Het Maandagmannetje

Kwadijkers en Middelieërs kennen het volksverhaal over het Maandagmannetje wel. Het verhaal gaat dat het Maandagmannetje op maandagen al zingend langs de deuren in Kwadijk en Middelie trok. Dit veranderde ten tijde van de Tweede Wereldoorlog. Met zijn repertoire verdiende hij de kost. Een armoedzaaier, zo werd vermoed. Echter, was dat wel zo?

Zingend langs de deuren

Voor de Tweede Wereldoorlog was de zanger al een bekende verschijning in de dorpen Kwadijk en Middelie. Hij bezocht ze wekelijks op maandag. Niemand wist wie hij was, alleen dat hij in een logement bij de Beemsterbrug in Purmerend woonde en de eerste werkdag van de week langs de genoemde dorpen trok. ‘s Morgens vroeg kreeg hij een lift van Siem Bruning die dagelijks met paard en wagen de melk ophaalde bij verschillende boeren in Kwadijk en Middelie die hij vervolgens afleverde bij melkfabriek Hollandia in Purmerend. Het Maandagmannetje mocht met Siem meerijden naar het Noordeinde van Middelie. Daar scheidden hun wegen. Bruning ging de boeren langs en het Maandagmannetje begon zijn zangronde. Al zingend trok hij langs de deuren en werd daarvoor beloond in klinkende munt.

De dorpsstraat in Kwadijk voor de Tweede Wereldoorlog. Beeld: Collectie Oud-Quadyck.

Geen tijd om te zingen

Na Middelie liep hij langs het Zeevangsdijkje naar Kwadijk en ging ook daar langs de huizen. Jarenlang was hij ook hier een bekende verschijning die het amusement als het ware aan de deur bracht. De Tweede Wereldoorlog bracht daar verandering in. Niet dat het Maandagmannetje het voor gezien hield. Nee, hij kwam wel, maar zong niet. “Want”, zoals hij eens tegen een Kwadijker zei, “doordat we nu in oorlogstijd leven, is het beslist geen tijd om te zingen.” Toch kwam hij trouw elke week aan de deur in Kwadijk en Middelie en kreeg net zo trouw een kleine beloning, zo ging de overlevering.

Middelie, woonhuis dorpsstraat. Beeld: Wikimedia Commons / Marjon.

Niet onbemiddeld

De Kwadijkers en Middelieërs wisten niet beter dan dat het Maandagmannetje arm was. Anders zou hij toch zeker niet komen? Dat was dan toch verkeerd gedacht, want uiteindelijk bleek het Maandagmannetje absoluut niet onbemiddeld te zijn. Dat was aan zijn kleding wel te zien. Hij droeg meestal een grijze rijbroek met dito jasje, een pet, hoge schoenen en daarboven zwarte leren beenkappen. Hij had meestal een zwarte paraplu bij zich, hangend aan zijn arm of in gebruik als wandelstok. Niet de kleding van een armoedzaaier.

Publicatiedatum: 04/02/2011