Gevangenis naast de kerk

Oudere Alkmaarders herinneren zich nog het sombere gebouwencomplex onmiddellijk ten westen van de Grote of St.-Laurenskerk, dat ooit een Rijksopvoedingsgesticht voor jongens huisvestte. Tussen de kerk en de gebouwen van het gesticht was er een nauw straatje dat heel toepasselijk het Waaigat heette. Nadat de jeugdgevangenis in 1922 was opgeheven, bleven de gebouwen staan. Ze kregen nieuwe bestemmingen, onder meer als hoofdpostkantoor. Pas in de jaren zestig werd het sombere gebouwencomplex voor het grootste deel afgebroken. Het laatste stukje van het complex, de voormalige school van het gesticht, verdween overigens pas in 1982 bij de herinrichting van het gebied rond de Grote Kerk.

Voormalig klooster

Waar kwam het idee vandaan om midden in de Alkmaarse binnenstad een gevangenis te vestigen? Om dit uit te leggen, moeten we teruggaan naar de middeleeuwen. In 1394 werd ten westen van de Grote Kerk het St.- Catharinaklooster gesticht, ofwel Het Oude Hof, zoals het gewoonlijk werd genoemd. De stichting van dit Franciscaner vrouwenklooster was een van de uitingen van een enorme opbloei van religiositeit in de late middeleeuwen. De kloostergebouwen stonden vlak naast de Grote Kerk. Dat dit niet altijd een voordeel was ervoeren de bewoonsters in 1468 toen de toren van de kerk instortte. Hierbij lieten twee kloosterzusters het leven. Na de Reformatie kwam het klooster leeg te staan en kregen de gebouwen andere bestemmingen. In een deel van het complex werd in 1613 door het stadsbestuur een tuchthuis gevestigd. In de Franse tijd werd het gevangenisstelsel evenals de justitie een rijksaangelegenheid. In de negentiende eeuw sprak men niet meer van tuchthuis, maar van Huis van Bewaring.

Het vierkante gebouw op deze foto huisvestte de slaap- en ziekenzalen van het rijksopvoedingsgesticht en werd gebouwd in 1866.

Links daarvan een van de oude middeleeuwse gebouwen van het gesticht, waarschijnlijk de voormalige kapel van Het Oude Hof. Geheel links een steunbeer van de Grote Kerk. Beeld: Regionaal Archief Alkmaar. Foto: C. van der Aa, 1892.

Het vierkante gebouw op deze foto huisvestte de slaap- en ziekenzalen van het rijksopvoedingsgesticht en werd gebouwd in 1866.Het vierkante gebouw op deze foto huisvestte de slaap- en ziekenzalen van het rijksopvoedingsgesticht en werd gebouwd in 1866.

Militaire discipline

Omdat een deel van de gevangenis rond het midden van de negentiende eeuw leegstond kwam F.J. Mahieu, de inspecteur-generaal over het gevangeniswezen, met het plan in de leegstaande ruimten een ‘verbeterhuis’ voor jongens in te vestigen. Met steun van het Alkmaarse gemeentebestuur werden de nodige aanpassingen verricht om de bestaande gebouwen geschikt te maken voor het nieuwe doel. In 1857 opende het nieuwe verbeterhuis, toentertijd het eerste in Nederland met een expliciet opvoedkundige doelstelling, zijn deuren. Het gesticht nam jongens op onder de zestien jaar die zonder ‘oordeel des onderscheids’ een delict hadden begaan. Ze moesten er blijven tot hun twintigste en kregen er een op militaire leest geschoeide heropvoeding.

Balspelende jongens op de binnenplaats van het gesticht, ca. 1910.

Beeld: Regionaal Archief Alkmaar. Foto: C. van der Aa.

Balspelende jongens op de binnenplaats van het gesticht, ca. 1910.Balspelende jongens op de binnenplaats van het gesticht, ca. 1910.

