Het gemaal van de polder Zeevang

Het gemaalcomplex is in 1879 gebouwd als stoomgemaal met twee vijzels ten behoeve van de polder Zeevang. Het complex bestaat uit een machinegebouw met voor- en achterwaterlopen en een machinistenwoning. De schoorsteen en kolenloods zijn verdwenen.

Geschiedenis

De polder Zeevang is een grote polder van 3219 hectare die vroeger werd bemalen door vijf vijzelmolens. In 1872 werd bij Edam het eerste stoomgemaal gesticht dat in 1920 werd afgebroken. In 1879 werd op de plaats van een vijzelmolen bij Kwadijk een tweede, groter stoomgemaal gebouwd naar het ontwerp van het ingenieursbureau W.C. & K. de Wit uit Amsterdam. Gezien de grootte van de polder koos men een dubbele installatie met twee vijzels. Hoewel de nadelen van de vijzel, vergeleken bij centrifugaalpompen, bekend waren werd voor de bemaling van grote polders toch dikwijls een vijzel verkozen. Omdat de grote polders minder gevoelig waren (en zijn) vor snelle peilschommelingen ten gevolge van neerslag was een langdurige onafgebroken bemaling nodig.

Het gemaal van de polder Zeevang. Provincie Noord-Holland

Hoewel de grootte van dit gemaal niet gebruikelijk was, vertoont ook dit gebouw de kenmerken van W.C. en K. de Wit. De gevels zijn weliswaar ongeleed, maar de zestien vensters in de voorgevel en de tien vensters in de achtergevel zijn overeenkomstig de inwendige indeling van het gebouw gegroepeerd. Iedere gevel is verdeeld in twee helften met elk een symmetrische indeling. Dit weerspiegelt het interieur dat is gescheiden in een ketelruimte en een machine-opvoerruimte.

In 1917 werd het gemaal onder leiding van W.C. & K. de Wit ontstoomd. De vijzels werden vervangen door Werkspoor schorefpompen. Afgezien van enkele kleine aanpassingen is het gemaal sinds 1917 ongewijzigd.

In de gevel van het machinegebouw is een natuurstenen gedenksteen te vinden waarvan de tekst luidt: ‘De dijkgraaf/ van den zeevang/ S. Bark /  heeft 23 juni 1879/ den eersten steen gelegd’.

Interieur

Het interieur bestaat uit twee helften. Links bevindt zich de voormalige ketelruimte, die tegenwoordig in gebruik is als berging en werkplaats. De rechterhelft bevat een centrale entree, met links daarvan de oorspronkelijke werkplaats en rechts de traforuimte.

Achter de entree bevindt zich de machineruimte. De entree is gedeeltelijk betegeld en van een houten spiegelplafond voorzien. Er zijn twee zeer oude electrische hanglampen, alsmede een zwarte natuurstenen gedenksteen met vergulde letters en de tekst: ‘Verbouwd in 1918/ onder het bestuur van / D. Vels Dijkgraaf / K.L. Bakker / C. de Boer / J.N. Huiberts / P. Beets Heemraden / C. Vink / Jn. Hooyberg / C. Visser / S. Vink/ J.R. Pals/ Jn Laan/ M. Diets / hoofdingelanden/ J. Verweel sercre/ taris/ Jg. Oosterleek. Penningmeester / W.C. & K. de Wit, ingenieurs’. Tevens is er een polychroom tegeltableau met als tekst: ‘1940/ geïnundeerd 10 mei/ drooggevallen 8 juni / dijkgraaf J. Laan’. Afgebeeld zijn een polderlandschap, een kaart van de polder, vijf wapenschilden en het wapen van de polder met twee leeuwen.

Waarde

Het complex is van architectuurhistorische betekenis als goed en kernmerkend voorbeeld van een groot poldergemaal van dergelijk bouwtype naar ontwerp van de ingenieurs W.C. & K. de Wit, maar ook vanwege de goede hoofdvorm, gevelindeling en materiaalgebruik.

Cultuurhistorisch is de combinatie van gemaal, waterlopen en machinistenwoning van belang als voorbeeld van een in aanleg gaaf en zeldzaam geworden element uit de geschiedenis van de waterhuishouding in Noord-Holland, in het bijzonder als voorbeeld van het functioneren v an een stoompoldergemaal, zoals deze vooral na 1870 tot ontwikkeling kwam.

De combinatie van gemaal met waterlopen en Kwadijk is door situering in het open polderlandschap van ruimtelijk-landschappelijke waarde. Van het interieur komen om historisch-civiel-technische redenen de Werkspoorschroefpompen en de twee electromotoren met name voor bescherming in aanmerking

Adres: Zeevangsedijk 2, Kwadijk.

Publicatiedatum: 10/03/2012