Hoe wapengekletter uiteindelijk tot de Gouden Eeuw leidde

450 jaar geleden brak de tachtigjarige oorlog uit. Het Rijksmuseum wijdt er een grote tentoonstelling aan, maar Reno Raaijmakers van Amsterdam City Walks biedt deze zomer al een wandeling door Amsterdam aan over de strijd tegen de Spanjaarden.

Lees volgende verhaal

Reno Raaijmakers heeft een passie voor geschiedenis – hij studeerde archeologie – en kan er gedreven over vertellen. Dat blijkt als we hem vragen waarom die tachtigjarige oorlog zo belangrijk was voor Amsterdam. Maar eerst legt hij uit waarom Amsterdam pas in 1578 de wapens opnam tegen de koning van Spanje, terwijl veel andere steden in Noord-Holland dat zes jaar eerder al hadden gedaan.

Rondleider Reno Raaijmakers. Foto: ONH.

De reden is dat Amsterdam een streng katholiek stadsbestuur had. “In wezen was het een opstand van protestanten tegen katholieken.” De Nederlanden, dat toen nog uit 17 losse landjes bestond, waren voor het Spaanse koninkrijk een kip met gouden eieren. “In de Nederlanden, waar ook Antwerpen toe behoorde, werd het geld verdiend. Al die handelssteden moesten belasting aan Spanje betalen en Karel V gebruikte dat geld weer om oorlog tegen de Turken te voeren. Daar zaten die handelssteden ècht niet op te wachten.”

Rosenkransen

Maar pas toen Karels zoon Philips II hem in 1555 opvolgde, escaleerde de boel pas goed. “Karel V was een goede manager, hij informeerde naar je vrouw en kinderen en hij sprak Nederlands, want hij was in Gent geboren. Philips II sprak alleen Spaans. Hij was zo’n man die met rozenkransen op de koude vloer lag te zweren dat hij het protestantisme in de lage landen met wortel en tak zou uitroeien.” Om het verschil tussen vader en zoon maar even te omschrijven.

In oktober 1573 ging het voor de Spanjaarden goed mis, toen op een zandplaat bij Hoorn de Slag om de Zuiderzee plaatsvond, waarbij de Geuzen – de opstandelingen – de vloot van de Spaanse koning versloegen. “Nadat steden als Hoorn, Enkhuizen en Medemblik de kant van Willem van Oranje hadden gekozen, is daar nooit meer een Spanjaard geweest. Goed, de Spanjaarden hebben nog wel één keer geprobeerd om Noord-Holland binnen te vallen, maar dat was toen een Biesbosch-achtig gebied met smalle dijkjes, dat de opstandelingen makkelijk konden verdedigen. De enige stad die de Spanjaarden konden bereiken, achter de duinen langs, was Alkmaar, maar die aanval hebben ze kunnen afslaan.”

De Victorie

Het was op 8 oktober 1573, dat later bekend zou worden als de Victorie van Alkmaar, dat de Spanjaarden zich terugtrokken. Waarna Alkmaar, en later ook de andere Hollandse steden, gewoon weer verder konden gaan met hun handel, die gericht was op de Oostzee. “Je kon toen weer via Texel naar het Noorden varen, zonder dat je één Spanjaard tegenkwam.”

De Geuzen waren heer en meester op de Zuiderzee en daardoor werd het steeds moeilijker om Amsterdam te bevoorraden. “Er woonden destijds 30.000 mensen in de stad die allemaal gevoed moesten worden. De economie lag op zijn gat, er kwam geen graanschip meer door en mensen lagen dood te gaan op straat. Daar zijn ooggetuigenverslagen van. Uiteindelijk zei de bevolking, de gewone mensen, maar ook de handelaren: jongens, het is mooi geweest. En moest het stadsbestuur wel aftreden.”

Foto: ONH.

Sonoy

Geuzen worden in geschiedenisboekjes doorgaans als helden afgeschilderd, maar Raaijmakers zal niet ontkennen dat er ook tuig tussen zat. “Het was inderdaad een ratjetoe aan mensen. Zo was er ene Diederik Sonoy, die tot de lagere edel behoorde, die je gerust een IS-strijder avant la lettre mag noemen. Nadat hij Enkhuizen had ingenomen, liet hij meteen een aantal monniken executeren. In onze ogen zijn dat oorlogsmisdaden en daar gaat ook de tentoonstelling in het Rijksmuseum over.”

