Exotisch Kostverloren

In 1994 is bij de buitenplaats Kostverloren aan de Amstel in Amstelveen drie maanden lang archeologisch onderzoek uitgevoerd. Archeologen waren verrast toen zij exotische schelpen vonden uit de Caraïben, Afrika en Brazilië. Dankzij tuinarcheologie komt de rijkdom van de buitenplaatsen nog meer tot leven.

Archeologische aandacht voor de tuin

Wanneer een kasteel wordt opgegraven denk je aan een grote zware vesting. Maar vroeger was ook het omliggende gebied heel belangrijk voor de status ‘kasteel’. Daarom wordt tegenwoordig bij opgravingen van kastelen en buitenplaatsen steeds meer aandacht gegeven aan de tuin.

Pronktuinen

De tuin fungeerde al in de 14e eeuw voornamelijk als openluchtsalon voor sociale activiteiten, van bijeenkomsten voor kleine groepjes tot grote banketten en ceremoniële plechtigheden. Vanaf ongeveer 1620 werden tuinontwerpen in het gewest Holland omsloten met boomrijen, singels en grachten. Ook waren er veel beelden en fonteinen aanwezig en werden exotische gewassen gekweekt. De tuinen in de 17e en 18e eeuw werden vooral gebruikt om te pronken met luxe toevoegingen als vijvers, terrassen, lanen, vogelkooien, koepels en grotten.

Aanleg aan mode onderhevig

De meeste buitenplaatsen verdwenen in de 19e en 20e eeuw, maar in een enkel geval bleven van de buitens wel het hoofdgebouw en de laatste fase van de tuinaanleg bewaard. Deze geeft echter niet per se een beeld van de voorgaande tuinen. De vroege fasen van de tuinaanleg werden namelijk relatief vaak ‘overschreven’ doordat de heersende mode snel veranderde. Reconstructies worden daarom vaak gebaseerd op historische afbeeldingen, hoewel deze niet als reële afspiegeling kunnen worden beschouwd. Tuinhistorici benadrukken dan ook het belang van archeologen en historisch-geografen bij tuinonderzoek. De aanleg van tuinen was dus een essentieel onderdeel van de buitenplaatsen. Toch heeft dit onderwerp nog niet de archeologische aandacht gekregen die het verdient.

Onderzoekstechnieken

Een risico bij opgravingen is dat de tuinlagen worden weggegraven doordat de resten zich vlak onder het maaiveld bevinden. Toch kunnen veel sporen worden gevonden als men verschillende technieken toepast. Zo kunnen weerstandsmetingen muren aangeven, luchtfotografie vergeelde plekken in gras aantonen die wijzen op paden en kunnen opgravingen delen van tuinornamenten en tuininrichting blootleggen. Ook de AHN-kaart (Actueel Hoogtebestand Nederland) kan waardevolle gegevens bieden. Dit is een digitale hoogtekaart met voor heel Nederland gedetailleerde en precieze hoogtegegevens. De gegevens hiervan in combinatie met historische kaartmateriaal en afbeeldingen kunnen wél tot een realistisch beeld van een historische tuin leiden.
Daarnaast kan de bodem van de tuin op nog veel kleiner schaalniveau worden onderzocht. Archeobotanisch onderzoek, bijvoorbeeld pollenanalyse en onderzoek naar macroresten (zaden, vruchten), laat zien welke cultuurgewassen, onkruiden en mestschimmels op die plek voorkwamen. De resultaten geven een beeld van wat er in de tuin aanwezig was maar ook hoe de tuin in gebruik was.

Het huis Kostverloren.

Gravure door Claes Jansz. Visscher I (ca.1550- ca.1612). Collectie Provinciale Atlas Noord-Holland.

Het huis Kostverloren.Het huis Kostverloren.

Voorbeeld buitenplaats Kostverloren

Een voorbeeld waarbij veel archeologische resten van een tuin zijn gevonden is de buitenplaats Kostverloren in Amstelveen. Deze buitenplaats aan de Amstel is ontstaan in het begin van de 15de eeuw en was een van de eerste van bijna zeshonderd buitenplaatsen rond Amsterdam in bezit van rijke Amsterdamse burgers. In 1994 is hier drie maanden lang archeologisch onderzoek uitgevoerd, waarbij de werkputten net zo lang werden doorgetrokken tot er geen sporen meer aangetroffen werden. Daardoor werden ook resten van de bij het kasteel horende tuin aangetroffen. In 1994 waren er in Nederland nog nauwelijks tuinen uit deze periode archeologisch onderzocht. Ook nu nog is de naar boven gekomen collectie zeldzaam en waardevol.

