Huizen heeft eindelijk zijn eigen ‘canon’

Alles wat je over Huizen moet weten, staat in de vlot geschreven en rijkelijk geïllustreerde ‘Canon van Huizen’.

‘Canon’ is een nogal abstracte naam voor een fraai boek over de geschiedenis van dit Zuiderzeedorp, dat 4 oktober werd gepresenteerd in Huizen. Burgemeester Sicko Heldoorn mocht het eerste exemplaar in ontvangst nemen. Dat het boek er uiteindelijk gekomen is, is vooral te danken aan Ineke van Herwerden, die al sinds 1970 in Huizen woont en zich onder meer met klederdrachten en het Huizer dialect heeft beziggehouden.

In 2013 kreeg ze het boek Canon van Bunschoten, Spakenburg en Eemdijk in handen en eigenlijk vond ze dat er van haar geliefde woonplaats Huizen ook maar eens een canon moest komen. Ze richtte er zelfs een stichting voor op, benaderde sponsors en stak er ook nog een deel van haar eigen geld in. “Waarom? Ik vond gewoon dat dat boek er moest komen,” zegt ze nuchter en weg is ze, want menigeen wil graag dat ze het gloednieuwe boek signeert.

Hendrik Tavenier, “Het dorp huyzen”, 1782. Collectie Provinciale Atlas, Noord-Hollands Archief.

Kronkelstraatjes

‘Huizen is een merkwaardig dorp’ lezen we in Zwerftochten door ons land, een uitgave van de Zaanse N.V. Koek- en Beschuitfabriek v/h D.Hille & Zoon uit 1933. ‘De lage woningen van de visschers liggen er zoo gemoedelijk saamgedoken achter den slingerenden aarden wal als je door ’t open veld van de haven af komt. (…) Soms, als de wind op de kust staat, vlaagt blauwig de smook van de rookerijen door de kronkelstraatjes.’

Maar in 1933 was de visserij al lang op zijn retour en daarom voorziet de scribent van deze zwerftocht dat dit ‘visschersdorp in de hei’ steeds meer nieuwkomers zal aantrekken die er een landhuisje willen bouwen, zodat Huizen uiteindelijk zal veranderen in ‘een tuinstad zooals andere plaatsen in ’t Gooi.’

Bob Brobbel, straatje in het Oude Dorp van Huizen. Collectie Provinciale Atlas, Noord-Hollands Archief.

Paard en wagen

In de achttiende eeuw was de visserij echter nog één van de belangrijkste bronnen van inkomsten in Huizen, met 70 haringschuiten in 1753. Maar het was vooral de haven, die 7 oktober 1854 open ging, die voor een fikse opleving zorgde. Die haven was nodig omdat de vissersboten door de ondiepe bodem niet te dicht bij de kust konden komen. Met door paarden getrokken karren moest je een kwartier door zee waden om de schepen te bereiken.

Tijdens een storm in 1808 vielen er maar liefst 24 doden en bijna twintig jaar later vergingen nog eens 16 schuiten voor de rede van Huizen, omdat ze de bescherming van een haven misten. Maar toen de haven eenmaal open was, groeide het aantal botters snel: van 103 botters in 1880 naar 182 in 1885. Er werd vooral op bot en haring gevist, maar ook ansjovis, paling en garnalen werden uit het water gehaald. Vooral de ansjovis was zéér winstgevend. Met een goed ansjovisjaar kon je als visser met gemak een woning en ook nog eens een nieuwe botter bij elkaar verdienen.

Johan Briedé, Huizer botters op zee, 1929. Collectie Provinciale Atlas, Noord-Hollands Archief.

