Egmond: ridders, monniken en de zee

Elk van de drie Egmonden toont een eigen gezicht: het slot in Den Hoef, de abdij in Egmond-Binnen, de badgasten aan zee. Egmond aan Zee kennen wij als een populaire badplaats, maar rond het dorp in de duinen is geschiedenis geschreven. Hier galoppeerde ooit de graaf, iets verderop werkten monniken.

Het is niet doenlijk om in het museum, gevestigd in een oud kerkje in Egmond aan Zee, alle verhalen van deze streek uitgebreid te schetsen. Er is hier zo veel gebeurd. Combineer een bezoek aan het museum in Egmond aan Zee met het nemen van een kijkje in de andere Egmonden en je krijgt aan interessant beeld van wat er hier bij de duinen zich heeft afgespeeld.

Museum van Egmond, gevestigd in een oud kerkje (foto J.M. Pekelharing)

Burcht

Tot de verbeelding spreekt zeker het slot dat gestaan heeft in Egmond aan den Hoef. Het grootste van Holland indertijd. Wouter van Egmond was, dankzij zijn heldendaden op een kruistocht, in 1206 tot ridder geslagen. Hij bouwde in Den Hoef zijn kasteel, een zogenaamde ringburcht. Die in de loop van de tijd uitgroeide tot een van de fraaiste kastelen in de Noordelijke Nederlanden. Op schaal, met 25 duizend steentjes, te zien in het museum.

Het kasteel te Egmond aan den Hoef, een van de fraaiste in Holland. Beeld: Provinciale Atlas, Noord-Hollands Archief.

Kastelen komen en burchten vergaan. Ook in Egmond, want wat in de 13e eeuw was herbouwd, werd in de 14e eeuw weer verwoest. Om vervolgens opnieuw te herrijzen. Zo lang als het duurde. Het definitieve einde van dit kasteel in Egmond aan den Hoef kwam tijdens de Tachtigjarige Oorlog, toen in 1573 de geuzen het slot in een ruïne veranderden.

De verre nakomelingen van Wouter van Egmond konden het opnieuw herstellen van hun kasteel niet meer opbrengen. Pas in de vorige eeuw zijn de fundamenten van dit kasteel opgeknapt. Van de vroegere Rentmeesterstoren staat nog een deel overeind.

Abdij

In de achtste eeuw verkondigde Adelbert het christendom in deze kuststreek. In de duinen kreeg hij in 740 zijn graf. Ter herinnering aan hem richtten zijn bekeerlingen een kapelletje op boven zijn laatste rustplaats. Iets verderop verrees in de tiende eeuw een klooster. Daar werden de relieken van Adelbert opnieuw begraven.

Ruïne van de Abdij van Egmond. Beeld: Provinciale Atlas, Noord-Hollands Archief.

De nonnen van het klooster in Egmond-Binnen verhuisden rond 950 naar Bennebroek. Op hun beurt vestigden zich nu Benedictijner monniken uit Gent aan de voet van de duinen in de Sint-Adelbertusabdij. De monniken wierpen hier in de buurt dijken – de eerste in onze provincie – op om hun gebied te beschermen tegen overstromingen. De landerijen van de abdij strekten zich uit over zo’n drieduizend hectare.

Egmond groeide uit tot het centrum van 25 parochiekerken. In de woelige jaren van de Tachtigjarige Oorlog hebben de geuzen de abdij echter in vlammen doen opgaan (1573). Het klooster is pas de vorige eeuw herbouwd.

In de golven

Het was in de tiende eeuw dat de Heer van Egmond toestond dat er huisjes kwamen pal achter de duinen van de Noordzee. Vissers gingen er met hun gezinnen wonen. Aan de toestemming van de Heer van Egmond was de voorwaarde verbonden dat de vissers 10 procent van hun vangst zouden afstaan aan de abdij. Dat kleine vissersdorpje groeide uit tot Egmond aan Zee en was in de 16e eeuw een van de belangrijkste vissersplaatsen aan de kust.

Een haven kende Egmond niet, de vissers zetten hun platbodems, de Egmonder Pinck, gewoon op het strand. Dankzij de platte bodem konden de vissers hun boot van de schuitenschuur naar zee rollen.

