Het bijzondere levensverhaal van Bram en Aagie uit Graft

Het Kleinste Winkeltje van Nederland, Bram en Aagie te Graft bestaat in 2010 120 jaar. Het winkeltje draagt de naam van Bram en Aagje van Petten. Zij waren de afgelopen 80 jaar de uitbaters. Ook bestierden zij in de Eilandspolder een tuinderij en later camping. Een bewogen tijd. Hieronder vindt u hun bijzondere verhaal.

Uitbater in ’t Winkeltje anno 2011.

Uitbater in 't Winkeltje anno 2011.Uitbater in ’t Winkeltje anno 2011.

Het verhaal van Bram en Aagie

Dit waargebeurde levensverhaal speelt in een tijd dat het vervoer overwegend met paard en wagen gebeurde, de trekschuit en de zeilschepen nog volop in functie waren. De eerste auto’s van de notabelen deden hun intrede in Noord-Holland. Bram is geboren als zoon van een van de zeven bakkers op Graft in 1905. Het ouderlijk huis van Bram in de Raadhuisstraat was in 1904 gekocht door zijn vader Cornelis van Petten Abrahamzoon, broodbakker te De Rijp van de heer Cornelis Vennik broodbakker te Heiloo. Aagje, de oudste dochter van de café-baas van het Rijper Wapen vlak bij de Beemster brug in De Rijp, is geboren in 1911.

Tuinbouw in de Eilandspolder

Het huidige Winkeltje had bestaansrecht gekregen. Zoals gebruikelijk hielpen de kinderen de ouders om het hoofd boven water te houden. Bram ventte brood voor zijn vader met de bakfiets en hondewagen, hetzelfde brood wat ook in het Winkeltje werd verkocht. Het betekende vaak: voor een half broodje naar de Wormerweg in de Beemster en naar de Noordeinde-meer lopen of op de fiets en daar het broodje afleveren. Katholieken kochten bij de katholieke bakker, doopsgezinden weer bij de doopsgezinde bakker enz. Er moest dus veel kilometers gemaakt worden om het brood te slijten. Al op jonge leeftijd wist Bram in ieder geval wat hij niet wilde worden…bakker! Nee, na de lagere school en een aantal bazen later kwam Bram te werk op een tuinderij. Het werk lag hem wel, je kon wel zeggen dat Bram groene vingers had. In die tijd, rond 1925, was er veel tuinbouw in de Eilandspolder. De grond hier, klei op veen-grond, was zeer vruchtbaar. Algemeen was de opvatting dat de Eilandspolder het tuinbouwgebied van Nederland zou worden. Alle akkers waren ontgonnen en werden gebruikt voor de teelt van aardappelen, wortelen, augurken, bloemkool, bonen, rode kool enz. Een aantal bedrijven had ook kassen en platglas bakken. Een gemiddeld tuinbouw bedrijf was 0,5 tot 1 ha groot, de glasopstanden maten vaak niet meer dan 1000 m2. Dat kon ook niet omdat alles met de hand gebeuren moest, zoals spitten, klauwen (grond fijn maken) harken, mest opbrengen zaaien en oogsten. Dat oogsten hield nog wat in; bijvoorbeeld bloemkool, eerst met de schuit de polder in naar de akker, ongeveer een uur varen (kloeten met de hand, later een motor) de kool werd gesneden, kool in de kist, kisten op de schuit sjouwen, schuit naar De Rijp kloeten, boot lossen op binnevaartschuit van Schipper Visser en daarna naar huis. Schipper Visser bracht de handel weer naar de veiling op Purmerend waar het geveild werd. En dan maar hopen dat de inspanningen beloond werden bij de verkoop van de bloemkool.

