Het 8 oktoberfeest Alkmaar

Elk jaar op 8 oktober vieren de Alkmaarders Alkmaars Ontzet. Op die dag in 1573 gaf het Spaanse leger het beleg van de stad op. Anderhalve maand lang hadden de soldaten van Don Frederik, de zoon van Alva, die eerder Haarlem hadden ingenomen, tevergeefs Alkmaar belegerd en herhaaldelijk bestormd. De geuzen, aangevoerd door Sonoy, waren de stad te hulp gekomen, hadden de sluizen geopend en de dijken doorgestoken. Daardoor kwam de omgeving onder water te staan en moesten de Spanjaarden zich terugtrekken. Het was een keerpunt in de Tachtigjarige Oorlog: van Alkmaar begint de victorie!
De jaarlijkse viering van de overwinning is hét feest voor en door de Alkmaarders. Zes dagen lang zijn er naast de herdenkingsplechtigheid allerlei evenementen voor jong en oud zoals optochten, theatervoorstellingen, concerten en sportwedstrijden. Anja Maas – Van Vliet herinnert zich uit haar jeugd de viering van 1960.

Het Victoriebeeld.

Het Victoriebeeld.Het Victoriebeeld.

Spanning

Het is bijna zo ver! Mijn tante is bijna klaar met mijn pakje. Zij kan als de beste kleding maken en pakjes zoals deze zijn voor haar een uitdaging. Elk jaar komt ze voor die gelegenheid naar Alkmaar en blijft dan een tijdje logeren. We bedenken dan met z’n allen wat deze jaarlijkse verkleedpartij mij voor vermomming gaat opleveren. Zo origineel en natuurlijk zo mooi mogelijk. Ik wil heel graag winnen, dat willen de kinderen allemaal wel. Maar zij hebben niet mijn tante… Dit jaar is het de bedoeling dat de kinderen in de optocht verkleed gaan als dieren. Van een oud bruin gordijn naait tante een apenpakje en mijn vader maakt de staart van ijzerdraad, zodat er een mooie stevige krul in zit. Natuurlijk maakt tante deze ook bruin met stof van hetzelfde gordijn. Het is allemaal zo spannend! Mijn vader is elke avond tot heel laat aan het werk voor de grotemensenoptocht. Hij is bloemist en maakt altijd een paar wagens heel mooi. Het is wel hard werken. Dat moet wel, want anders zou hij niet zo laat thuiskomen.

Babyaapje met teenhandschoenen

“Tante, het kriebelt!” zeg ik verongelijkt, “en het zit zó niet lekker.” “Tja, het zijn gordijnen, kind, geen lekkere pyjama. Het is maar voor even”, probeert ze me op te beuren. “Sta eens stil. Zo kan ik niet zien of alles goed zit.” Voorzichtig speldt ze het pakje nog iets strakker. “Anders is het net een hobbezak”, lacht ze, “en lijk je niet op een aap.” Eindelijk mag het kriebelding weer uit en maakt tante het pakje zo, dat het wel goed past. Nu gaat ze de voeten maken. Hiervoor heeft ze weer andere stofjes opgedoken op zolder. Ze zegt dat ze handschoenen voor mijn voeten gaat maken, want het moeten wel echte tenen lijken. Ik moet ervan giechelen. Echte apentenen… “Misschien vind je het wel leuk om een babyaapje te zijn?” vraagt tante met haar ideeënhoofd. Zo noem ik dat wanneer ze zo kijkt, als ze weer eens wat bedacht heeft. “Tuurlijk wil ik dat graag! Maar hoe gaan we dat dan doen?” vraag ik haar, terwijl ik al weet, dat het antwoord er zo aankomt. “Een flesje melk. Een echt flesje, met speen! Je moeder heeft er vast nog wel ergens eentje.” “Ja, dat is leuk!” roep ik terwijl ik een rondedansje maak. “Lekker gek doen met die fles, dat vinden ze vast wel grappig.” “Durf je dat wel?” “Tuurlijk wel! Als ik geschminkt ben, dan kan ik geen bril meer opzetten. Een aap met een bril, een giller! En zonder die bril zie ik de mensen toch niet,” maak ik tante duidelijk. “Goed, dan doen we dat”, knikt tante en begint mijn voet op te meten om mijn teenhandschoenen te maken.

