IJmuiden 1940: verhaal bij een oorlogsfoto

Een Duitse militair staat als overwinnaar op de noordpier van IJmuiden. Hij kijkt uit over het wrak van een groot schip, dat met zijn schoorstenen en bovendek nog half boven de golven uitsteekt. Een onbekende fotograaf legde het beeld vast. Het verhaal dat de foto vertelt lijkt duidelijk. Maar nee, het schip werd niet tot zinken gebracht door de Duitse bezetter.

Oceaanstomer afgezonken

Het schip is de oceaanstomer J.P. Coen van de Amsterdamse Stoomvaart Maatschappij Nederland. In de jaren voor de Tweede Wereldoorlog bracht het duizenden passagiers naar Nederlands-Indië. De J.P. Coen vond zijn laatste rustplaats op 14 mei 1940, in de uren dat Nederland capituleerde voor de Duitse militaire overmacht. Dankzij een dappere beslissing van overste Cornelis Hellingman, marinecommandant van de Stelling IJmuiden, die daarmee het Noordzeekanaal onbruikbaar maakte voor de vijand.

Duitse militair bij gezonken passagiersschip J.P. Coen, IJmuiden.

Duitse militair bij gezonken passagiersschip J.P. Coen, IJmuiden.

10-14 mei 1940: chaos in IJmuiden

Met de Duitse inval in de vroege morgen van 10 mei 1940 begon voor Nederland de Tweede Wereldoorlog. Duitse grondtroepen bereikten Noord-Holland pas dagen later. In de tussenliggende dagen speelden zich op de kade in IJmuiden dramatische taferelen af. Duizenden landgenoten, onder wie veel joodse burgers, probeerden een plaats te bemachtigen op de passagiers- en koopvaardijschepen die vanuit IJmuiden en Amsterdam inderhaast uitweken naar zee.

Sabotageplan

Intussen werkte het Nederlandse opperbevel samen met de Britse marine aan een plan om het kanaal en de haveninstallaties niet onbeschadigd in Duitse handen te laten vallen. Al enkele uren na de Duitse inval landden in het diepste geheim Britse commando’s op de kust. Zij plaatsten springladingen bij de Noordersluis en de Hoogovens en bij de grote benzineopslagtanks in de Amsterdamse haven. Om zoveel mogelijk schepen kans te geven om weg te komen, besloten de Nederlandse autoriteiten met de uitvoering van het sabotageplan te wachten. In de nacht van 10 op 11 mei werd onder Britse escorte de hele goudvoorraad van de Nederlandse Bank overgebracht naar Engeland. Ook prinses Juliana, prins Bernhard en de prinsesjes Beatrix en Irene staken vanuit IJmuiden veilig de Noordzee over aan boord van een Engelse torpedobootjager.

Hoog spel

In de middag van 14 mei, enkele uren na het verwoestende Duitse bombardement op Rotterdam, had het Nederlandse opperbevel geen andere keus meer dan de strijd te staken. Alle militaire commandanten werden per telex ingelicht. De capitulatie zou om 19:00 uur via de radio officieel bekend worden gemaakt.
De uittocht van schepen uit IJmuiden ging intussen onverminderd door. Marinecommandant Hellingman speelde hoog spel. Pas laat in de middag, terwijl hij al wist dat Nederland tot de overgave had besloten, gaf hij orders de springladingen bij de deuren van de Noordersluis tot ontploffing te brengen en de koelinstallaties van de Hoogovens op te blazen. In het toelatingskanaal naar de kleine sluis werd 500 ton erts gestort. Daarna werd de lege J.P. Coen tussen de pieren gemanoeuvreerd en met explosieven afgezonken, samen met enkele kleinere vaartuigen. De haven van Amsterdam was de rest van de oorlog onbereikbaar voor grote zeeschepen.

Overste Hellingman (1894-1979) ontkwam naar Engeland en diende tijdens de oorlog als onderzeebootcommandant. Na de bevrijding was hij onder meer militair raadsheer bij het Bijzondere Gerechtshof in Den Haag. Voor zijn moed werd hij beloond met verschillende onderscheidingen.

Auteur: Carly Misset.

Publicatiedatum: 30/12/2010