Na Enkhuizen trok Sonoy naar Medemblik, waar de schutters van de stad zich in kasteel Radboud verschansten. Vervolgens gebruikten de Geuzen de vrouwen en kinderen uit Medemblik om hen als levend schild voor zich uit te duwen, zodat de schutters niet op hun eigen familie zouden schieten. “Dat soort tactieken gebruikten ze, dus inderdaad, die Geuzen waren geen lekkere jongens. De schutters konden dan ook weinig anders dan ‘de poorten openen voor de Prins van Oranje,’ zoals Raaijmakers met lichte spot opmerkt.

 

Beeldenstorm

Tijdens de Amsterdamse wandeling, met de 80-jarige oorlog als thema, wordt onder meer de Oude Kerk aangedaan, waar de Beeldenstorm uitbrak, die in feite de aftrap was voor de strijd tussen protestanten en katholieken. “We bekijken De Waag op de Nieuwmarkt, wat destijds een stadspoort was, zodat je je een beeld kunt vormen hoe Amsterdam er toen uitzag. Maar we gaan ook naar het Oost-Indisch Huis, want na de val van Antwerpen, vluchtten de jongens van het grote geld naar Amsterdam, zodat het zich tot een stad van kunst en wetenschappen kon ontwikkelen. Rembrandt trok bijvoorbeeld van Leiden naar Amsterdam, omdat het hier beter toeven was.”

Ook het Triphuis wordt aangedaan, een gebouw dat nu vooral met de wetenschap wordt geassocieerd, ware het niet dat de familie Trip één van de grootste wapenleveranciers van Europa was. Het Triphuis had niet voor niets schoorstenen in de vorm van kanonnen. “En ja, we leverden óók aan de Spanjaarden, maar als we die kanonnen ergens in Brabant buit maakten, moesten de Spanjaarden bij Trip weer nieuwe bestellen. De oorlog was sowieso de motor van onze economie, want omdat we met de Spanjaarden in oorlog waren, kon de VOC in Azië weer Spaanse factorijen aanvallen. Dat is misschien ook wel het dubbele. Het begon als een burgeroorlog, met alle tragedie van dien, maar uiteindelijk leidde het tot een Gouden Eeuw.”

Burgeroorlog

Maar mag je het eigenlijk wel een burgeroorlog noemen, sputtert de verslaggever tegen. Was het niet gewoon een opstand tegen het bevoegd gezag van die tijd, tegen de Spanjaarden?
“Ja, maar vergis je niet, er vochten ook Nederlanders in het Spaanse regeringsleger mee. De mensen die voor de poorten van Alkmaar werden doodgeschoten, waren ook gewone Nederlandse schutters. Willem van Oranje zei ook niet voor niets dat hij de koning van Hispanje altijd had geëerd. De koning van Spanje was op dat moment het legitieme gezag, daar was iedereen het wel over eens.”

Maar als de Spanjaarden het legitieme gezag waren, waarom verzetten we ons daar dan tegen? “Dat lag ook héél gevoelig. Koningin Elisabeth van Engeland, dat ook protestant was, had moeite om de opstandelingen in de Nederlanden openlijk te steunen. Want het is nogal wat om je te verzetten tegen een vorst die door God is gegeven.”

De wandelingen door het Amsterdam van de 80-jarige oorlog vinden 31 augustus, maar ook op 2, 9 en 25 september 2018 plaats. Ze beginnen om 13 uur en eindigen om 14.15 uur. Wie zich op wil geven, kan een mail sturen naar info@amsterdamcitywalks.com. De kosten bedragen € 12,50 per persoon.

Op verzoek geeft Raaijmakers ook rondleidingen voor groepen door Noord-Hollandse steden als Haarlem, Alkmaar, Hoorn, Enkhuizen, Edam en Monnickendam. Meer hierover op www.amsterdamcitywalks.com.

 

Written by:

Other posts by

Oneindig Noord-Holland maakt verborgen verhalen zichtbaar samen met:

Bekijk het gehele partneroverzicht