Wedstrijddruk

Pappa is heel blij. De organisatie heeft hem de praalwagen toegewezen, die hij zo graag wilde opmaken. Enthousiast helpt hij mee de benodigde bloemen in de juiste kleuren uit te zoeken. Hij lacht veel, dat is zo fijn. Mamma vindt het minder leuk, want hij is zo weinig thuis, maar ze is achteraf altijd heel trots op hem wanneer ze de wagen ziet en vertelt iedereen dat pappa die opgemaakt heeft. Ook helpt hij mee met de andere wagens en natuurlijk vertelt hij precies welke toef bloemen hij daarvoor gemaakt heeft. Ik ben zo benieuwd hoe het dit jaar zal zijn. Ik krijg van die vlinders in mijn buik, al vanaf het moment dat mamma me opgegeven heeft voor de jeugdoptocht. Alsof het morgen al feest is.
Het voorbereiden is altijd erg leuk, maar ergens vind ik het toch wel een beetje eng. Altijd ben ik bang het niet goed genoeg te doen. Dat komt omdat het een wedstrijd is, dan moet je natuurlijk wel de beste zijn en ik heb geen idee of ik dat wel kan. Gelukkig is tante er om me moed in te spreken. Zij zegt, dat ze wéét dat ik het kan. Het is de laatste avond voor de grote dag. Pappa zal wel hele nacht wegblijven zoals altijd. Dan is hij de volgende morgen heel moe en slaapt een klein beetje uit. De optochten wil hij natuurlijk niet missen. Gelukkig komen ze allebei voor onze deur langs. Zo hoeft hij niet ver weg.

Versiering met bloemen.

Versiering met bloemen.Versiering met bloemen.

De laatste voorbereidingen

Op 8 oktober zal ik ’s morgens eerst naar een meneer gaan die voor toneelstukken de mensen schminkt. Hij kan het erg goed, heeft mijn vader me beloofd. Hij kan me echt op een aap laten lijken. Morgen is het eindelijk zo ver! Ik kan niet meer wachten. Vanmorgen heeft tante de oortjes op het apenhoofd gemaakt. Ze zijn net echt! Nog een paar kleine dingetjes en het pak is helemaal klaar voor de grote dag. In de voeten zitten kussentjes, zodat ik zonder schoenen kan lopen. Onder het pakje moet ik een pyjama aan, want het is best koud in oktober en dan kriebelt het ook niet zo. Mijn fles staat al klaar en mamma zal er ’s morgens melk in doen. Mijn vriendje is ook best wel zenuwachtig. Hij doet mee in de drumband Soli Deo Gloria. Ik hoop dat ik bij hem in de buurt mag lopen. Dat is veel leuker dan alleen. Pappa moet vannacht alles nog afmaken. Het is veel werk, maar hij vindt het wel heel leuk. Wat zal hij morgen moe zijn…

