Een zomer op het ‘hoge huys te Muiden’

De zomer van 1633 was een van de vele zomers waarin de drost van Muiden zijn ambtswoning als buitenhuis gebruikte. Het slot lag temidden van weilanden, even buiten Amsterdam bij de monding van de Vecht in de Zuiderzee.

Lees volgende verhaal

Het was voor Pieter Cornelisz. Hooft dan ook ideaal om in de warme zomer zijn stadse woning te verruilen voor het ruime Muiderslot.

De mythe van de Muiderkring

Het waren niet alleen de zoete stapjes van Tesselscha die gedurende de zomers in de gangen van het slot te horen waren, onder anderen ook de geleerden Caspar Barlaeus, Johan Vossius en de schrijver Constantijn Huygens waren er regelmatig te vinden. Tot deze vriendengroep behoorden personen uit de bestuurlijke en literaire elite van de Gouden Eeuw. Zij vormden wat in de latere literatuurgeschiedenis beschreven werd als de ’mythe van de Muiderkring’. De grote namen uit de eerste helft van de 17e eeuw die geregeld samenkwamen om het leven en de literatuur te bediscussiëren en muziek te maken.

Goed gezelschap: Maria Tesselschade Visscher

Hooft hield van goed gezelschap en hij en zijn tweede vrouw Leonora nodigden in de zomer vaak vrienden uit om op het slot te komen logeren. Door middel van lange brieven gevuld met visioenen van sappige aardbeien en rijpe perziken lokte de schrijver zijn vrienden naar Muiden. Een van zijn trouwste vrienden  was de dochter van de koopman en dichter Roemer Visscher. Hooft was zeer van haar gecharmeerd en in de zomer schreef hij haar hoezeer zijn pruimpjes wederom verlangden naar haar frisse rozenmond.

De dochter van de koopman, Maria Tesselschade Visscher, had haar weinig lieftallige naam te danken aan een onverwacht financieel verlies dat haar vader had geleden op de dag van haar geboorte. Een deel van zijn koopvaardijvloot was bij Texel ten onder gegaan in een heftige storm. Om Maria altijd hieraan – en aan onverwachte zaken die het leven kan meebrengen – te blijven herinneren, gaf hij haar deze naam. Hooft maakte bij wijze van grap hier liefkozend het anagram ‘sachte sede-les’ van. Maria en Hooft schreven elkaar veel, op een opvallend tedere manier. Na het bewuste logeerpartijtje in 1633 schreef Hooft haar een brief waarin hij Tesselscha attendeerde op het vergeten van haar slofjes: “Het was beter dat u uw voeten vergeten was en wat daaraan vastzit. De vloer, denk ik, heeft u willen houden en u bent haar ontglipt. (…) De stenen en planken liggen te treuren omdat ze niet langer door die zoete stapjes gestreeld worden.”

Pieter Cornelisz Hooft (Amsterdam, 16 maart 1581 – Rotterdam, 21 mei 1647).

Hooft was in eerste instantie, ook tijdens zijn leven, een beroemd schrijver. Verder was hij drost van Muiden, door prins Maurits benoemd en baljuw van het Gooiland. Hij studeerde in Leiden maar hij legde zich vanaf jonge leeftijd al toe op het schrijven van dichtwerken en toneelspelen. Hij maakte diverse reizen door Italië, wat erg in de mode was in zijn tijd.

Pieter Cornelisz Hooft (Amsterdam, 16 maart 1581 - Rotterdam, 21 mei 1647. Beeld: Collectie Stichting Provinciale Atlas Noord-Holland. Portretten, inventarisnummer: 0269. Auteur l.o.: I. Sandrart, pinxit; m.o.: A. Sijlvelt, sculp.).Pieter Cornelisz Hooft (Amsterdam, 16 maart 1581 – Rotterdam, 21 mei 1647).

Nachtmerrie

Maar niet alleen de aard van de bijeenkomsten of de personen die eraan deelnamen, ook de locatie waar deze bijeenkomsten plaatsvonden prikkelt de nieuwsgierigheid. Als klein meisje al wilde ik op een kasteel wonen, met echte torens en verdedigingswallen. En zelfs al in de 17e eeuw was een middeleeuws kasteel een bijzondere verblijfplaats. Ook bij Huygens sprak de historische omgeving tot de verbeelding. In 1626 sliep hij in de kamer waar graaf Floris V eeuwen eerder had gesmeekt zijn leven te sparen nadat zijn edelen hem hadden verraden. Huygens sliep die nacht slecht en had hier een nachtmerrie over: “Ik zie den graaf hier liggen vloeken, ik zie hem kruipen door de hoeken van zijn omgetuimeld hert, ik zie hem smelten in zijn smert;  ik zie hem sidderen van boosheid, ik zie hem allerhande loosheid schrapen bij den anderen.” Het smeken was vergeefs, de graaf zou kort daarna door zijn edelen worden vermoord. Deze gebeurtenis bood zowel Hooft als Vondel inspiratie voor het schrijven van een toneelstuk.

