Hennepkloppen aan de Nauernasche Vaart

De schuur naast ‘De Paauw’ is een provinciaal monument. Ernaast staat een juweeltje: de enige hennepklopwindmolen ter wereld. Vrijwilligers blazen hier een oud ambacht nieuw leven in.

In de molen van Nauerna hangen de oorbeschermers klaar. ‘Wanneer hier alle negen de zware houten stampers de hennepstengels fijn kloppen, geeft dat ongeveer 100 decibel aan geluid,’ zegt Alfons van Schijndel. Hij is als vrijwilliger molenaar van de enige hennepklopwindmolen ter wereld. Te vinden aan de Nauernasche vaart in Assendelft (gemeente Zaanstad).

Windmolens hadden van oudsher gewoonlijk meer levens. Stond een molen ergens in de weg, of was hij niet meer nodig, dan was de kans groot dat het gevaarte verhuisde naar elders om daar een nieuw bestaan te krijgen. Dat is met deze hennepklopper ook het geval. Over het IJsselmeer, het IJ en de Zaan is de molen eind 2015 naar Nauerna gevaren.

Molenaar Van Schijndel toont de enige foto van de voorganger van de huidige molen ‘De Paauw’ aan de Nauernasche Vaart. Hier staat nu de enige hennepklopwindmolen ter wereld. Foto: Jan Maarten Pekelharing.

Oliemolen uit 17e eeuw

Hier aan de Nauernasche vaart stond ooit een windmolen, een oliemolen. Vermoedelijk sinds de 17e eeuw. Maar die molen raakte in 1895 in handen van een sloper. De sloper heeft zijn werk grondig gedaan, want er bleef niets meer van deze molen over. Alfons van Schijndel: ‘We hebben hier nog archeologisch onderzoek gedaan, maar het bleek dat zelfs de oliekelder er niet meer was.’ Maar wat nog wel aan de oude molen aan de vaart herinnert is de schuur.

Deze grote schuur diende in de tijd van de oliemolen voor de opslag van zaden waaruit de olie werd geperst. Naast de entree van een woning in deze schuur prijkt het provinciale monumentenschildje.

Blokmaalder

In een deel van de schuur naast de molen was indertijd een onderkomen getimmerd voor de molenaar, een zogenaamde blokmaalderswoning. Een blokmaalder was de meesterknecht en hij was daarmee de man die de kwaliteit bepaalde van het eindproduct. In Nauerna woonde hij dus met zijn gezin naast de molen, wat overigens niet gebruikelijk was bij industriemolens

Hoe de gesloopte stellingmolen er uit zag, laat Alfons van Schijndel zien aan de hand van de enige foto die er van bewaard is gebleven. Een achtkante bovenkruier.

De skyline van de Zaanstreek in de 18de eeuw. Collectie Provinciale Atlas, Noord-Hollands Archief.

Zestien uur per dag

In een oliemolen werkten, als er tenminste voldoende wind stond, steeds zo’n vier man en dat vrijwel dag en nacht. De werktijd bedroeg dan zestien uur per etmaal. Het eindproduct, de olie,

hield de lampen in de woningen brandend of werd gebruikt bij de verfindustrie. Een bijproduct waren de oliekoeken voor het vee. Na sloop van de oliemolen eind 19e eeuw werden in de leeg gekomen grote schuur meer woningen gebouwd. Op een gegeven moment woonden er wel vijf gezinnen, kleinbehuisd dat wel.

Droom realiseren

Toen de laatste bewoner in 2008 overleed, bood dit de mogelijkheid een droom te realiseren. De schuur kwam in handen van de stichting Zaanse Pakhuizen.

Omdat van de oude oliemolen zelfs geen oliekelder meer was overgebleven, werd besloten hier in Nauerna een hennepklopper neer te zetten. Vooral in de Gouden Eeuw, de bloeitijd van de VOC, draaide in de Zaanstreek menige hennepklopper. Er werden namelijk veel schepen getimmerd en dus was er ook zeildoek nodig. De laatste molen van dit type is echter begin 20e eeuw gesloopt.

