Een nieuwe bestemming voor de ‘Buik van Amsterdam’

De monumentale Centrale Markthal voorzag Amsterdam zo’n zestig jaar lang van verse producten. Groente en fruit uit de regio werden vroeger per boot aangevoerd en in de hal aan marktkooplieden, winkels en restaurants verkocht.

Het is zo groot als een voetbalveld en een monument van sociaal bouwen: de Centrale Markthal aan de Jan van Galenstraat. Zo’n zestig jaar lang voorzag het enorme bakstenen gebouw Amsterdam dagelijks van verse producten. De markthal stamt uit de tijd dat de hoofdstad uit zijn voegen barstte en er grote behoefte was aan een ruime en schone plek voor de handel in vers voedsel. Voorheen werden groente en fruit verhandeld op de markt aan de Marnixstraat, maar sterke uitbreiding en overlast deden omzien naar een andere locatie.

Foto: Boei (Jan van Dalen)

Het waren sociaaldemocratische wethouders als Floor Wibaut en Monne de Miranda die destijds allerlei initiatieven in de stad opzetten op het gebied van sociale woningbouw en voorzieningen. Het stadsbestuur zag een grote kansen voor het centraliseren en reguleren van de Amsterdamse voedselvoorziening in de bouw van een nieuw marktterrein.

Een locatie werd gevonden in het westen van de stad, wat de aanvoer van producten over het water gemakkelijk maakte. Tussen 1924 en 1934 werd de Centrale Markthal gebouwd, als kloppend hart van het nieuwe marktterrein. Het imposante gebouw was een architectonisch hoogstandje van architect Nicolaas Lansdorp. Aan de buitenzijde van de hal zijn prachtige details in de bouwstijl van het Zakelijk Expressionisme aangebracht. Aan de binnenzijde valt het samenspel van ritmiek en symmetrie op.

Jan van Galenstraat met markthallen, omstreeks 1934. Prentbriefkaart, 1934.

De Centrale Markthal fungeerde de hele twintigste eeuw als de ‘Buik van Amsterdam’. Hier werden dagelijks boten en wagonladingen met aardappelen, groente en fruit aangevoerd en door producenten en grossiers aan marktkooplieden, winkels en restaurants verkocht. Later werden vlees, vis en diepvriesproducten aan het assortiment toegevoegd, met de vestiging van onder meer het stedelijke abattoir en de visafslag op het terrein. Daarnaast bood de hal plaats aan 60 kantoren en enkele veilingzalen.

Overdag was het er een drukte van jewelste. Sjouwende knechten liepen af en aan met kistjes fruit, grossiers haalden plagerige grappen met elkaar uit en rijke zakenmannen met gleufhoeden inspecteerden hun waren. De Centrale Markthal was een wereld op zich. Een echte mannenwereld, dat wel. Behalve de bekende Amsterdamse koopvrouw ‘tante Mietje’ stonden er nauwelijks vrouwen op de markt.

Vóór de Tweede Wereldoorlog waren vooral Joodse marktkooplieden in groten getale vertegenwoordigd geweest. Maar liefst 800 Joodse groente- en fruithandelaren zijn tijdens de oorlog omgekomen. Voor hen is in 1959, bij het 25-jarig bestaan van de Centrale Markthal, aan de noordzijde van het gebouw een klein monument van stadsbeeldhouwer Hildo Krop onthuld, met de tekst: ‘Gedenk het leed, maar niet om stil te staan’. Een klein groepje mensen herdacht hier jarenlang op 4 mei de doden, tot het terrein rond de eeuwwisseling in verval raakte.

De grote markthal van de Centrale Markthallen in bedrijf, Foto: Stadsarchief Amsterdam.

De havens waren inmiddels gedempt, de spoorrails verwijderd en de hoge klokkentoren op de noordoostelijke hoek afgebroken. Jarenlang leek het erop dat ook de imposante Centrale Markthal zou worden gesloopt. Dat lot bleef het bouwwerk gelukkig bespaard, door de aanwijzing tot Rijksmonument in 2007. Deze status dankt het gebouw aan zijn bijzondere cultuurhistorische en architectonische waarde.

Sindsdien zijn er herbestemmingsplannen om de Centrale Markthal en het omliggende terrein toegankelijk te maken voor publiek. Het bedrijvengedeelte (sinds 1998 bekend als Food Center Amsterdam), dat de volgende fase van zijn bestaan in gaat, wordt compacter en verhuist naar de noordzijde van het terrein. De ruimte die daardoor vrijkomt aan de Jan van Galenstraat zal worden gebruikt voor woningbouw. Hier moet in de toekomst het Marktkwartier verrijzen, de nieuwste stadswijk van Amsterdam-West, met een goede mix aan duurzame huur- en koopwoningen.

Foto: BOEi (Jan van Dalen).

De monumentale markthal wordt in dit plan de blikvanger van de nieuwe wijk en zal na restauratie en herbestemming door BOEi ruimte gaan bieden aan horeca en evenementen. In de toekomst kan er dan gewinkeld worden, een drankje gedronken worden op één van de terrassen, kennis over duurzaamheid en voedsel worden uitgewisseld en zelfs overnacht worden in het nieuwe Markthotel. De bestemming van dit stukje industrieel erfgoed mag dan veranderen, het blijft een plek voor fijnproevers van binnen én buiten Amsterdam.

Duurzaam Erfgoed Congres

Op donderdag 6 juni aanstaande organiseren Steunpunt Monumenten & Archeologie Noord-Holland, Provincie Noord-Holland, BOEi en De Groene Grachten samen het Duurzaam Erfgoed Congres 2019, ‘Van Gouden Eeuw naar Groene Eeuw’. Dit symposium is speciaal voor alle partijen die betrokken zijn bij het verduurzamen van erfgoed en vindt plaats in de Centrale Markthal. Kijk hier om je aan te melden voor het congres.

Tekst: Sarah Remmerts de Vries

Bronnen

https://www.boei.nl/projecten/centrale-markthal-amsterdam
https://www.parool.nl/amsterdam/stadsgezichten-centrale-markthal~a299774/
https://hart.amsterdam/nl/page/7459
https://hart.amsterdam/nl/page/46255
https://locatiecentrale.nl/locations/53-centrale-markthal
https://www.foodcenter.nl/over-ons/geschiedenis/
https://www.groene.nl/artikel/de-buik-van-amsterdam
https://www.vwvastgoed.nl/nl/projecten/detail/herontwikkeling-food-center-amsterdam-het-marktkwartier
https://www.marktkwartierwest.nl/

Publicatiedatum: 14/05/2019