Erfgooier doodgeschoten te Blaricum

In de nacht van 30 april op 1 mei 1903 namen iets na twaalven twee militairen hun post in bij het hek naar de gemeenschappelijke weide te Blaricum. Deze militairen hadden van de burgemeester van Blaricum het bevel gekregen om, zo nodig met vuurwapens, allen te weren die geen pacht hadden betaald.

Het schot

Toen een zestal erfgooiers uit Laren in de nacht van 30 april op 1 mei bij het hek in Blaricum aankwamen, werd hun de toegang tot de weide geweigerd. Als reactie begonnen de boeren de afzetting af te breken. Hierop volgden eerst twee waarschuwingsschoten in de lucht. Maar het werk werd niet gestaakt. Het derde schot trof de arme Hendrik Smit, een brave 22-jarige jongeman in de borst. Kermend viel hij neer. Dorpsbewoners schoten nog te hulp, maar het was al te laat. Onder hevige pijnen overleed Hendrik Smit omstreeks half vier in de ochtend van 1 mei 1903.

Politie en erfgooiers bij het hek naar de meent. Beeld: Collectie Museum Hilversum

Erfgooiers

Van oudsher woonden in het Gooi zogeheten erfgooiers. Dit waren boeren die via hun vader het recht hadden geërfd om de gemene gronden, zoals heide, bos en weiden, te bewerken, zonder dat daar financiële voorwaarden aan vastzaten. Deze erfgooiers weigerden daarom pacht aan de gemeente te betalen voor het gebruik van de weiden.

De erfgooierskwestie

Op het moment dat het Koninkrijk der Nederlanden in 1813 werd gevestigd, werd de Staat eigenaar van de niet ontgonnen gebieden in het Gooi. De Staat had uit hoofde van de steeds groter wordende toestroom van mensen van ‘buiten’ naar de streek en de daarmee samenhangende belastingopbrengst, heel andere plannen met de gemene gronden dan de erfgooiers. De erfgooiers waren meer uit op het behoud van de gronden ten behoeve van hun veeteelt. Dit zorgde voor grote spanningen. Zo groot dat er zelfs doden te betreuren waren, zoals de jonge Hendrik Smit.

Oude erfgooiers in klederdracht tijdens vergadering in de Grote Kerk te Naarden. Beeld: Collectie Museum Hilversum.

Een standvastig karakter

Hoe heeft het zo ver kunnen komen? De drie meest kenmerkende karaktereigenschappen van de erfgooiers waren strijdvaardigheid, trouw en vasthoudendheid. Deze vasthoudendheid is een van de redenen waarom de zogeheten erfgooierskwestie zo lang heeft geduurd en waarom die zulke extreme proporties aannam.

De Erfgooierswet

Begin twintigste eeuw kon het zo niet langer. Het gevolg was de Erfgooierswet uit 1912 die de Vereeniging Stad en Lande van Gooiland het eigendom gaf van de gemene gronden. Het doel van de vereniging was de bevordering van de Gooise landbouw en veeteelt. In het bestuur namen zowel gemeentebestuursleden als erfgooiers plaats.

Erfgooiers in protest 1903, dia van schilderij van Ferdinand Hart Nibbrig. Beeld: Collectie Museum Hilversum.

Goois Natuurreservaat

In 1932 werd het Goois Natuurreservaat opgericht om de gemene gronden van ’t Gooi te beheren en te behouden. Door een kleine verandering in de Erfgooierswet kon het reservaat zo’n 1500 hectare gemene grond kopen van de erfgooiers die ieder daarvoor 566 gulden ontvingen. Het is dus te danken aan standvastige, trouwe en strijdvaardige erfgooiers als Hendrik Smit, dat het zo gewaardeerde groene en gevarieerde Gooise landschap nog steeds bestaat.

Auteur: Kirsten Kouwenhoven.

Bronnen

De Gooi en Eemlander van zaterdag 2 mei 1903.
P.J. Meertens en Anne de Vries, De Nederlandse volkskarakters (Kampen 1938).
Dr. A.C.J. de Vrankrijker, Het Goois Natuurreservaat (Bussum 1957).
Anton Kos en Karin Abrahamse, Erfgooiers Ten eeuwigen dage (Zwolle 2007).

Publicatiedatum: 09/03/2011