Keizer Napoleon in Hoogkarspel

In 1811 komt keizer Napoleon op doorreis door ons gebied. Op 5 september krijgen de gemeentes een brief met de aankondiging daarvan en wordt aan alle maires (burgemeesters) een zorgvuldige voorbereiding gevraagd. Onder de brief een PS: "Gij zult wel zorgen dat u van een behoorlijke Costume voorzien zijt".

Instructies

In de volgende brief wordt de opdracht gegeven om er voor te zorgen dat de wegen in goede staat zijn, alles opgeruimd, de bomen gesnoeid. Alle dorpen waar de keizer passeert dienen een erepoort op te richten. De tekeningen daarvan moeten vooraf ter goedkeuring worden ingezonden. Die van Hoogkarspel wordt niet in orde bevonden: “Het moet een landelijke groene boog worden welke meer door den vrolijken vorm den vergenoegden geest der ingezetenen en hunne vreugde over de tegenwoordigheit van hunnen souvereinen aan den dag legt”. Er is ook een brief met de mededeling dat er bij de doortocht niet geschoten mag worden. “Deze vreugdetekenen zijn in Frankrijk niet in gebruik”.
Op 9 oktober krijgen de maires van de dorpen waar de keizer mogelijk passeert de opdracht “dat alle de Huizen met kransen, groene takken en bloemen, als mede met vlaggen en wimpels versierd worden”. Op 15 oktober is het dan zover: de keizer heeft echter weinig tijd. Hij doet in sneltreinvaart Hoorn aan en reist daarna via Blokker en Westwoud, langs het Tolhek naar Medemblik. Bovenkarspel heeft vergeefs een erepoort opgericht.

Burgemeester van Tolhuijs

De route over de Tolweg was blijkbaar al lang tevoren gepland, want al in augustus komt er een brief, in het Frans, gericht aan “Mijnheer de Burgemeester te Tolhuijs”, met daarin “Ik deel u mede dat het noodzakelijk is een keuze te maken uit de paarden van de verhuurders van uw stad om 6 spannen paarden elk te vormen tezamen met de beste menners, om ten dienste te staan van Zijne Majesteit de Keizer. Deze 36 paarden dienen pas te worden bijeengebracht op het moment dat u daarover een volgend bericht zult ontvangen. Daarenboven dient u 8 paarden aan te wijzen die kunnen worden bereden. De trekpaarden dienen te worden voorzien van de nodige harnassen, er zijn geen zadels of teugels nodig voor de rijpaarden, onze foeriers zullen daarvoor zorgen. Er zal een schadevergoeding worden betaald van 3 francs per man en per paard. U dient een verantwoordelijk persoon aan te wijzen die de 36 paarden zal uitkiezen waar ik u om verzoek, en die de paarden bijeen zal brengen wanneer u daarvoor de opdracht zult ontvangen. Aan deze persoon zal een vergoeding van 8 francs per dag worden gegeven”.

Links het Medemblikker Tolhuis aan de Tolweg in Hoogkarspel. Tekening van A.F Kok, 1843.

Bron: Westfries Archief.

Links het Medemblikker Tolhuis aan de Tolweg in Hoogkarspel. Tekening van A.F Kok, 1843.Links het Medemblikker Tolhuis aan de Tolweg in Hoogkarspel. Tekening van A.F Kok, 1843.

Blijkbaar dacht de schrijver dat Tolhuijs de naam van de plaats was waarvan hij de burgemeester aanschreef. De brief is waarschijnlijk afgeleverd op het gemeentehuis, want hij is teruggevonden bij de ingekomen stukken van Hoogkarspel in 1811.
Niet teruggevonden is hoe het met de “bestelling” van 44 paarden is afgelopen. Zeker is wel dat de keizer via de Tolweg naar Medemblik is gegaan. Het moet een prachtig gezicht zijn geweest: een stoet van zes spannen met elk zes paarden en daarnaast nog eens acht ruiters te paard.Uit: F. Beerepoot, ‘De Tolweg en het Medemblikker Tolhuis’,  in: Jaarboek 2009 “Rondom De Leeuw” van de Stichting Historisch Hoogkarspel-Westwoud, blz.11.
bron: Westfries Archief, toegangsnr. 0070, inv.nr.36.

Publicatiedatum: 07/10/2011