Jan zonder geld

Het molenaarsbestaan is altijd armoe troef geweest. Bijbaantje waren dan ook noodzakelijk om het hoofd boven water te houden. Geen wonder dat molenaar 'Jan zonder geld' droomt van een ander bestaan. Maar het noodlot beslist anders.

Jan IJsbrantsz. Bijl en zijn vrouw Anna Pietersdr. betrekken in 1641 deze poldermolen E. Zijn molenaarsloopbaan in de Schermer begint enkele jaren daarvoor op de bovenmolen aan de Laanvaart. Het is een zwaar bestaan daar op de molen. Dat geldt voor elke molenaar en zijn gezin in die tijd. Maar de locatie aan de Laanvaart geeft ook nog eens geregeld wateroverlast.

Schermer Molens: Bovenmolen van Jan IJsbrantsz. Bijl aan de Laanvaart

Laanvaart met de molen van Jan IJsbrantsz. Bijl. Detail uit het Kaartboek van het Hoogheemraadschap van de Uitwaterende Sluizen. (Regionaal Archief Alkmaar)

Jan vaart regelmatig, in opdracht van het polderbestuur, schuiten vol aarde naar de molenwerven om deze op te hogen. Wanneer hij de kans krijgt, verlaat hij de Laanvaart en betrekt hij deze molen.

Bijbaantjes voor de molenaar

Het vaste jaarinkomen van een molenaar is onvoldoende om een normaal bestaan op te bouwen. Bijverdiensten zijn noodzakelijk en daar ontbreekt het in de polder niet aan. Uit de rekeningboeken die het polderbestuur bijhoudt, blijkt telkens weer dat het water noopt tot het aanvullen van dijken, het ophogen van kades en erven en dergelijke. Daarnaast wordt een strenge discipline in het schoonhouden en uitdiepen van sloten, tochten en kolken vereist, om het systeem draaiend te houden. Een andere zorg is de eindeloze reeks wegwerkzaamheden, die ervoor moeten zorgen dat de polder ook toegankelijk blijft over de weg.Voor al deze werkzaamheden kan de polder beschikken over een arbeidsreserve van molenaars die op deze wijze met instemming van het polderbestuur hun karig loon kunnen aanvullen.

Jan IJsbrantsz. Bijl, alias Calis Jan (een Jan zonder geld)  wordt in de rekeningboeken geregeld genoemd in verband met  uitbetalingen wegens baggeren en graven of het effenen van de wegen in de polder. Zo slaagt hij erin naast zijn vaste molenaarsloon, een extra inkomen te verkrijgen, waarmee hij een agrarisch bedrijf opbouwt. Daartoe pacht hij land, waarvan de jaarlijkse pacht hoger ligt dan zijn jaarloon als molenaar.

Betaling aan Jan IJsbrantsz. Bijl

Detail uit het achtste Rekeningboek van de Schermeer (fol. 71 v.) met verantwoording van een betaling aan Jan IJsbrantsz. Bijl.(Regionaal Archief Alkmaar, foto: M. Hoek)

Dromen van een beter bestaan

Jan en zijn vrouw Anna bouwen een kleine veestapel op. Ze bezitten drie melkkoeien, een jong rund, twee kalveren, twee schapen en twee biggen. Anna maakt van de melk zoetemelkse kazen, die weer verkocht worden.

Stalinterieur van Albert Cuyp

Het ‘Stalinterieur’ dat Albert Cuyp tussen 1645-1650 schilderde, geeft een beeld van een boerenbedrijf in de 17de eeuw. (foto: Dordrechts Museum, Dordrecht)

Waarschijnlijk heeft Calis Jan plannen gehad om zijn molenaarswerk op een gegeven moment in te ruilen voor een boerenbestaan. Zover is het echter niet gekomen. Uit de rekeningboeken blijkt dat hij tussen april en begin juni 1646 nog aan de weg werkt bij de Alkmaarse vaart van het Zeglis tot aan Schermerhorn. Op 6 juni van dat jaar overlijdt  Jan IJsbrantsz. Bijl. En daarmee komt een abrupt einde alle illusies.

Kaart Schermer

Kaart Schermer

© Schermer Molens Stichting/ tekstbewerking: Tanja Schermerhorn
QR:2. Poldermolen E.

 

Publicatiedatum: 24/02/2014