Het schapenkampje op de Westerheide

De ruimte binnen de aarden wallen van de omwalling werd gebruikt als een schapenkampje. De schaapherder dreef hier zijn kudde samen. Het schapenkampje is dus een schaapskooi in de open lucht.

Schaarbrief

Schapen zijn belangrijk voor de hei. Als er geen schapen waren, zou de hei nu een grote grasvlakte zijn. Sowieso is het natuurlijk leuk om schapen te zien. Vroeger dachten de boeren er anders over. Zo rond 1400 was het houden van schapen een belangrijke bron van inkomsten. Om wildgroei te voorkomen werden er schaarbrieven uitgegeven. In de schaarbrieven stond aangegeven hoeveel vee een boer mocht laten grazen op de gemeenschappelijke gronden.

Niet alleen het scharen (letterlijk een stuk weiland dat een koe nodig heeft om zich te voeden) van koeien maar ook van schapen werden vastgelegd. Zo mocht ieder herderpaar (een herder met zijn gezin) een kudde van 33 schapen houden. Woonden er twee herderparen in een hoeve, dan mocht de kudde worden uitgebreid tot 45 schapen. In 1442 worden de routes van de schaapskuddes precies aangegeven. De schaapskuddes uit Hilversum volgden een andere route dan de Larense schapen. Iedere hoeder moest 12 stuivers betalen om zijn schapen te laten grazen. Een toezichthouder zag hier op toe.

James de Rijk, Studie van vijf schapen. James de Rijk (1806-1882), Studieblad van schapen, collectie Francois Renou. Beeld: Archief Gooi en Vechtstreek, Hilversum.

Wol van de schapen

De schapen leverden ook wol. Niet voor niets was er een bloeiende textielnijverheid in het Gooi. Eerst was vooral het Naarder laken (wollen stof) populair. In 1453 wordt in een  brief van de Hanzestad Bremen aan de Hanzestad Lübeck voor het eerst melding gemaakt van het Naarder laken. Later zijn Hilversum en op kleinere schaal ook Laren belangrijke weversdorpen.

Schaapskudde met herder op de heide. Beeld: collectie Archief Gooi en Vechtstreek, Hilversum, foto Jacques Stevens.

Teloorgang weverijen

Rond 1800 telde de Gooise heide 2000 schapen. Zestig jaar later was dit aantal gegroeid tot zelfs 3000. Door de teloorgang van de weverijen en het terugdringen van het agrarische bedrijf nam ook het aantal schapen op de Gooise heide af. Totdat er een moment was, in 1962, dat er helemaal geen schapen meer op de heide graasden. Dat is nu gelukkig wel anders. Al hebben de schapen een hele andere rol gekregen. Nu zorgen ze vooral voor het onderhoud van de heide.

Schapenkampje. Een schapenkampje is een schaapskooi in de open lucht. Beeld: Goois Natuurreservaat.

Bemesting heide

De scheiding van de routes was niet voor niets. Wanneer er besmettelijke zieken uitbraken zou besmetting worden beperkt. Bovendien kon beter gecontroleerd worden of de herders zich aan de regels hielden. De begrazing van de hei door de schapen was belangrijk voor de boeren. Zij plagden de heide af en in de potstal werd de mest gemengd met plaggen. Dit mengsel werd gebruikt voor het bemesten van hun akkers. Voor de bemesting van een hectare landbouwgrond was negen tot tien hectare heidegrond nodig. Er was in feite eeuwenlang een stroom van organisch materiaal van de hei naar de akkers. Zonder hei was er geen aanvoer van voedingsstoffen voor rogge, boekweit en aardappelen op de akkers.

Bron

A. Kos, Gooise grazers, Goois Natuurreservaat 2010.

Publicatiedatum: 23/05/2011

Aanvullingen

Vul deze informatie aan of geef een reactie.

Plaats een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Vereiste velden zijn gemarkeerd met *. Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.