De voor-oorlogse Rapenburger-straat: een gemeenschap op zichzelf

De Kalverstraat, het Rokin en de P.C. Hooftstraat. Iedereen kent deze Amsterdamse straatnamen. Maar de Rapenburgerstraat? Waar is die en waarom zou je dat moeten weten?

De Rapenburgerstraat is wel degelijk van belang en dat is al meer dan drie eeuwen zo. De straat is onderdeel van de oude Jodenbuurt, die begon op Vlooienburg, waar nu het Stadhuis/Muziektheater staat. Er was een rivier, de Amstel en verder was het zeer drassig; ideaal voor scheepswerven en industrieën. Er werden eilanden aangeplempt: Uilenburg en Marken. Later vertrokken de scheepsbouw en de industrie verder oostelijk naar de nieuwe eilanden Kattenburg, Wittenburg en Oostenburg. Arme joden namen de plaats in van de bedrijven; voornamelijk asjkenazische joden uit Duitsland, Polen of Litouwen, nadat eerst joden uit Spanje en Portugal waren gekomen.

Topografische prent met rechts de Portugese Synagoge, voltooid in 1675.

Topografische prent met rechts de Portugese Synagoge, voltooid in 1675.Topografische prent met rechts de Portugese Synagoge, voltooid in 1675.

Een echte joodse buurt

Er was vrijheid van godsdienst in Nederland en daarom zie je vlak bij elkaar twee grote synagogen, een grote rooms-katholieke kerk (de Mozes en Aäronkerk) en verderop de protestantse Zuiderkerk. En er waren natuurlijk tal van kleine synagogen, soms niet groter dan een huiskamer. Het was een echte joodse buurt geworden. Niet een verplicht getto waar je niet uit mocht. Maar wel een getto, dat je verliet, zodra je wat meer ging verdienen. Dat lukte maar weinigen. De meerderheid bleef arm en woonde in overvolle behuizingen met op de begane grond vaak een eenmansbedrijfje.

Self supporting

De Rapenburgerstraat was min of meer self supporting. Je vond er al of niet werk in één van de honderden bedrijfjes; je kon je geld uitgeven in verschillende winkels of bij de barbier en er was natuurlijk straathandel. Als je blut was, kon je naar een bank van lening en als je ziek was, kon je kiezen tussen twee ziekenhuizen. De kleinsten konden naar de kleuterschool en later naar de lagere school; voor velen de eindopleiding. Joodse weesmeisjes hadden hun eigen weeshuis en je religieuze plichten kon je overal verrichten. Als je niet wilde, hoefde je de straat niet uit, behalve om begraven te worden.

Ziel verloren

Het vooroorlogse leven in de Rapenburgerstraat moet niet geromantiseerd worden, maar was natuurlijk de hemel op aarde vergeleken met de verschrikkingen die de Duitsers brachten. Bijna duizend joden uit deze straat werden vermoord en de straat en de hele joodse buurt was zijn ziel verloren. Nu, een pensioenleeftijd later, is het een straat die er zijn mag, maar de geschiedenis laat zich niet gemakkelijk wegpoetsen.

Auteur: David Barnouw (NIOD).

Publicatiedatum: 23/06/2011