Bokkingrokerijen

En het bleef niet bij vis, want er ontstonden ook mandenmakerijen, waarin de vis onder andere naar Duitsland werd vervoerd. Ook de bokkingrokerijen, waar de haringen met duizenden tegelijk werden gerookt, profiteerden van de visvangst. Maar om verschillende redenen, zoals overbevissing en het heffen van invoerrechten door Duitsland, dat een grote afzetmarkt was, waren veel vissers uiteindelijk genoodzaakt hun schuiten te verkopen. Tussen 1920 en 1930 gooide de helft van de Huizer vissers het bijltje erbij neer. Toen de Afsluitdijk in 1932 was voltooid, hadden de meeste vissers dan ook allang een ander beroep gekozen. Zo vonden ze bijvoorbeeld emplooi in het bouwen van huizen voor stadsmensen in het Gooi. In 1956 verkocht de laatste visserman, Joost Westland, zijn schuit. Zijn familie zou later in de kaashandel gaan.

Historieprent met Huizer visventer (‘botboer’). Collectie Provinciale Atlas, Noord-Hollands Archief.

Breed scala

Het aardige van het 230 pagina’s tellende en prachtig vormgegeven boek, is dat de auteur, publiekshistoricus Sarah Remmerts de Vries, zo’n breed scala van onderwerpen onder de loep neemt: van Huizen in de Franse tijd tot de eerste Molukkers, van de watersnoodrampen tot het verzet in de Tweede Wereldoorlog. En dat allemaal geïllustreerd met foto’s, kaarten en soms oogstrelende oude prenten. Waar veel geschiedenisboeken bij de Tweede Wereldoorlog eindigen, pakt de auteur ook nog eventjes het moderne Huizen anno 2019 mee.

De Huizer geschiedenis wordt niet alleen uitvoerig beschreven, maar het boek bevat ook bijlagen met Huizer familienamen, kerken en scholen. Zo valt op dat Huizen, waar in 2018 41.368 mensen woonden, maar liefst 15 kerkgebouwen telt, waarmee het één van de christelijkste dorpen van Nederland is. En een protestantse enclave in een goeddeels katholiek Gooi.

In 1930 telde het dorp 8077 inwoners, waarvan 81,1% Nederlands Hervormd was, 7,7% Gereformeerd en 1,5% Rooms-Katholiek. Oh ja, en dan had je ook nog 425 ‘heidenen’ oftewel mensen die niet tot een kerkelijke gezindte behoorden.

Affiche voor de Gooische Stoomtram, 1913. Collectie Stadsarchief Amsterdam.

Stiekem voetballen

En hoewel de auteur niet al te diep ingaat op de invloed van het geloof, kun je die invloed wel uit verschillende hoofdstukken destilleren. Neem het voetballen, dat in 1927 werd geïntroduceerd. De eerste voetbalclub, het latere SV Huizen, beschikte aanvankelijk nog niet over kleedkamers, zodat de jongens zich in de bosjes moesten omkleden.

In die beginjaren, zo lezen we, zaten veel jongens nog stiekem bij de club, omdat hun ouders het hun verboden. Deels uit angst voor letsel, deels ook om religieuze redenen. Het geloof was zelfs – indirect – de oorzaak van de ondergang van een sierlijk paviljoen, De Rotonde, dat ooit aan de Paviljoensweg heeft gestaan. De Huizer jeugd mocht daar op zondag, als alle cafés in Huizen waren gesloten, graag een drankje drinken. En het bleef meestal niet bij één glas. Er vonden dan ook regelmatig opstootjes plaats, wat in augustus 1900 tot een noodlottig incident leidde. De eigenaar weigerde een groepje dronken Huizers de toegang, werd bedreigd en schoot één van de binnendringers neer, waarna deze overleed. De kranten spraken er schande van. Niet om de schietpartij, maar vanwege de Huizers die het interieur aan diggelen hadden geslagen. De eigenaar verkocht zijn paviljoen, dat de aanslag nooit meer te boven zou komen. In 1911 werd het, wegens bouwvallige staat, gesloopt.

