Geraniumschool te Hilversum

Het was de tijd van bokspringen, hinkelen en touwtjespringen. En natuurlijk werd er gevoetbald. De Geraniumschool ligt in de Bloemenbuurt. Deze buurt was rond 1920 een oase voor kinderen. Er was weinig verkeer: een paard met wagen, fietsers, handkarren en een keer per dag kwam er een rood autobusje van firma Van Emmerik over de Neuweg. En als er sneeuw lag werden er lange glijbanen gemaakt.

Prachtig baksteenmetselwerk

De hoge toren van de Geraniumschool (1918) zie je al van verre liggen. Met links en rechts van de toren breed uitwaaierende vleugels. Het is de eerste school die architect W.M. Dudok in Hilversum bouwde. De metselaars hebben hun best gedaan. Het prachtige baksteenmetselwerk, een typisch kenmerk van de Amsterdamse School, is iets wat je in moderne gebouwen niet meer tegenkomt.

Geraniumschool rond 1920.

Geraniumschool rond 1920.Geraniumschool rond 1920.

Vermaak voor waaghalzen

Het siermetselwerk was ook een bron van vermaak voor de waaghalzen en klauteraars uit de buurt. Het nodigde graag uit tot klim- en natuurlijk valpartijen. De gymnastiekzaal lag aan de linkerkant van de school aan de Resedastraat. Daar was de achteringang met de fietsenstalling. Via de muur van het naastgelegen huis kon je op het dak van de fietsenstalling klimmen. Daar was het leuk tikkertje spelen.

Geraniumschool.

Op de uitstekende stenen kon je lekker klimmen.

Geraniumschool.Geraniumschool.

Wooneenheden voor jongeren

Tot 1938 was de Geraniumschool een lagere school. Daarna vond het Nieuw Lyceum er tot 1955 onderdak. Later zijn nog enkele jaren een Mulo en Leao in de school gehuisvest geweest, tot het gebouw in de jaren zeventig van de vorige eeuw ingrijpend is verbouwd tot wooneenheden voor jongeren.

Uurwerk aan alle vier de kanten

In augustus 2005 is de toren door blikseminslag beschadigd geraakt. De restauratie van toren, klok en uurwerk was voltooid in 2006. Heel bijzonder en vooral uniek aan deze toren is dat hij aan alle vier de kanten een uurwerk heeft. Dat was praktisch voor de moeders, want je hoefde maar naar buiten te kijken om te zien hoe laat het was. Kon je in de gaten houden of de kinderen regelrecht na school naar huis kwamen of dat zij na moesten blijven.

Vuurrode geraniums

Wijnand de Groot woonde aan de Resedastraat in de Bloemenbuurt. Hij herinnert zich dat hij en zijn vrienden vroeger twee vijanden hadden. Papie de ballenjatter, een politieman in burger. Hij pakte je bal. En de schoolmeesters van de Geraniumschool, die nauwlettend in de gaten hielden of je niet op het gras liep. Wijnand woonde in een huis van Dudok. Met rode dakpannen, okergele ramen en donkergroene voordeuren. Tegen de muur van het gymnastieklokaal van de Geraniumschool groeide een donkergroene klimop. De bovenmeester had voor zijn raam – hoe kan het ook anders – vuurrode geraniums staan. De dagelijkse boodschappen werden gedaan bij Luier (de slager), Reitsma (de kruidenier), Oude Weernink (de bakker) en Weitgraven (de groenteboer).
 
Auteur: Margriet van Seumeren (redactie) m.m.v. Corry Dubois

Dit is een routepunt van de Dudokroute, een fietsroute door Hilversum.

Geraniumschool.

Beeld: Hans Lensink.

Geraniumschool.Geraniumschool.

Bronnen

Annette Koenders, Hilversum: Architectuur en stedenbouw 1850 – 1940, Monumenten inventarisatie project, 2001.
www.tgooi.info
www.mediabank.omgevingseducatie.nl
Woningen van Dudok, uitgave van Woningstichting Dudok Hilversum, augustus 2004.
Eigen Perk, Wijnand de Groot, Jeugdherinneringen, 2001.

Publicatiedatum: 07/07/2011