Friesland en Friezen: wie zit waar?

De eerste vermelding van de ‘Frisii’ vinden we in de eerste eeuw van de jaartelling bij Romeinse geschiedschrijvers. Helaas staat er bij hen geen woongebied aangeduid omdat dat voor de Romeinen onbekend was.

Tegenwoordig nemen we aan dat in de Romeinse tijd (0 – 400 n. Chr.) de Friezen in Noord-Holland, Friesland en een deel van Groningen woonden. Hun oosterburen waren de Chauken en de zuiderburen in het westen de Cananefaten.

Verritus en Malorix

Tijdens de regering van Nero (54-68 n. Chr.) is er het fraaie verhaal over twee Friese vorsten, Verritus en Malorix, die een bezoek brachten aan Rome, teneinde de keizer te bewegen hun toestemming te geven te blijven wonen in een gebied aan de Rijn. Hier gaat het waarschijnlijk om een aantal Friese stammen die een nieuw leefgebied zochten. Friezen waren niet alleen in dienst van het Romeinse leger, maar ze waren ook bondgenoten. Waarschijnlijk vanwege dit laatste, eigenden ze zich het recht toe om zich buiten het oorspronkelijke stamgebied te vestigen. De vorsten werden in Rome welwillend ontvangen, kregen zelfs het Romeinse burgerrecht, maar keerden onverrichterzake terug.

 

Stammen langs de kustlijn, 150 na Chr.

Stammen langs de kustlijn, 150 na Chr. Bron: Wikipedia.

Archeologische aanwijzingen

Gelukkig kenden de Friezen een eigen cultuur die ons vooral via het onvergankelijke aardewerk is overgeleverd. Hierdoor is het mogelijk het leefgebied van de Friezen wat nauwkeuriger te bepalen. In het noorden stonden de Friezen onder (culturele) druk van de (‘Kleine’) Chauken, een welvarend en ondernemend volk dat geheel Noordwest-Duitsland bevolkte. In Noord-Holland is de grens niet zo eenvoudig te bepalen; aanvankelijk werd die gevormd door de rivier het Oer-IJ, waarlangs de Romeinen tot 48 de legerplaats Flevum hadden liggen. Zuidelijk van deze oude grens is de aanwezigheid van de Friese cultuur niet overduidelijk. Toch wordt er af en toe in Zuid-Holland een inheemse nederzetting gevonden met een Friese signatuur.

Friezen in Zuid-Holland

Bij Rijswijk werd een boerderij opgegraven waar een opvallende hoeveelheid inheems aardewerk in gebruik is geweest, maar de gebruikte vormen waren, vergeleken met de nederzettingen in Friesland en noordelijk Noord-Holland, ouderwets te noemen. Het is in gevallen als deze aannemelijk dat we te maken hebben met gewezen Friese militairen in Romeinse dienst die zich na hun pensionering mochten vestigen binnen de grens van het rijk, die toen langs de Rijn liep. Deze Friezen hadden mogelijk geen contacten meer met het moederland en handhaafden de cultuur zoals zij die kenden.

Friezen onder invloed van Saksen

De Friese cultuur bleef onder druk staan vanuit het noorden. De naam Chauken had inmiddels plaatsgemaakt voor Saksen en hun cultuur beïnvloedde de Friese cultuur. Saksen waren al vrij vroeg een zeevarend volk en daardoor veel mobieler dan de Friese terpbewoners. Saksen maakten contacten tot in Frankrijk en Engeland aan toe. In Noord-Holland zien we de Saksische invloed op de ene plek sterker terug dan de andere. Misschien bleven de bewoners zichzelf wel Friezen noemen, ondanks de Saksische invloed. In deze periode merken we ook dat in de schaarse geschreven bronnen ten noorden van de Rijn alleen maar Franken woonden. Kortom: Friezen, Saksen of Franken: voor de Romeinen waren de Germaanse stammen één pot nat.

Donkere Middeleeuwen

In de vierde en vijfde eeuw stromen volkeren vanaf de noordelijke Noordzeekusten van Jutland en Noord-Duitsland via het vrijwel lege Friesland en Groningen naar nieuwe woongebieden in Engeland, waar tot dat moment Keltische stammen woonden. Hun aardewerk, mantelspelden en runenteksten zijn archeologisch goed herkenbaar. In Noord-Holland vindt deze cultuur geen ingang; kennelijk vormden de achtergebleven Friezen een obstakel voor de Angelsaksen om zich hier te vestigen.
Toen het Romeinse Rijk aan het eind van de vijfde eeuw definitief instortte, konden grote groepen Friezen, Saksen en Franken zich vrijelijk bewegen. Velen van hen trokken naar het zuiden, met name naar Gallië (nu België en Frankrijk), dat ten prooi was gevallen aan interne oorlogen. In Friesland zijn Angelsaksen blijven wonen op de terpen. In Noord-Holland zijn de Friezen blijven wonen op diverse plaatsen in Kennemerland en misschien rond Schagen en op Texel.

Merovingers

De Franken, Germanen die oorspronkelijk in het Nederlands-Duitse kustgebied woonden, waren vanaf de 3e eeuw naar het noorden van Gallië getrokken, bekeerden zich tot het christendom en werden de grote en machtige tegenstanders voor de hen omringende Germaanse stammen, zoals de Friezen ten noorden van de Rijn.
Uit de ashopen van Gallia was in het noordelijk deel daarvan een Frankisch vorstenhuis opgekomen dat een nieuw rijk wilde vestigen: de Merovingers. De bekendste koning voor ons was Dagobert, omdat die historisch strijd heeft geleverd met de Friezen. Maar wie werden er in die tijd dan bedoeld met die Friezen? Het antwoord is eigenlijk heel eenvoudig: de inwoners van het gebied dat nog steeds de naam Frisia droeg.
In dat gebied was vanaf de 3e eeuw een mengelmoes ontstaan van oorspronkelijke Friezen die waren achtergebleven, Saksen die waren binnengetrokken en Franken die tijdens en na het instorten van het Romeinse rijk niet in Gallië, maar in het Nederlandse kustgebied terecht waren gekomen. In de 6e tot de 8e eeuw bewonen deze Friezen het gehele Nederlandse kustgebied, van Zeeland tot de Duits-Deense grens.

Karolingers

Eind 8e eeuw maakt de machtige Frankische koning Karel de Grote met veel geweld een einde aan de territoriale aanspraken van de Friezen, door ze in te lijven in zijn Roomse (= Frankische) Rijk. Uiteindelijk blijkt het beheersen van de uithoeken van dit grote rijk moeilijk en ontstaan in Frisia via de leenmannen graafschappen. Ergens in dit Frisia (en wel in een gebied dat ergens rond de huidige Alblasserwaard moet hebben gelegen) ontstaat de naam Holtland, of, later Holland. De daar aanwezige adel breidt zijn invloed steeds verder uit en tussen de 9e en 11e eeuw worden Kennemerland en het latere West-Friesland geleidelijk aan ‘Holland’. In de vroege 12e eeuw noemt Floris II zichzelf voor het eerst geen ‘Fries’ meer, maar graaf van Holland. Het huidige West-Friesland zal uiteindelijk aan het einde van de 13e eeuw door het graafschap Holland worden ingelijfd. Dan zijn de nieuwe territoriale grenzen vastgelegd.Frans Diederik

Dit verhaal maakt onderdeel uit van de campagne voor het nieuwe archeologiecentrum Het Huis van Hilde.

Publicatiedatum: 15/11/2011