Alfons van Schijndel: ‘Hoe zo’n hennepklopper in elkaar stak, dat wisten wij niet precies. We zijn in oude boeken gedoken om tekeningen te vinden van een hennepklopper. Dankzij steun van verschillende fondsen en stichtingen lukte het ons dit project, stapje voor stapje, te realiseren.’

Langs de A7 stond enige tijd, ingepakt, een gerestaureerde molen uit Benningbroek (gemeente Medemblik) te wachten op een nieuw leven. De restaurateur had deze molen na de opknapbeurt verlijmd, zodat het gevaarte nadien niet uit elkaar kon worden gehaald voor het transport.

Andere molens aan de Nauernasche Vaart. Tekening door Gerrit Mol. Collectie Provinciale Atlas, Noord-Hollands Archief.

Doorstart van ‘De Haen’

Dit was de molen waar de keus op viel om in Nauerna een doorstart te maken. Qua uiterlijk leek hij namelijk sterk op de gesloopte ‘De Paauw’. De verhuizing was een zwaar karwei, waarvoor diepladers nodig waren om de molen naar het IJsselmeer te brengen. Op een ponton ging de tocht over het IJsselmeer, Markermeer, het IJ en de Zaan naar de Nauernasche Vaart. Het moet een spectaculair gezicht geweest zijn.

Deze molen kwam oorspronkelijk vermoedelijk uit Amsterdam, zegt Alfons van Schijndel. Van daar is hij verhuisd naar Benningbroek en opgebouwd als molen ‘De Haan’. Alfons wijst naar een zwart bordje op een van de stoere oeroude grenen stijlen van de romp. Daar staat te lezen in oud handschrift dat deze molen in 1848 is gebouwd. Of weer opnieuw in elkaar gezet.

Nu die molen na enkele omzwervingen in Nauerna staat, is besloten hem de naam te geven van de molen die hier eeuwen tevoren heeft gestaan: ‘De Paauw’. Dankzij de oude foto wisten de vrijwilligers dat die naam toen met een dubbele a werd geschreven.

Zicht op het vlakke Zaanse land. Op de voorgrond de Nauernasche Vaart. Foto: Jan Maarten Pekelharing.

Vleugels in de schuur

Bij de restauratie van de schuur en de herbouw van de molen is nauwgezet gewerkt aan de hand van de enige foto van de eerste ‘De Paauw’. Om het silhouet van ‘De Paauw’ terug te brengen moest het molenlijf van de vroegere ‘De Haan’ worden aangepast, de heupen van de molenromp nu zijn iets breder. Je kan het effect daarvan zien als je in de molen naar klopzolder met de negen kloppers klimt.

Jaren is er gewerkt om de molen bedrijfsklaar te maken en de oude schuur te restaureren. De vroegere blokmaalderswoning in de schuur wordt nu weer bewoond en de rest van de grote oude schuur dient als bedrijfsruimte. Momenteel is een pianorestaurateur er actief, je ziet er prachtige oude vleugels op zolder staan. Buiten staat er een kille wind, maar binnen merk je daar niets van. De schuur is van dak tot vloer goed geïsoleerd.

Roten en drogen

Hennepkloppen was een hele klus. Dat er diverse hennepklopmolens in de Zaanstreek stonden, is begrijpelijk als je weet dat van de draden die er uiteindelijk gesponnen konden worden, canvas zeildoek werd gemaakt. Het was voor de vrijwilligers van de molen een heel gedoe om uit te pluizen hoe je vezelhennep moet verwerken. Alfons van Schijndel vertelt hoe ze in een verslag van een enquête naar arbeidsomstandigheden van rond 1895 hebben gelezen dat een molenaar vertelde dat hij de hennepstengels in de kom deed en de stampers aan het werk zette. Na verloop van tijd nam hij de vezels uit de kom om te kijken of ze goed waren. ‘En als ze nog niet goed zijn leg ik ze terug in de kom en klop verder.’ Dat klinkt simpel. ‘De vezelhennep die verwerkt wordt krijgen we van een bedrijf uit Groningen,’ aldus Alfons.