P.C. Hooft schreef het historische treurspel ‘Geeraert van Velsen’ (1613) over de moord op graaf Floris V en Joost van den Vondel schreef ‘Gijsbrecht van Aemstel’ (1638) over de betrokkenheid van Gijsbrecht bij de moord op de graaf.

Huys en tuin

Hoewel een middeleeuws slot zijn charmes heeft is het geen ideaal zomerhuis, en Hooft had dan ook verschillende aanpassingen doorgevoerd aan het ‘hoge huys te Muiden’ zoals hij het slot noemde. Hij probeerde het er gerieflijker en meer comfortabel te maken door de ramen en vensters te vergroten zodat het binnen lichter werd. Op het slotplein had hij een overdekte galerij naar eigen ontwerp laten bouwen. Ook besteedde hij extra aandacht aan de kasteeltuinen. Hooft had de verdedigingswallen laten beplanten met notenbomen, en naast het slot werd de fruitboomgaard aangelegd. De tuinen en de boomgaard waren dan ook favoriete plekken om de zomermiddagen door te brengen en te genieten van de natuur en de rust. Vanaf de vestingmuren kon je de schepen zien aankomen op de Zuiderzee; over het water lieten ook de meeste gasten zich naar het slot vervoeren om er een vakantie door te brengen gevuld met ontspannen middagen in de tuin en lange zwoele zomeravonden.

Romantisch verlangen

Twee eeuwen later, in de tijd van de romantiek, had menig schrijver heimwee naar de tijden van vroeger door de gedachte aan de lange zomeravonden waar het samenzijn van de briljante literaire geesten van de Gouden Eeuw gevierd werd. Dit romantische verlangen naar de Muiderkring komt duidelijk naar voren in een gedicht dat de 19e-eeuwse dichter De Génestet schreef naar aanleiding van een saai feest waar hij zelf aanwezig was. Hij fantaseerde over de avonden op het Muiderslot: “Aan ’t geestelijk lied van Hooft en de Italiaansche wijnen, die vloeiden langs den disch; aan Tesselscha’s knie, die bij ’t verliefde vuur van Drossaarts poëzie, Barlaëus zachtkens stiet; wiens blijde Minnepijnen ontwaakten, joliger dan ooit, daar ’t achtbaar hoofd van Vondel lustig schudde (…). En ik … ontwaak uit zulk een droom! En sla, in wanhoop schier, mijn blikken naar omhoog … Wie, Jonkers! Zal ons met een lied van Hooft verrassen? Wie, Dames, wie van u zou Tessels muiltje passen?”

Het was duidelijk waar De Génestet en zijn schrijvende tijdgenoten bij hadden willen zijn in de geschiedenis. Zij zouden op die zomeravonden in de omgeving van het slot willen wandelen, van Francisca de Duarte en Tesselscha’s stem willen genieten, Hoofts poëzie willen aanhoren en zich tegoed willen doen aan de goede  wijnen. En ondanks dat de Muiderkring tot mythe is verklaard door latere literair-historici blijft ook bij mij de wens om een zomer op het Muiderslot door te brengen in de tijd dat Hooft drost was. Ik ben geen literair deskundige, noch een groot poëzieliefhebster, maar het idee dat beroemde schrijvers, staatslieden en wetenschappers uit de Gouden Eeuw elkaar elke zomer weerzien in een eeuwenoud slot, elkaar daar uitdagen, prijzen en vermaken in rijmende vorm, spreekt ook bij mij tot de verbeelding.

Briefwisselingen en anekdotes

Beroepsgetrouw blijf ik echter een historicus en om niet met dit historisch geweten in de knel te komen zal ik  toch de nodige feiten onder ogen moeten zien alvorens ik verder meega met de fantasieën van De Génestet. De Muiderkring was geen gezelschap dat op georganiseerde momenten bij elkaar kwam om literaire discussies te houden, noch heeft het literair gezien veel betekend. De brieven en gedichten zijn het resultaat van de vriendschappen onderling, niet van bijeenkomsten op het Muiderslot. Sommige vrienden van Hooft waren in de zomers wel op het slot te vinden, maar het was eerder bij toeval wanneer zij elkaar daar tegenkwamen. Het gezelschap was sterk wisselend van omvang en samenstelling. Huygens was er zelden wegens zijn verplichtingen als secretaris van de prinsen van Oranje en Vondel hield niet van reizen en kwam alleen naar Hoofts verblijf in de stad. De uitgebreide briefwisselingen en anekdotes vormen de basis waarop deze mythe is gevormd.

