Het geheim van De Papegaai

Tussen de winkels in de Kalverstraat staat een 19e-eeuws neogotisch geveltje ingeklemd. ‘Een kwartier voor God’ vermeldt een groot bord. Er is maar weinig winkelend publiek dat zich laat overhalen om even naar binnen te stappen. Terwijl ook voor niet-gelovigen een bezoek aan De Papegaai een openbaring is.

De gevel van De Papegaai aan de Kalverstraat.

De gevel van De Papegaai aan de Kalverstraat.De gevel van De Papegaai aan de Kalverstraat.

De Papegaai is de volksnaam van de HH. Petrus en Pauluskerk, een voormalige rooms-katholieke schuilkerk. De smalle, lage gevel wekt de indruk dat het om een klein intiem kapelletje gaat, niet veel groter dan een woonhuis. Maar wie door de kleine draaideur binnengaat wacht een verrassing.

Achter de smalle gevel blijkt een forse kerk verscholen, veel breder, hoger en dieper dan de gevel doet vermoeden. Van de drukke Kalverstraat merk je binnenin niets, er hangt een serene rust. Op doordeweekse dagen zitten verspreid over de vele kerkbanken altijd wel een paar mensen te bidden of te genieten van de stilte. Vooraan in de ruimte bungelt een stenen papegaaitje.

Het interieur van De Papegaai.

Het interieur van De Papegaai.Het interieur van De Papegaai.

Het begin van De Papegaai

De Papegaai is de grootste nog in gebruik zijnde schuilkerk in Amsterdam. In de zeventiende eeuw werd de kerk gesticht in het voormalige woonhuis van de familie Bout aan de Kalverstraat. In die tijd was het uitoefenen van het rooms-katholieke geloof in Amsterdam verboden. Met de Alteratie van 1578 was Amsterdam officieel een gerefomeerde stad geworden.

Toch besloten veel Amsterdammers de ‘paapse’ kerk trouw te blijven. Door de hele stad heen ontstonden tientallen rooms-katholieke schuilkerken. Van buiten leken het gewone huizen, van binnen waren het volwaardige kerken met alles erop en eraan. De schuilkerken waren een publiek geheim. Officieel bestonden ze niet, maar iedereen wist waar ze waren en wie ze bezochten. Zolang de katholieken niet al te opzichtig hun geloof beleden, werden de kerken oogluikend toegestaan.

Naast De Papegaai, begonnen in 1672, was ook bijvoorbeeld Het Boompje populair bij de katholieke Amsterdammers. Deze schuilkerk bevond zich aan het eind van de Kalverstraat op de plek waar later lange tijd het warenhuis V&D was. Aan de Oudezijds Voorburgwal lag Het Hert of Het Haantje. Jan Hartman (1619-1668) had er de zolder van zijn woonhuis tot een prachtig kerkje verbouwd. Tegenwoordig is het een museum: het bekende Ons’ Lieve Heer op Solder.

Einde van de schuilkerk

De schuilkerken hebben tot aan het eind van de achttiende eeuw bestaan. Dankzij de Bataafse Omwenteling kwam er in 1795 vrijheid van godsdienst. De rooms-katholieken hoefden zich vanaf toen niet meer te verschuilen. In Amsterdam verrezen in de loop van de negentiende eeuw overal rooms-katholieke kerken. Zelfbewust staken hun torenspitsen hoog in de lucht.

De meeste schuilkerken verdwenen. De Papegaai bleef als een van de weinige in gebruik, maar onderging wel een grootscheepse metamorfose. In 1848 verrees er een nieuwbouwkerk achter de huiskerk. Vijftig jaar later werd deze vergroot door de voormalige schuilkerk te slopen. De Papegaai kreeg zo zijn huidige neogotische geveltje direct aan de Kalverstraat, vol kunstig beeldhouwwerk en sfeervol mozaïek.

Auteur: Emma Los.

Een van de mozaïekafbeeldingen bij de ingang.

Een van de mozaïekafbeeldingen bij de ingang.Een van de mozaïekafbeeldingen bij de ingang.

Publicatiedatum: 26/01/2011

Aanvullingen

Vul deze informatie aan of geef een reactie.

Plaats een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Vereiste velden zijn gemarkeerd met *. Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.