“Helpt ons Heere”

In de nacht van 4 op 5 november 1675 werd Noord-Holland door een watersnood getroffen die zijn weerga niet kent. Het zoute water kwam tot Leiden. In de regio benoorden het IJ overstroomden de oostkant van West-Friesland, de Zeevang en Waterland. Overal bengelden de noodklokken. “Helpt ons Heere want wy vergaen”, bad de angstige bevolking.

Zwemmende koeien

Op de Westfriese Omringdijk herinnert een speciaal monument aan deze watersnood. Het staat op de plek van de doorbraak tussen Scharwoude en Schardam. De dijk brak hier op 5 november 1675 tussen vier en vijf uur ’s ochtends. De boeren probeerden hun vee voor het water in veiligheid te brengen in de vaak net wat hoger staande kerken. Velen kwamen de volgende dag naar Hoorn. Een burger zag met eigen ogen:

“(…) dat jammerlijck vluchten en kermen der huysluyden (boeren), en was niet met drooge oogen aen te sien, komende de een met zijne beesten al swemmende ende zijn huysgezin volgende, en andere met schuyten en pramen na dese Stadt”.

Met bootjes werden ronddobberende kazen uit het water gevist. De boeren vilden verdronken koeien snel. De huid bracht nog wat op. Ongure elementen maakten van de gelegenheid gebruik om spullen uit de verlaten boerderijen en huizen te roven.

Monument op de plek van de dijkdoorbraak bij Scharwoude.

Monument op de plek van de dijkdoorbraak bij Scharwoude. Beeld: Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier.

De dijk dicht …

Ondertussen werd alles in het werk gesteld om het bijna 120 meter brede gat in de dijk bij Scharwoude te sluiten. De Gecommitteerde Raden in Hoorn, het dagelijks bestuur van de Staten van Holland en West-Friesland, namen de leiding. De heren trommelden honderden arbeiders op naar Scharwoude. Met grote heistellingen werd buitenom het gat een dubbele rij zware palen in zee geheid. De dijkwerkers vulden de ruimte tussen de palen met hooi, stro en wier. Op 29 november om negen uur ’s avonds was de dijk dicht! Secretaris Jacob van Foreest van de heren in Hoorn was erbij. Hij noteerde hoe hij om negen uur ’s avonds over de herstelde dijk was gelopen.

Kaart van de sluiting van de doorbraak tussen Schardam en Scharwoude, 1675.

Kaart van de sluiting van de doorbraak tussen Schardam en Scharwoude, 1675. Beeld: Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier.

… en weer door!

Helaas stak op zaterdag 4 december 1675 een nieuwe storm op. De dijk brak weer door. Al het werk was voor niets geweest. Er verdween zelfs nog meer land onder water. De arbeiders gingen opnieuw aan de slag. Ze heiden nu nog verder in zee een driedubbele rij palen. Tijdens dat werk verdronken twee mannen nadat hun bootje was omgeslagen. Een derde liet het leven onder een heiblok. Op 21 januari 1676 was de doorbraak eindelijk degelijk gesloten. In Waterland en de Zeevang duurde het herstel nog veel langer. Daar waren pas tegen de zomer de dijken weer gerepareerd. Het kostte vervolgens nog veel moeite om het zoute overstromingswater weg te krijgen. Het land kwam bruin en dor boven alsof het verbrand was. Alle bomen waren dood.

Reddingswerk. Beeld: Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier.

Kritiek op de waterschappen

Na de ramp was er veel kritiek op de waterschappen. De verantwoordelijke dijkgraven werden op het matje geroepen. Bovendien stelde ‘Den Haag’ in 1677 een extra oppertoezicht over de zeedijken in. Dit college kreeg vérstrekkende bevoegdheden. De ramp van 1675 markeert de laatste doorbraak van de Westfriese Omringdijk. Helaas was men in Waterland en de Zeevang minder fortuinlijk. Hier kreeg men nadien nog enkele malen met watersnood te maken, voor het laatst in 1916. Alle genoemde dijken worden momenteel verbeterd door Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier in het kader van het hoogwaterbeschermingsprogramma. Ze voldoen niet meer aan de veiligheidseisen. En het water rust nooit.

Meer info:
www.hhnk.nl
www.omringdijk.nl
www.deltacommissie.com
www.rijkswaterstaat.nl

Publicatiedatum: 03/03/2012