Sommen

Nu de zoete mythe door de wetenschap ruw is ontkracht roept dit bij mij enkel meer nieuwsgierigheid op. Hoe zouden zulke zomers op het Muiderslot zijn geweest? Hoe ging een dergelijke groep mensen met elkaar om in de 17e eeuw? Waren de gastheer en zijn gasten echt zo gevat en beleefd als wij uit de brieven mogen opmaken? Of liepen de feestjes wellicht ook wel eens uit de hand en had Tesselschade daarom haar muiltjes laten liggen? De Génestet had de sfeer die op de bijeenkomsten in het slot heerste niet geheel verkeerd ingeschat. Huygens heeft eens beschreven hoe het gezelschap de tijd doorbracht. Dit deden zij “met Rijnse wijn en sect, met zingen en rijmen, met sommen en met lijmen,  met zitten en met gaan in zonneschijn en maan, met kuieren en praten, langs dijken en langs straten”. Sommen was een spelletje dat men tijdens de maaltijd speelde. Een van de vrouwen nam kleine slokjes wijn met haar tafelheer terwijl ze smakkende kusjes met hem uitwisselde, dit alles gebeurde verstopt achter een servet. Ondertussen moest de rest van het gezelschap zoveel lawaai maken dat niemand het kon horen. Wie weet wat er na deze avondjes ‘sommen’ allemaal gebeurde!

Huwelijksaanzoeken

Ongeacht het feit dat er ook andere vrouwen aanwezig waren en Tesselscha niet de enige was die kusjes mocht uitwisselen, was het wel voornamelijk Tesselscha die het onderwerp van de vleiende lofzangen van de mannen was. Met name Huygens en de geleerde Barlaeus hebben menigmaal geprobeerd ‘het puikjuweel der vrouwen’ met haar ‘zoetemelks hart’ schriftelijk te verleiden. Barlaeus dong naar haar hand nadat zij op 40-jarige leeftijd weduwe was geworden. Zij is nooit ingegaan op zijn huwelijksaanzoeken maar uit haar brieven bleek dat ze wel degelijk onder de indruk was.

De ideale vrouw

Barlaeus en Huygens schreven elkaar uitdagende en expliciete Latijnse brieven over hun favoriete belichaming van vrouwelijke charmes. Dat Tesselschade indertijd tot de verbeelding sprak moge duidelijk zijn, maar eeuwen later blijkt dit nog steeds zo te zijn. Zij werd ook in latere eeuwen het voorbeeld van de ideale vrouw. J.A. Worp laat zich in zijn publicatie in 1916 bijna verliefd uit over de 17e-eeuwse. Zij was “de aantrekkelijkste vrouw uit de 17e eeuw die hoogbeschaafd was, en behalve dichtte, zong, musiceerde, tekende en schilderde, op glas graveerde, en allerlei vrouwelijke handwerken uitnemend beoefende. Daarnaast bleef zij bescheiden, mooi, bekoorlijk en vrolijk, eenvoudig en tactvol.” Ik zou graag het leven van alledag rond het Muiderslot eens door de ogen van deze ‘hoogbeschaafde doch eenvoudige vrouw’ willen zien. Het is opvallend dat zij door al deze mannen geroemd en geprezen werd, maar dat overal naar voren komt dat zij weigerde op de avances in te gaan. Ik ben nieuwsgierig naar hoe zij echt ‘in de groep viel’. Werd zij als gelijkwaardig gezien of waren er toch enkele reserves tegenover een onafhankelijke vrouw in een dergelijk gezelschap? Tot hoeveel nieuwe inzichten zou je kunnen komen als je erbij was geweest? Als je door Tesselscha’s ogen naar de mannen had kunnen kijken, of juist vanuit Huygens’ perspectief naar haar gezang had kunnen luisteren?

Ik zou…

Ik zou voor een keer de vruchten uit de boomgaard van Hooft willen proeven en een logeerpartijtje lang deel willen uitmaken van de ‘Mythe van de Muiderkring’. Ik zou willen dat ik op de binnenplaats van het slot van Francisca de Duarte’s gezang kon genieten terwijl ik met Barlaeus en Huygens vanachter grote glazen rode wijn een geamuseerd gesprek zou voeren. Ik zou voor een keer Tesselscha willen zien sommen met Bredero terwijl ik probeer de smakkende geluiden te overstemmen.

Auteur: Anika van de Water.

Written by:

Other posts by

Oneindig Noord-Holland maakt verborgen verhalen zichtbaar samen met:

Bekijk het gehele partneroverzicht