje Uithoorn

Rond de thuisbasis van de knotgroep, bij het Zijdelmeer in Uithoorn, is het resultaat van tientallen jaren werken aan de natuur goed te zien. Vooral op de Boterdijk die langs het meertje loopt. De vrijwilligers krijgen steun (o.a. advies en gereedschap) van Landschap Noord-Holland.Maar ook voor Natuurmonumenten is deze knotgroep actief. Zij het altijd alleen in de wintermaanden. In april, wanneer de sapstromen van de wilg op gang komen, bergen de knotters hun ladders en zagen op in de Werkschuur bij de Boterdijk. Tegen de tijd dat de nachtvorst arriveert, klimmen ze weer de bomen in.

Tekst: Jan Maarten Pekelharing, met dank aan de Knotgroep Uithoorn

Publicatiedatum: 28/11/2011

Aanvullingen

Vul deze informatie aan of geef een reactie.

Plaats een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Vereiste velden zijn gemarkeerd met *. Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.