Herinneringen aan het zeezwembad in het Marsdiep

Voordat de zeedijk van Den Helder in de jaren zeventig werd verzwaard bestond er aan de buitenzijde van de dijk in het Marsdiep een zeezwembad. Aan de binnenzijde was een pierenbad voor de kleinen. Oud-Heldenaar Hans van Rossum kwam als middelbare scholier in het zeezwembad geregeld de pastoor tegen die hij jarenlang als misdienaar had geassisteerd voor het altaar.

Zwembad ‘Het Marsdiep’ was in de zomermaanden dagelijks geopend. Om precies te zijn van negen uur in de ochtend tot zonsondergang. In het pierenbad heb ik ook leren zwemmen. Met heilig ontzag denk ik terug aan badmeester Bandt, een forsgebouwde man in witte bedrijfskleding en op Zweedse klompen, die ons het koude water injoeg om ons, hangende in de riemen, de schoolslag te laten oefenen: “de handen voor, onder de kin brengen, de benen spreiden en sluiten”.

Het pierenbad aan de zeedijk in Den Helder, jaren vijftig.

Beeld: Helderse Historische Vereniging.

Het pierenbad aan de zeedijk in Den Helder, jaren vijftig.Het pierenbad aan de zeedijk in Den Helder, jaren vijftig.

Koukleumen

Het water in het pierenbad werd direct uit zee gepompt. In het collectieve geheugen van de Jutters, zoals de inwoners van Den Helder zichzelf noemen, is dat water steeds kouder geworden. Maar ik herinner me niet dat de temperatuur ooit lager was dan dertien graden. De dagtemperatuur van het water stond met krijt geschreven op het schoolbord bij de ingang. De tolerantiegrenzen liggen tegenwoordig wel even anders. Het Amstelveense buitenbad waar ik nu wel eens kom, wordt – godzijdank – door de hele jeugd gemeden als de watertemperatuur onder de twintig graden ligt. Om nog maar niet te spreken van Italië waar de buitenbaden pas opengaan als de mussen dood van het dak vallen. Ik heb inmiddels wel een betere isolatielaag dan toen ik zelf als jongere Het Marsdiep bezocht en daar geregeld de pastoor tegenkwam.

Pastoor Bakker

Het Marsdiep was ingericht tussen twee strekdammen of pieren in zee. Dat was dus maar een heel klein stukje van het eigenlijke Marsdiep. In dit afgeschermde deel kon worden gezwommen en vanaf een verankerd vlot gedoken. Op de dijk stond het bijbehorende gebouw met voorzieningen. Er was daar ook een soort hang- en ligplek om te verpozen. Tegenwoordig heet dat ‘chillen’. Zonnebaden was, door de ligging op het noorden en op de houten planken, niet ideaal. Pastoor Bakker liep, in zijn zwarte kostuum met witte priesterboord, van de pastorie aan de nabije Kerkgracht over de Postbrug en dan de trap op langs de marinekantine ”t Huys Tijdverdrijf’ naar de dijk. Onder zijn arm een handdoek met daarin zijn wollen zwembroek gerold.

Het zeezwembad in het Marsdiep, ca. 1950.

Rechts op de foto de toren van de HH. Petrus en Pauluskerk. Beeld: Helderse Historische Vereniging.

Het zeezwembad in het Marsdiep, ca. 1950.Het zeezwembad in het Marsdiep, ca. 1950.

Tonsuur

De ontmoetingen met pastoor Bakker in Het Marsdiep herinner ik me als ongemakkelijk. Dat lag niet aan de pastoor die even hartelijk en gemoedelijk was als altijd. Om de pastoor zo goed als naakt te zien zonder de uiterlijke tekenen van het priesterschap was niet het echte ongemak. Er bleef trouwens een kenmerk over waarin priesters zich van het kerkvolk onderscheidden, zelfs als ze piemelnaakt waren. Ik doel op de tonsuur: de kaalgeschoren kruin. Meestal zo’n perfect rondje, als de priester tenminste niet kaal was.

