Fokker Technologies: uit de as herrezen

Anthony Fokker werd op 6 april 1890 op Java werd geboren, als zoon van een koffieplanter. Vier jaar later verhuisde hij met zijn familie naar Haarlem. Zijn schooltijd bracht hij echter in Duitsland door, waar hij in 1910 zijn eerste propellorvliegtuigje bouwde, De Spin. Op 31 augustus 1911 maakt hij er een rondje mee boven de Grote Markt van Haarlem.

In 1912 vertrok Anthony Fokker naar een vliegveld in de buurt van Berlijn, waar hij een vliegtuigfabriek opzette, die 700 vliegtuigen aan het Duitse leger wist te verkopen. Verwoede pogingen om ook vliegtuigen aan Nederland te slijten mislukten. Nederland zag alleen iets in toestellen van Duitse en Engelse makelij.De Duitsers hadden een bijna oppermachtige positie in de lucht, dankzij Fokkers systeem om met een mitrailleur tussen de bladen van de propellor door te schieten. Toen de Duitsers zich overgaven, eisten de geallieerden dat alle toestellen van het type Fokker D.VII vernietigd zouden worden. Fokker wist echter een kleine honderd toestellen naar Nederland te brengen, waar ze onder andere bij de Luchtvaartafdeling dienst zouden doen.Foto: Fokker Technologies

Papaverweg

In 1919 keerde Fokker naar Nederland terug, waar hij met steun van enkele rijke particulieren de Nederlandse Vliegtuigenfabriek oprichtte. Daartoe werden aan de Papaverweg in Amsterdam-Noord de hallen verbouwd die waren gebruikt voor de Eerste Luchtvaarttentoonstelling. Een startbaan was er niet; de rompen en vleugels werden op dekschuiten van Amsterdam naar Schiphol gevaren en aldaar in elkaar gezet.Fokker bouwde zowel militaire vliegtuigen als verkeersvliegtuigen. Eind jaren twintig was Fokker de grootste vliegtuigfabriek ter wereld, met vestigingen in Amsterdam-Noord en Veere, maar ook met drie vestigingen in de Verenigde Staten, waar Fokker inmiddels naar toe was verhuisd.Begin jaren dertig vlogen wereldwijd 54 luchtvaartmaatschappijen met de populaire F.VII van Fokker. Aan die glorietijd kwam echter een einde toen 31 maart 1931 een TWA-vlucht in Kansas neerstortte. De crash kreeg veel aandacht omdat daarbij een beroemde American footballcoach verongelukte. Al eerder had ook de ‘beurskrach’  van 1929 zijn tol geëist, zodat Fokker de Amerikaanse tak van zijn bedrijf aan General Motors overdeed.Foto: Fokker Technologies

Postvlucht

Fokker bleef wel in Europa actief, met de KLM als voornaamste afnemer van zijn vliegtuigen. Historisch werd de postvlucht die de driemotorige Fokker Pelikaan in december 1933 maakte,  van Amsterdam naar Batavia en weer terug.In WO II werden de Fokkerfabrieken door de Duitsers in beslag genomen. Anthony Fokker was  toen al overleden (New York, 23 december 1939). Op 17 juli 1943 miste een geallieerd bombardement de fabrieken aan de Papaverweg in Amsterdam-Noord. In plaats daarvan kwamen de bommen in de aangrenzende woonwijk (Meeuwenlaan) terecht. Er vielen 200 doden. Het was het zwaarste bombardement dat Amsterdam in de Tweede Wereldoorlog te verduren kreeg.Na de oorlog moest Fokker opboksen tegen een overvloed van goedkope vliegtuigen die de oorlog hadden overleefd, al had men wel een beetje succes door Dakota-transportvliegtuigen om te bouwen tot passagiersvliegtuigen. In 1951 verhuisde de fabriek naar het huidige Schiphol-Oost. In 1958 zag de Fokker F-27 ‘Friendship’ het licht, die zou uitgroeien tot het meest verkochte West-Europese turbopropellervliegtuig. Tot 1986 zou Fokker er wereldwijd 786 van verkopen. Het bedrijf maakte ook straalvliegtuigen, de Fokker F-28 Fellowship, waarvan  tussen 1969 en 1987 214 toestellen zijn gebouwd.Foto: Fokker Technologies