De zelflozende reddingboot van Egmond (foto J.M. Pekelharing)

Af en toe kregen de vissers te kampen met zware stormen. Hele stukken duin verdwenen daarbij in het kolkende water. Het Egmond van toen moest midden 18e eeuw zelfs ontruimd worden. De klok van de kerk die in de golven verdween, klinkt nu in het museum.

Bij storm en ontij probeerden stoere vissers hun collega’s in nood op zee te redden. Daartoe trokken zijn er sinds 1897 op uit met een zogenaamde zelflozende boot. Dit reddingschip kreeg extra drijfvermogen dankzij met kurk gevulde luchtkasten. Tot 1953 heeft deze reddingboot dienst gedaan voor de kust van Egmond, later rond Terschelling en bij Noordwijk. Sinds 1958 staat hij in het museum van Egmond.

Naar de kroeg

Tot 1900 werd de vis hier nog op het strand ‘gemijnd’ (verkopen bij afslag). Nadien voeren de vissersschepen naar de haven van IJmuiden. Aan de tijd dat Egmond nog een echt vissersdorp was, herinnert een kamertje dat in het museum is ingericht als vroeger. Met opoe in de bedstee. ‘We brachten de drenkelingen niet naar de kerk maar altijd naar de kroeg, daar hebben ze tenminste snert, koffie en droge kleren’ staat in het museum op een bord geschreven.

Het oude visserskamertje (foto J.M. Pekelharing)

Over ellende en droefenis gesproken, er is hier in de duinen en op zee ooit stevig gevochten. Een expositie over de ‘Slag bij Egmond’ herinnert daar aan. Dat was in 1799 toen de Engelsen en Russen in de buurt landden in een poging de Fransen, die het hier toen voor het zeggen hadden, weg te jagen. Op 2 oktober van dat jaar vielen er in deze strijd meer dan tweeduizend doden en gewonden. Het museum toont prenten en voorwerpen uit die periode. Een musket bijvoorbeeld, uniformstukken en kanonskogels.

Koloniehuizen

Je zou het nu niet zeggen, maar eind 19e eeuw was het in Egmond aan Zee kommer en kwel. Armoe troef. Het kostte de nodige moeite, maar uiteindelijk lukte het om het dorp beter bereikbaar te maken voor dagjesmensen. Er kwam een tramlijntje naar Alkmaar, nog geen 9 km verderop. De reistijd werd dankzij het trammetje teruggebracht tot minder dan een half uur.

In die jaren lanceerde een onderwijzer het plan om in het dorp aan zee herstellingsoorden voor kinderen te bouwen. Hij sloot daarbij aan bij betogen van vooruitstrevende parlementsleden. Er kwamen vakantiekolonies voor bleekneusjes uit de grote stad die aan moesten sterken.

Egmond aan Zee maakte naam met zijn koloniehuizen en kinderpensions. Zon en zee, de frisse buitenlucht als remedie tegen de stinkende overvolle stadswijken. Er zijn mooie foto’s te zien van scharen kinderen die de indrukwekkende vakantiekoloniehuizen bevolkten.

Dit is inmiddels allemaal verleden tijd. De herinneringen daaraan en aan al die andere fundamenten van de historie waarop het hedendaagse Egmond is gebouwd, houdt een groep enthousiaste vrijwilligers levend in het Museum van de Egmond. Het museum is van het voor- tot najaar open. Bezoekers krijgen een geschreven toelichting mee. Voor kinderen is er een speurtocht in het museum.

Tekst: Jan Maarten Pekelharing

Museum van Egmond, Zuiderstraat 7, Egmond aan Zee.
Openingstijden andere gegevens: www.museumvanegmond.nl
Voor info over de abdij van Egmond: www.abdijvanegmond.nl

Andere musea

Dit verhaal maakt deel uit van een serie over ten onrechte vaak wat minder bekende musea in Noord-Holland. Zie o.a.:

https://onh.nl/verhaal/pop-up-museum-in-beweging
https://onh.nl/verhaal/weesp-bier-jenever-cacao
https://onh.nl/verhaal/de-cruquius-pompen-of-verzuipen
https://onh.nl/verhaal/aan-de-knoppen-in-marinemuseum

Publicatiedatum: 14/05/2019