Minder dramatisch, zeg maar ‘ludiek’, was de kraak van zwembad De Sijsjesberg op 14 juni 1970, waarbij zo’n 500 jongeren het zwembad bestormden en gedaan kregen dat je voortaan ook op zondag een duik in het water kon nemen. Maar met de zondagsrust was het gedaan.

Paviljoen De Rotonde, ca. 1900. Archief Oud Huizen in Beeld.

De stuwwallen

De Canon van Huizen telt dertig hoofdstukken en begint twee miljoen jaar geleden, toen Nederland nog één grote rivierdelta was. Kortom, zo’n periode waarbij de meeste mensen zich niets kunnen voorstellen, behalve historici dan. Het waren de rivieren die zand, grind en klei aanvoerden, waardoor de bodem geleidelijk werd opgehoogd. Die stuwvallen zijn kenmerkend voor het Gooise landschap. De Tafelberg van ruim 36 meter is daar een mooi voorbeeld van.

We laten de stuwwallen even links liggen en bladeren snel door naar één van de aardigste hoofdstukken, waarin een onbekend stukje Huizer geschiedenis wordt belicht: de PHOHI-zendmasten. Aan de zuidkant van huizen, op de rotonde die de Randweg met de Gooilandweg verbindt, staat een monument: een fors uit de kluiten gewassen schaalmodel, dat herinnert aan de stalen zendmasten die hier ooit hebben gestaan.

PHOHI-monument in Huizen. Foto door Rob Koet.

PHOHI-zendmasten

Het begon ooit met twee draaibare zendmasten die in 1927 op verzoek van de Nederlandse Draadloze Omroep op de storingsvrije Huizer Meent werden neergezet om radio-uitzendingen te verzorgen. In 1937 werden ze vervangen door twee nieuwe, zestig meter hoge zendmasten waarmee Philips korte golf radio-uitzendingen kon verzorgen voor Nederlanders in den vreemde. De masten konden draaien, zodat ze op verschillende werelddelen konden worden gericht, zoals Indonesië, Zuid-Afrika en Australië. De naam: Philips Omroep Holland-Indië oftewel PHOHI.

In dit internettijdperk is het moeilijk voor te stellen, maar in die tijd was de stem van de omroeper, ‘die klare stem uit Huizen bij Hilversum’ een vertrouwd rustpunt in een onbekende wereld. Of zoals iemand het eens uitdrukte: ‘Daar, temidden van de Sumatraansche oerwouden, hoorden wij de stem van Nederland.’

Duitse militairen op het zenderterrein, 1940. De zendmasten liggen nog overhoop door een sabotagedaad direct na de Duitse inval. Archief Oud Huizen in beeld.

Het verzet

Pikant detail: de Duitse bezetter maakte van de zendmasten gebruik, maar het verzet ook. De Duitsers hebben nog geprobeerd de zendmasten op te blazen toen ze zich moesten terugtrekken, wat door een actie van het verzet kon worden voorkomen. Dat kostte drie Huizer verzetslieden echter wel hun leven: Jacob Brands, Klaas Snel en Arie de Waal.

Aan het verzet (en het verraad) in de Tweede Wereldoorlog wordt uiteraard een apart hoofdstuk gewijd. En zo leren we dat zowel in de Oude als Nieuwe kerk op 31 augustus 1941 ter gelegenheid van de verjaardag van Koningin Wilhelmina het eerste couplet van het Wilhelmus werd gezongen. Dankzij een aanwezige NSB’er leverde dat de Hervormde Gemeente de niet misselijke boete van € 59.450,- op, die door de gemeente bijeen werd gebracht. Althans voor een deel, want er zijn grenzen.

Canon van Huizen door Sarah Remmerts de Vries is voor € 29,90 te koop bij de vier boekwinkels die Huizen rijk is. Er is een juniorversie in de maak.

Tekst: Arnoud van Soest
Omslagfoto: Perla Fotografie

Publicatiedatum: 09/10/2019