Swarttouw

In 1978 trad Frans Swarttouw als president-directeur aan, die het personeel al snel tegen zich innam door het bedrijf ‘een blikfabriek’ te noemen. De ontwikkelingskosten voor de nieuwe toestellen (Fokker 50 en Fokker 100) liepen zo hoog op, dat het bedrijf in 1987 aan de grond zat. De Nederlandse overheid sprong bij, op voorwaarde dat Fokker een ‘strategische partner’ zou zoeken. Dat werd het Duitse bedrijf DASA van Daimler-Benz , dat overigens zelf in grote problemen verkeerde. Het lot van Fokker, en de 8000 mensen die daar toen werkten, lag daarmee in Duitse handen.In 1996 draaide Daimler-Benz de geldkraan dicht en ging Fokker failliet. Stork nam een aantal onderdelen over, maar in 2012 gingen de vier verschillende bedrijfsonderdelen (Fokker Aerostructures, Fokker Landing Gear, Fokker Elmo en Fokker Services) zelfstandig verder  onder de naam Fokker Technologies.Foto: Fokker Technologies

4000 Nederlandse werknemers

Fokker Technologies is inmiddels een gespecialiseerde leverancier van de luchtvaartindustrie met 21 vestigingen over de hele wereld: Roemenië, Turkije, Canada, Mexico, USA, China, India en Singapore. Bij het bedrijf werken in totaal 4.909 mensen, waarvan zo’n 4000 in Nederland. Het hoofdkantoor staat in Papendrecht en daarnaast zijn er in Nederland nog vestigingen in Hoofddorp, Schiphol, Hoogerheide, Helmond en Hoogeveen.Dat het hoofdkantoor sinds 1962 in Papendrecht staat komt omdat er toen een einde kwam aan de vliegtuigbouw op Schiphol. Sindsdien bouwt het bedrijf geen complete vliegtuigen meer, maar maakt het onderdelen, elektrische systemen en landingsgestellen voor andere vliegtuigenbouwers, zoals Lockheed, Martin, Airbus, Boeing en Bombardier. Ook verzorgt Fokker Technologies het onderhoud van helikopters en vliegtuigen, zowel van toestellen die door Fokker als die door anderen zijn gebouwd.

Een goede reputatie

Fokker Technologies heeft een betrouwbare en innovatieve reputatie opgebouwd. Aangezien het bedrijf in het verleden zelf vliegtuigen bouwde, is het beter dan andere leveranciers in staat om met de klanten mee te denken. “Wij kennen het complexe vliegtuigbouwproces door en door,” legt een woordvoerster van het bedrijf desgevraagd uit.Zo heeft Fokker inmiddels een toonaangevende positie opgebouwd met lichtgewicht materialen. “De A350 en de A380 van Airbus, de Gulfstream G650, de allernieuwste business jet van Dassault,  maar ook de F-35 (JSF) hebben allen lichtgewicht onderdelen van Fokker. Gewicht is in de vliegtuigbouw ontzettend belangrijk, lichtgewicht materialen passen naadloos in het streven naar meer duurzaamheid in de luchtvaart.”

Industrieel Erfgoed

2015 is benoemd tot het Europese jaar van het Industrieel Erfgoed. Oneindig NH vertelt aan de hand van dit themajaar de geschiedenis van het Noordzeekanaalgebied en de Zaanstreek. De provincie Noord-Holland is hierin een belangrijke partner omdat zij het industrieel erfgoed wil behouden en de beleving hiervan door haar bewoners en bezoekers zo breed mogelijk maken.

Het industrieel erfgoed van Noord-Holland wordt in de schijnwerpers gezet met het Festival Industrie Cultuur. De festivalactiviteiten vertellen het verhaal van de industrie toen en nu. Van historische windmolens aan de Zaan tot de staalindustrie in IJmuiden, iedereen is uitgenodigd industriecultuur van Noord-Holland te beleven op verschillende en verrassende manieren. Het festival concentreert zich hierbij vooral op de Zaanstreek en het Noordzeekanaalgebied, waar de industriële motor van de metropoolregio zich bevindt.

Meer informatie en alle activiteiten van het Festival Industrie Cultuur zijn te vinden op http://www.festivalindustriecultuur.nl/.

Auteur: Arnoud van Soest

 

Publicatiedatum: 12/05/2015