Apekop

Pappa slaapt nog. Ik moet vroeg uit mijn bed, want mamma brengt me naar de schminkmeneer. Tante zet thee en maakt een broodje. Ik lust het niet door de zenuwen. “Gaan we nou, mam?” roep ik ongeduldig, “anders komen we nog te laat!” “Eerst helemaal aankleden met pakje en al. Zo kan je apengezicht goed gemaakt worden en kan het niet meer uitvegen,” legt ze uit. Best raar hoor, zo over straat. Achter op mamma’s fiets zit ik alvast te oefenen met gek doen. Dat vindt ze niet leuk en wordt een beetje boos. “Straks kun je nog gek genoeg doen, hoor!” bromt ze, “nu even stilzitten, want straks vallen we nog.” Gelukkig woont die meneer niet ver weg. Een paar straten verderop. Al gauw zijn we er en stilletjes bewonder ik de mooie piano in de huiskamer, terwijl alles klaar wordt gezet. Midden in de kamer zet hij een stoel neer, ernaast zijn rijdend tafeltje met alle benodigdheden. Ik moet gaan zitten en hij begint meteen. Oh, wat kriebelt dat! En dan dat uitsmeren, hij trekt mijn gezicht alvast in allemaal gekke bekken. Wat zal dat een raar gezicht zijn. Ik kan niet wachten tot het af is. Gelukkig is hij snel klaar. Hij is het gewend om dit werk te doen. Nu bril op en in de spiegel kijken. “Jeetje, ik ben écht een aap!” roep ik enthousiast en ren rondjes door de kamer. “Rustig nou maar. Je moet nog een heel eind lopen hoor!” zegt mamma, “straks ben je al moe voordat je begonnen bent.” “Gaan we er nu meteen heen?” Ik wil natuurlijk direct showen aan mijn klasgenoten die ook meedoen. “Ja, we gaan. Anders moeten we eerst weer naar huis. Dat is nergens voor nodig.” Gelukkig!

Klimmen en radslagen

Het is een koude grijze dag. Ondanks mijn pyjama onder mijn pakje heb ik het best koud. Ook ben ik een beetje teleurgesteld, omdat ik niet in de buurt van de drumband mag lopen. Misschien maar goed ook, want zo kan mijn vriendje niet zien hoe gek ik doe. Ik ren van de ene kant van de straat naar de andere kant. Af en toe een radslag met de speen van het flesje tussen mijn tanden. Tussendoor even in een lantaarnpaal klimmen. Nou ja, een stukje dan. Het publiek vindt het prachtig. Ze lachen om me. Hoe meer ze lachen, hoe gekker ik doe. Gelukkig dat ik niet kan zien wie er allemaal staan. Anders zou ik dit misschien allemaal niet durven.

De uitslag

Verkleumd en moe, maar toch voldaan komt de hele stoet bij het Murmellius Gymnasium aan. Boven op het bordes van de trap bij de ingang wordt straks de uitslag bekendgemaakt wie er heeft gewonnen. Het wachten duurt lang. Maar ja, ze moeten natuurlijk wel de nummers 1, 2 en 3 kiezen van al die kinderen. Best wel moeilijk lijkt me. Ondertussen heb ik mijn bril weer opgezet. Ik wil zien wat er allemaal gebeurt. Dat zal er wel raar uitzien. Eindelijk komen de meneren naar de microfoon toe. Het werd tijd. Brrrr. Zo koud! Eerst wordt nummer 3 afgeroepen. Dat ben ik niet. Ik krijg de kriebels. Eigenlijk ben ik een beetje jaloers. Hij wel en ik niet. Dan de nummer 2. Dat ben ik ook niet. Zie je wel, het wordt niks! Jeetje, zo leuk vind ik die tweede nou ook weer niet. “De nummer 1: Anja van Vliet!” Ik sta te gillen en te springen van plezier. Dankzij tante heb ik gewonnen. Ik geef haar een dikke knuffel. Nu naar boven op het bordes. Iedereen kan mij zien zo hoog boven al die kinderen. Ik voel me geweldig. Volgend jaar weer!

Auteur: Marian Langereis.

Meer weten over Alkmaars Ontzet: Stedelijk Museum Alkmaar.

Programma van het 8 oktoberfeest: 8 october vereeniging.

Publicatiedatum: 05/04/2011

Aanvullingen

Vul deze informatie aan of geef een reactie.

Plaats een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Vereiste velden zijn gemarkeerd met *. Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.