Succes en uitbreiding

Het Alkmaarse gesticht was een succes. De actieve inzet van de eerste directeur A. Meeter zal hiervan een belangrijke oorzaak zijn geweest. Al spoedig was uitbreiding nodig. In 1866 werd op de noordoostelijke hoek van het complex een nieuw kazerneachtig gebouw neergezet met slaap- en ziekenzalen. Er was nu ruimte in het gesticht voor 230 jongens. Er is een foto bewaard gebleven uit 1892 waarop het nieuwe gebouw is te zien, met ernaast de nog steeds goed herkenbare middeleeuwse kloosterkapel.

Alkmaar was blij met de gevangenis. Toen er in 1882 sprake was van plannen van het Ministerie van Justitie om het Alkmaarse gesticht te verplaatsen naar Doetinchem, richtte het Alkmaarse gemeentebestuur een vlammend rekest aan de Tweede Kamer om aan te tonen “welke uitstekende gelegenheid hier bestaat tot (…) uitbreiding van het bestaande gesticht en hoe de gemeente bereid is, zich opofferingen te getroosten om de bestaande voornemens te kunnen verwezenlijken”. De gemeente verklaarde zich bereid om een deel van de benodigde gronden kosteloos af te staan. Misschien mede dankzij dit aanbod bleef het gesticht in Alkmaar. In 1895 werd het zelfs nog aanmerkelijk uitgebreid. Tot 1894 was een deel van het voormalige klooster en tuchthuis nog bij Justitie in gebruik als Huis van Bewaring. In dat jaar verhuisde deze gevangenis naar een nieuwe plek achter het gerechtsgebouw aan de Geestersingel. De oude gevangenisgebouwen, nog van middeleeuwse oorsprong, werden in 1895 afgebroken en vervangen door nieuwe gebouwen van het opvoedingsgesticht.

Een groep kinderen voor de ingang van het het Rijksopvoedingsgesticht aan de Schedeldoekshaven tijdens de viering van het vijftigjarig jubileum van het gesticht.

Beeld: Regionaal Archief Alkmaar. Foto: C. van der Aa, 1907.

Een groep kinderen voor de ingang van het het Rijksopvoedingsgesticht aan de Schedeldoekshaven tijdens de viering van het vijftigjarig jubileum van het gesticht.Een groep kinderen voor de ingang van het het Rijksopvoedingsgesticht aan de Schedeldoekshaven tijdens de viering van het vijftigjarig jubileum van het gesticht.

Een naargeestig gebouw

Midden in de Alkmaarse binnenstad, pal naast de Grote Kerk, bevond zich nu een reusachtig complex van sombere gevangenisgebouwen. Annie Romein-Verschoor, die in Den Helder opgroeide, schrijft in haar bekende autobiografie ‘Omzien in verwondering’ over de bezoekjes die ze in haar jeugdjaren bracht aan Alkmaar. Wandelend door de stad, kwam ze met enige regelmaat groepjes jongens uit het opvoedingsgesticht tegen “in grauwe pakken met kaal geknipte hoofden”. Ze had een hekel aan de getraliede ramen van het gesticht, een instelling waarover allerlei “afschrikwekkende” verhalen de ronde deden. Er zou een streng regime heersen.

Hetzelfde gebouw op een foto uit 1966.

Op de voorgrond het nieuwe postkantoor, waarvoor al verschillende oude gestichtsgebouwen hadden moeten wijken. Beeld: ‘Ik was erbij’, deel 2 (2010).

Hetzelfde gebouw op een foto uit 1966.Hetzelfde gebouw op een foto uit 1966.

In 1907 werd het vijftigjarig bestaan van het opvoedingsgesticht uitbundig gevierd. De inrichting maakte op een journalist van De Telegraaf, die een verslag maakte van de feestelijkheden, een allesbehalve vrolijke indruk: “Vóór me stond een naargeestig gebouw, bruin en somber, een plomp gevaarte in den grauwen regendag. Een Gesticht had ik verwacht – het héét toch zoo: Rijksopvoedingsgesticht – een gevangenis was het. Niets ontbrak, dat bij het verheven begrip behoort: matglazen ruiten, dikke tralies voor de vensters, en een ringmuur om de binnenplaats.” Toen de gebouwen vele decennia later werden afgebroken, was er dan ook niemand die er een traan om liet.

Auteur: Harry de Raad.

Publicatiedatum: 16/08/2011