Plankenkoorts

Jarenlang had ik als misdienaar met pastoor Bakker voor het altaar in de HH. Petrus en Pauluskerk gestaan. De theatervoorstelling begon als koster Van der Mark op de koperen gong sloeg. Gek genoeg was de pastoor in zijn rol voor het altaar minder gemoedelijk en hartelijk, eerder wat zenuwachtig en onzeker. Het gaf weinig vertrouwen bij zijn meespelende misdienaren en dat leidde weer tot fouten en dan was de vicieuze cirkel rond. Na de voorstelling was het meteen weer koek en ei als de kostuums waren opgeborgen.

Pastoor Bakker en schrijver dezes, ca. 1955.

Beeld: familiearchief Van Rossum.

Pastoor Bakker en schrijver dezes, ca. 1955.Pastoor Bakker en schrijver dezes, ca. 1955.

Religieuze tegenstellingen

Ik had me geleidelijk verder verwijderd van het altaar. Ja, mensen kunnen wel gemakkelijk de kerk uit, maar de kerk gaat niet zo gemakkelijk uit de mensen. Je houdt een schuldig geweten. De lagere school was nog een gesloten systeem. Wij tegen de rest. Je moest spitsroeden lopen om bij het gymlokaal van de protestantse Groen van Prinstererschool in de Wilhelminastraat te komen. “Roomse papen zitten te gapen met hun hoofd vol luizen achter de huizen” werd er gezongen.

Kameleon

Een gemeenschappelijk vijandbeeld schiep onderlinge verbondenheid, die weer verdween op het gemeentelijk lyceum waar zelfs de leraren lieten blijken niet veel op te hebben met het katholieke geloof. Dan kun je radicaliseren of je gedeisd houden. Ik had me als een kameleon aangepast aan mijn ongelovige omgeving. En als je dan in gezelschap van je lyceumvrienden pastoor Bakker gekleed of ongekleed tegenkomt, voelt dat ongemakkelijk.

En dan sportkoek

Terug naar Het Marsdiep. Nooit meer zulke lekkere sportkoeken gegeten als daar na het zwemmen? Jutter Annemieke Knuwer is er een halve eeuw later nog lyrisch over. Ze schrijft me: “Bibberend, het zoute water uit je haren druipend langs je wangen en je lippen en dan die sportkoek. Zout, zoet en … bitter. Het is het leven.” Ga ook nooit eten kopen als je honger hebt, zou ik tegen haar willen zeggen. Honger maakt rauwe bonen zoet. Nieuw voor mij was dat de zeedijk toen officieel de Zeepromenade heette. Dat is een wat overdreven sjieke benaming voor een verkeersweg waar niet alleen werd gewandeld. Voor de dijkverzwaring in de jaren zeventig was de dijk minder gestileerd en meer robuust dan nu. Die dijk met keermuur uit de bezettingstijd had wel wat.

Auteur: Hans van Rossum

De keermuur op de Helderse zeedijk met schapen, jaren vijftig.

Beeld: familiearchief Van Rossum.

De keermuur op de Helderse zeedijk met schapen, jaren vijftig.De keermuur op de Helderse zeedijk met schapen, jaren vijftig.

Bron

Dit verhaal is eerder in ruwe vorm geplaatst op de site ‘Je bent Jutter als …’, een besloten groep op Facebook. Jutter is de bijnaam voor een (oud-)inwoner van Den Helder. In het najaar van 2016 verschijnt de verhalenbundel ‘Rentree Den Helder’ van Hans van Rossum als derde deel van een trilogie over zijn jeugd in die stad. Eerder verschenen ‘Retour Den Helder’ (2014) en ‘Rendez-vous Den Helder’ (2015), verkrijgbaar in de plaatselijke boekwinkels.

Publicatiedatum: 05/04/2016

Aanvullingen

Vul deze informatie aan of geef een reactie.

Plaats een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Vereiste velden zijn gemarkeerd met *. Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.