Nieuwe grond

Bram wilde dus tuinder worden maar hij had nog geen land. Op een dag hoorde hij dat de grond tegen over zijn ouderlijk huis te koop zou komen. De broers en zus Brugge hielden de tuinderij voor gezien, ze waren dan ook al op leeftijd. Bram beschouwde dit als de kans van zijn leven, hij ging naar de notaris die de verkoop regelde. De notaris was er niet: men zei dat hij beter naar huis kon gaan om later terug te komen, dat vertikte Bram, hij bleef zitten. Dat was maar goed ook want even later kwam de buurman Bark binnen die ook de grond graag wou hebben. De notaris was laat thuis maar Bram was eerste gegadigde en kocht de grond. Bram was nu de gelukkige bezitter van 0,8 ha grond achter het oude raadhuis van Graft.

Huwelijk met Aagje

Nu Bram eigenaar en tuinder was geworden kon hij eindelijk Aagje ten huwelijk vragen. Aagje had het in die jaren niet makkelijk gehad. Haar vader, de kastelein van het Rijper Wapen, was niet erg zakelijk en had een grote voorliefde voor muziek. Van muziek kon je toen niet eten en de zaak draaide minder en minder. De familie moest het Rijper Wapen verkopen en woonde daarna in Krommenie. Bram haalde Aagje uit Krommenie vandaan en ze verloofden zich (verlovingsfoto hangt in de receptie van Camping en Tuinderij Welgelegen). Kort erna, in 1930, trouwden ze. Bram was echt een tuinder in hart en nieren, het ging goed met het bedrijf. Het bedrijf breidde uit naar 1,6 ha er kwamen knechten om het werk rond te zetten. Naast de volle grond kwamen er steeds meer platglas bakken. Deze bakken hadden betonnen randen en hierop werden de broeiramen gelegd. De teelt werd steeds fijner (grove producten als uien, peen etc. werden ingeruild voor soepgroenten, bonen sla, meloen etc.). Bram kreeg de bijnaam Bram Soep. Het ging zo goed dat er kassen werden gebouwd: het zogenaamde rolkas type (de wanden bleven staan, het dak werd verreden zodat er aldoor een nieuwe teelt onder glas was, en de grond zonder dak weer klaar gelegd kon worden voor de volgende bewerking).

Kleinste winkel van Nederland

Aagje deed het huishouden, verkocht de groenten deels aan huis in het Winkeltje en schuur en bracht natuurlijk koffie naar de overkant en hielp mee zoveel ze kon. Gelukkig was er niet alleen maar tijd om te werken, ze kregen vier kinderen. Ook toen nog hielpen de kinderen voor en na schooltijd zoveel mogelijk mee (moet je nu eens proberen, dan heb je de arbeidsinspectie zo op je dak). Opa Bram bleef tot op hoge leeftijd ‘tuinen’. Hij was samen met de families Eyk, Roelofsen en Blokdijk nog een van de weinige tuinders in de Eilandspolder. De verwachting dat de polder het tuinbouwgebied van Nederland zou worden is maar kort uitgekomen. In de jaren 50 deed de mechanisatie zijn intrede. De zachte grond had te weinig draagkracht om de zware trekkers te houden, de (hand)arbeid werd te duur. De knechten gingen naar de fabrieken waar ze minder zwaar hoefden te werken en meer betaald kregen. Nadat het noodlot had toegeslagen en Bram en Aagje geen opvolger meer hadden, besloten Bram (64 jaar) en Aagje van de tuinderij een camping te maken. Camping Welgelegen was geboren. Tot Brams 83e jaar runden ze samen de camping. Het Winkeltje werd de sigaren en sigarettenwinkel van het dorp. Een drijfveer van opa Bram was dat de camping in de familie moest blijven, tot zijn vreugde gebeurde dit ook. Zijn kleindochter nam de camping over, en naast camping werd ook de tuinderij nieuw leven in geblazen door de overname van de kassen van familie Eyk. In het woonhuis woont nu hun kleinzoon: deze is uitbater van de Kleinste Winkel van Nederland.

www.bramenaagie.nl
www.campingtuinderijwelgelegen.nl
’t Kleinste Winkeltje van Nederland: Bram en Aagie.
Raadhuisstraat 21 1484 EN, Graft

Interview n.a.v.120 jarig-bestaan van Bram en Aagie 2010.

Publicatiedatum: 13/03/2011