Schelp (Harpago chiragra) uit de tuin van Kostverloren.

Inventarisnummer: 2687-07 (Huis van Hilde).

Schelp (Harpago chiragra) uit de tuin van Kostverloren.Schelp (Harpago chiragra) uit de tuin van Kostverloren.

Aanleg

Het hele terrein van Kostverloren was omsloten door een dubbele buitensingel van twee met houten palen beschoeide grachten, 10 meter uit elkaar. De tussenstrook was beplant en had waarschijnlijk de functie van windsingel. Enkele rechthoekige met klei opgevulde plantgaten waren nog herkenbaar. Ook lagen er boompjes ondersteboven in de gracht, die daarin geworpen zullen zijn bij het verwijderen van de windsingel. De grachten werden waarschijnlijk in de 16e eeuw aangelegd. Binnen de singel zijn een bassin, vermoedelijk een sokkel voor een tuinornament en een schelpengalerij of grotwerk gevonden.

Bassin

Het bassin bestond uit een ronde houten kuip (ongeveer 2,70 m in diameter en minstens 2 m diep), met aan de buitenzijde minstens acht rechtopstaande paaltjes. Om de kuip heen werd een wijde cirkel met puin gevonden, wat het overblijfsel is van een rode bakstenen muur of gebouwtje. De houten kuip kan onderdeel zijn van een vijver, waterput of fontein en was gevuld met schoon wit zand. De sokkel voor een tuinornament hoort vermoedelijk bij de baroktuin, uit begin van de 18e eeuw. De sokkel bestaat uit een blok metselwerk van 45 x 80 cm van donkerrood-paarse bakstenen. Het blok lag enigszins scheef weggezakt in de bodem.

Schelpengalerij

Vooral bijzonder is de vondst van de schelpengalerij of het grotwerk uit dezelfde periode als de sokkel. In een rechthoekig puinbed (circa 11 x 2,5 m) werden unieke vondsten gedaan, zoals koraal, bergkristal en exotische schelpen. Ook lagen er veel siergrind en mineralen tussen de baksteenfragmenten. Aan de noordzijde, in de richting van het bassin, sloot de schelpengalerij of het grotwerk aan op een tuinmuur. Er zijn verschillende soorten relatief grote exotische schelpen en koraal aanwezig, waarvan de afmetingen kunnen oplopen tot meer dan 17 cm. Deze zijn gedetermineerd door onderzoeksinstituut en natuurhistorisch museum Naturalis in Leiden. Hieruit blijkt dat de soorten uit de Stille en Atlantische Oceaan komen, de Caraïben en de westkust van Afrika en Brazilië. Het is dus zeer bijzonder en zeldzaam dat deze in de vroege 18e eeuw in Amstelveen waren.

Koraal uit de tuin van Kostverloren.

Inventarisnummer: 2687-12 (Huis van Hilde).

Koraal uit de tuin van Kostverloren.Koraal uit de tuin van Kostverloren.

Gedicht

Dat de tuin van Kostverloren ook toentertijd bijzonder was, bewijst het gedicht over de buitenplaats in Hollands Arcadia uit 1730. Hierin wordt onder andere een waterkom vermeld ‘uit harde steen gehouwen’ met een ananas en gouden dolfijnen in het midden, die op hun rug de ‘vier jaargetijden’ droegen. Er is sprake van een fraaie tuin met ‘lustvertrek’. Mogelijk zijn deze woorden in verband te brengen met de aangetroffen schelpengalerij of het grotwerk en het genoemde bassin.

Bron

Dit verhaal is gebaseerd op het archeologierapport Kostverloren te Amstelveen – Archeologisch onderzoek naar kasteel en buitenplaats aan de Amstel (ca. 1425-1822) van G. P. Alders, A. Cohen, S. van der Meij, B. Hoeksema, J. Goud en F. Wesselingh, 2013.

Huis van Hilde

Noord-Holland heeft een nieuw archeologisch depot. Het Archeologiecentrum provincie Noord-Holland Huis van Hilde is gebouwd in Castricum en opende zijn deuren begin 2015. Alle archeologische vondsten en collecties worden er bewaard die de provincie in de loop van decennia heeft verzameld. Daarnaast kunt u er vele honderden van de belangrijkste archeologische vondsten bekijken, zoals Willem en Hillegonda van Brederode, Hilde uit Castricum, de sarcofaag van Etersheim en de prehistorische kano’s van Uitgeest en de Wieringermeer. 

Dit verhaal maakt onderdeel uit van de campagne voor het nieuwe archeologiecentrum Het Huis van Hilde.

Publicatiedatum: 22/01/2014