Een ontdekkingstocht langs groene zomerse toevluchtsoorden

Boekrecensie over René W. Chr. Dessing, De Amsterdamse buitenplaatsen: over het landleven van stedelijke kooplieden en regenten, Kantoor Verschoor Boekmakers (2017).

Lees volgende verhaal

Op de omslag staat een royaal landhuis met een strakke siertuin. Het wijd open hek en het lonkende loofgroen wenken de voorbijganger naar binnen. Tijd voor een ontsnapping naar het landleven dat vele eeuwen geleden tot stand kwam. ‘De Amsterdamse Buitenplaatsen’ van René Dessing weerlegt in veel kleuren en details waarom deze erfgoedlocaties zo bijzonder zijn en wat er achter de ooit gesloten hekken en hagen verscholen lag.

Wat zijn Amsterdamse buitenplaatsen?

Dessing legt in een introductie uit wat de algemene geschiedenis van buitenplaatsen is zodat iedereen een begrip heeft van deze door Amsterdammers opgerichte oases. De buitenplaatsen vonden hun oorsprong rond 1600, tijdens de Gouden Eeuw van Nederland, waarna er tot de twintigste eeuw in buitenplaatsen werd geïnvesteerd en gewoond. Door de eeuwen heen zochten rijke kooplieden en regenten uit Amsterdam het landleven op, want ze vonden het stadsleven in de zomers toch niet erg plezant, te meer om de open riolen in de Amsterdamse kanalen van toen. Dit leven tussen het groen moest natuurlijk op stijlvolle wijze, en de rijkelui trokken alles uit de kast om hun optrekje op wilde grond te realiseren.
Een buitenplaats, legt Dessing uit, is een zorgvuldig ontworpen complex met royale woning en parkgebied, zonder de inkomsten van landbouwgronden zoals je bij een landgoed had. De locaties van de plaatsen zijn veelal verspreid rond Haarlem, Amsterdam, en verder langs de rivieren De Vecht, Angstel en Amstel. De schapenboeren van toen waren niet zo blij met de komst van de rijke Amsterdamse handelaren, maar uiteindelijk kochten veel Amsterdammers de grond op en zijn wilde moeras- en weidegebieden tot prachtig vormgegeven natuur gemaakt.

Amsterdam – Amstelrust

 

Een belevenis

Het boek is geen verhaal op zichzelf, maar een overzicht vol verhalen. Door de aparte hoofdstukjes per buitenplaats wordt het duidelijk dat elke buitenplaats uniek is en vaak het decor was van grappige, spannende of intrigerende landlevens. Zo is Gooilust in ‘s-Graveland tijdens de negentiende eeuw het toneel van een problematisch huwelijk. Louise D. C. Six erft de buitenplaats Gooilust, helaas blijft haar geluk hierbij, haar huwelijk in 1890 met Frans Blaauw blijft kinderloos. Hij blijkt een man met een bijzonder dure smaak. Hij plaatst vele uitheemse plantensoorten in de tuin en legt zelfs een dierentuin aan met veel exotische diersoorten van het geld van Louise. Zonder zijn vrouw te peilen koopt hij tevens het naastgelegen Trompenburg. Hij beschuldigt haar van ‘ontoerekeningsvatbaarheid’ en plaatst haar in een psychiatrische inrichting en komt zo over haar gehele vermogen te beschikken. Als Louise hiervan loskomt bezoekt zij Pieter van Tienhoven in Amsterdam, de toenmalige voorzitter van Natuurmonumenten. Ze spreekt af dat haar buitenplaats en die van haar broer in het bezit komen van Natuurmonumenten. Frans sterft later dan zijn vrouw als verbitterde man op Gooilust in 1936. De dieren uit zijn verzameling komen daarna in Wassenaar en zelfs Engeland terecht. De buitenplaatsen die destijds zijn overgebracht naar Natuurmonumenten zijn nu nog steeds in topconditie. Gelukkig kwamen er ook wat mooie dingen voort uit dit verschrikkelijke huwelijk.
Om de lezer een goed beeld te geven van hoe mooi deze plekken zijn is er ook aandacht voor de omringende aangelegde natuur en er worden er zelfs anekdotes verteld over bijzondere planten en diersoorten die graag te gast zijn op de buitenoorden. Daardoor is het boek ook voor de tuin en natuurliefhebber interessant om te lezen. Kenmerkende aspecten zoals grote en bijzondere kunstwerken en architectuur worden ook uitvoerig beschreven. Het hele boek staat vol met kleurenfoto’s met bouwkundige details, interieurs en sfeerimpressies van het landhuis of villa in het landschap. Op hun beurt geven oude kaarten en ontwerptekeningen de historie weer van bijzondere tuinontwerpen en hoe de panden er vroeger bij lagen. Tussen de verhalen door zijn hier en daar korte stukjes met weetjes te vinden over de levensstijl en hobby’s van de bewoners van de oorden, je krijgt een kijkje in de huis- en tuintrends van de 17e, 18e en 19e eeuw. Aan het einde van elk hoofdstuk is het alsof je er even bent geweest, door de tijd heen en weer terug.

Amsterdamse buitenplaatsen omslag

Een heerlijk overzicht

Het boek is een interessante combinatie tussen uitgeplozen geschiedenis, kunst, architectuur en de bewogen levens van Amsterdammers van vroeger. Dessing dreunt niet alleen historische informatie over de locaties op, maar geeft in allerlei persoonlijke verhalen van bewoners, sfeerbeelden en historische context haarfijn weer hoe anders en doch menselijk het leven was op zo’n prachtige groene buitenplaats. Bij elke buitenplaats worden het adres en de activiteiten die er te doen zijn vermeldt zodat men makkelijk kan beslissen waar het volgende uitje heen gaat. Het boek nodigt je uit om een kijkje te nemen. Dit is een erg leuk boek voor de buitenmens, de cultuurliefhebber en geïnteresseerden in de Hollandse geschiedenis van de rijke Amsterdammers van toen.

René W.Chr. Dessing, De Amsterdamse buitenplaatsen, over het landleven van stedelijke kooplieden en regenten.
224 blz., 17 x 24 cm, genaaid gebonden, ISBN 978 90 8258 931 3
€ 19,95 | te koop op www.kantoorverschoor.nl en in de boekhandel

Tekst: Anna Tonk

Written by:

Other posts by

Oneindig Noord-Holland maakt verborgen verhalen zichtbaar samen met:

Bekijk het gehele partneroverzicht