Die stengels laten ze dan eerst roten, dat wil zeggen op land of in het water leggen, zodat dankzij vocht, schimmels en bacteriën de vezels losweken van de houtachtige kern die ook weker wordt.

Na het drogen en in stukken kappen van de stengels worden die geklopt om de houtige delen van de vezels te scheiden. De vezels worden door het kloppen zachter.

Negen zware houten stampers kloppen de hennepstengels fijn. Foto: Jan Maarten Pekelharing.

Hekelen en weven

En dan worden de vezels gehekeld, zeg maar gekamd, en geloogd om ze te conserveren en nog soepeler te maken. De vezels worden vervolgens tot een draad gesponnen, waarna met de gesponnen draad het canvas kan worden geweven. Vrijwilligers van ‘De Paauw’ zijn bezig om het weven en spinnen van hennepdraad weer zo goed mogelijk in de vingers te krijgen, aldus Alfons. ‘Het is onze bedoeling is het hele proces van vezelhennepverwerking zoals dat vroeger gedaan werd op de molen te laten zien.’

Het weefgetouw hebben de vrijwilligers al in bruikleen gekregen van het Molenmuseum. En het Hennepmuseum in Amsterdam heeft toegezegd in ‘De Paauw’ een presentatie te verzorgen over de gang van zaken in de hennepindustrie in het verleden en het heden.

Meer dan duizend

De molen is in september 2018 officieel in gebruik genomen door Pieter van Vollenhoven. De molen ligt aan een populaire fietsroute en trekt menige bezoeker. De molenaar schat dat het inclusief de molendagen en andere feestelijke weekenden tussen de duizend en 1500 per jaar zijn. Hijzelf heeft voor deze hobby zijn werktijden van de betaalde baan terug gebracht tot vier dagen in de week. ‘Op vrijdag en zaterdag ben ik vaak in de molen bezig, samen met de andere vrijwilligers.’

De schuur die in de tijd van de oliemolen diende voor de opslag van zaden, kreeg samen met de komst van de hennepklopper een grote opknapbeurt. Een deel van het onderhoud van de molen kan betaald worden uit de huurpenningen van de schuur, aldus Alfons.

Hier staat, constateert hij terecht met trots, in wezen een stukje industrieel erfgoed. In de Zaanstreek hoort een hennepklopmolen te malen. Als de grote houten stampers op de stengels beuken, hoor je het oude ambacht al van verre.

Hennepklopmolen ‘De Paauw’ is vrijwel iedere zaterdag geopend van 10 tot 16 uur. De molen bevindt zich aan Nauerna 43 te Assendelft. Kijk voor meer informatie op: www.molendepaauw.nl

De eeuwenoude schuur uit de tijd van de oliemolen is fraai gerestaureerd. Naast de entree van de vroegere blokmaalderswoning in de schuur prijkt het monumentenschildje. Foto: Jan Maarten Pekelharing.

Provinciaal monumentenschildje

Noord-Holland telt ongeveer 14.000 rijksmonumenten, duizenden gemeentelijke monumenten en 500 provinciale monumenten. De provincie beschermt monumenten die typisch zijn voor de provincie en die het unieke landschap ervan benadrukken. Denk aan stolpboerderijen, dijken, molens en gemalen. De provincie helpt eigenaren ook bij restauratie, herbestemming en verduurzaming van de monumenten. Met het aanbieden van de monumentenschildjes wil de provincie eigenaren van provinciale monumenten bedanken voor hun inzet en helpen meer bekendheid te geven aan ons erfgoed. Ook een schildje op uw provinciaal monument? Een monumentenschildje kan via een formulier kosteloos worden aangevraagd.

Tekst: Jan Maarten Pekelharing

Publicatiedatum: 17/03/2020