Lustplaets van den Heere Adam van Rijn, Schepen der Stad Amsterdam
In 1711 koopt Adam van Rijn, schepen van Amsterdam de hofstede “Hogergeest”. Op een gravure uit 1729 is het 18eeeuwse huis en de tuin met een grote parterre en tuinbeelden te zien. Bij een verkoop in 1758 wordt nog gesproken van een heerenhuis, met stalling voor 16 tot 17 paarden, koetshuis, tuinmanswoning, speelhuis, moestuinen, boomgaard en sterrebos. Het huis is aan het eind van de 18eeeuw alweer afgebroken. Daarna is het terrein door Jacob Boreel aan zijn buitenplaats Waterland toegevoegd.

Hofstede Hogergeest van Adam van Rijn in 1729, gemaakt door Hendrik de Leth (1703-1766). Bron: Noord-Hollands Archief.
Boswachtershuis door bezetter gesloopt
De landgoederen Waterland en Beeckestijn waren in de Tweede Wereldoorlog door de Duitsers bezet. Op het terrein van buitenplaats Hoogergeest stond toentertijd nog een langwerpig bijgebouw uit de achttiende eeuw. Hierin waren drie dienstwoningen gevestigd, waarvan er één werd bewoond door de boswachter. In 1943 is het bijgebouw gesloopt.

Foto van Hoogergeest. Bron: Noord-Hollands Archief.
In 1994 is door Buro Albers Adviezen een beheerplan opgesteld voor de buitenplaatsen Beeckestijn, Schoonenberg en Hoogergeest.

Mr. Jacob Boreel Jansz. (1711-1748) Bron: Noord-Hollands Archief
Landschap Noord-Holland / Cultuur Compagnie
Literatuur:
- Albers, L.H. Landgoederen van Zuid-Kennemerland, 1984
- Albers, L.H. Beheerplan Schoonenberg, Hoogergeest en Beeckstijn, 1994
- Bertram, Christian, Noordholland Arcadia, 2005
- Oldenburger-Ebbers, Carla S., Anne Mieke Backer en Eric Blok. Gids voor de Nederlandse tuin- en landschapsarchitectuur, Deel West, 1998
Publicatiedatum: 30/04/2012
Vul deze informatie aan of geef een reactie.
1 reactieIn de vijftiger en zestiger jaren was het terrein nog stevig omheind. In mijn herinnering behoorde het toe aan de familie Van Tuyll van Serooskerken.
Bij de entree was een kippenboer in het bos gevestigd.
Een eind verderop bij een open plek stond het zomerhuis van mijn ouders waar we elk weekend (dat in die tijd pas zaterdagmiddag begon) en elke vakantie vanuit onze bovenwoning in Amsterdam naar toe gingen met de trein. Overstappen in Haarlem.
Het betrof een oude Amsterdamse tramwagon met voor-en achterbalkon. De wagon was bekleed met hout en bij aankomst en vertrek moesten we altijd de luiken voor de ramen de- en hermonteren. Helemaal allen met ons gezin op dit grote terrein!
Inderdaad herinner ik me de entree elementen en sokkels met siervazen. En een stuk ruine van de door de Duitse bezetters gesloopte dienstwoningen.
Later zijn er twee damherten losgelaten op het landgoed: Japie en Jetje.
We hebben er een fantastische jeugd gehad.