In de loop van de twaalfde eeuw versierden ridders in Engeland, Frankrijk, Duitsland en de Nederlanden hun schilden met persoonlijke symbolen. Tijdens een oorlog of gevecht werd een schild namelijk niet alleen als bescherming gebruikt, maar ook als een herkenningsteken. Het was immers van levensbelang dat de medestrijders elkaar op het slagveld herkenden aan diens uitrusting. De kleuren en figuren op het schild werden tevens aangebracht op de paardenkleden, de banieren en de helm. Zo kon het publiek tijdens een middeleeuws toernooi de verschillende ridders makkelijk herkennen.
Het wapenschild stond dikwijls ook op een zegelring, die werd gebruikt om brieven en documenten te verzegelen met een lakzegel. Aanvankelijk dienden de wapenschilden alleen als persoonlijk herkenningsteken. Pas later gingen ze over van generatie op generatie en werden de familiewapens erfelijk.

Pagina uit ‘Chronique des comtes de Hollande depuis les origines jusque 1415’. Vervaardiger: Hendrik van Heessel (†1470). B 89420, Collectie Stad Antwerpen, Erfgoedbibliotheek Hendrik Conscience, bestandsnaam EHC_B89420_2008_0132.
Wapenboek van een heraut
Een familiewapen op het schild moest van een afstand duidelijk herkenbaar zijn. Een heraut, de aankondiger en opzichter bij middeleeuwse toernooien, moest de identiteit van een ridder snel kunnen vaststellen. Om wapenschilden beter te kunnen herkennen, stelden herauten wapenboeken samen met daarin afbeeldingen van wapens. Daarnaast ontwikkelden zij de bijbehorende vaktaal en de regels voor het beschrijven van een wapenschild, ook wel blazoeneren genoemd. De term heraldiek (wapenkunde) is afgeleid van het woord heraut, dat vroeger ook als herault werd geschreven.
In onze streken werden de eerste (nog bewaarde) wapenboeken geschreven, veelal ter gelegenheid van een toernooi of veldtocht. Een bijzonder voorbeeld is het wapenboek van Claes Heynenz, heraut in dienst van de hertog van Gelre. Tussen circa 1345 en 1414 vervaardigde hij een prachtig werk met meer dan 1.500 wapens uit verschillende Europese landen, zorgvuldig geschilderd op perkament.

Een pagina uit ‘Chronique des comtes de Hollande depuis les origines jusque 1415’ met de wapenschilden van Brederode en Egmond. Vervaardiger: Hendrik van Heessel (†1470). B 89420, Collectie Stad Antwerpen, Erfgoedbibliotheek Hendrik Conscience, bestandsnaam: EHC_B89420_2008_0110.
Een andere bekende heraut was Hendrik van Heessel (†1470), die in dienst was van enkele Duitse keizers en Filips de Goede, hertog van Bourgondië en stichter van de Orde van het Gulden Vlies. In een persoonlijk schriftje, getiteld ‘Chronique des comtes de Hollande depuis les origines jusque 1415’, noteerde hij allerlei gegevens.
Bijzonder waardevol zijn de 24 portretten van de graven van Holland, van de tiende eeuw tot aan Jacoba van Beieren, die in 1428 afstand deed van haar macht. Deze pentekeningen gelden als de oudste bekende afbeeldingen van deze edellieden. Waarschijnlijk werden ze in de zomer van 1456 gemaakt aan het Haagse Binnenhof. Mogelijk dienden de houten beelden van de graven die daar destijds stonden (maar verloren zijn gegaan) als voorbeeld.

Detail van een pagina uit ‘Chronique des comtes de Hollande depuis les origines jusque 1415’. Willem II met keizerskroon en keizersmantel en rechts zijn zoon Floris V. Vervaardiger: Hendrik van Heessel (†1470). B 89420, Collectie Stad Antwerpen, Erfgoedbibliotheek Hendrik Conscience, bestandsnaam EHC_B89420_2008_0161.
Een traditie uit Frankrijk
Een familiewapen was niet alleen voorbehouden aan ridders en edellieden. Ook vooraanstaande burgers met een openbare functie voerden een eigen wapen. Deze burgerlijke wapens kwamen zelfs veel vaker voor dan de wapens van adellijke families.
In de zestiende eeuw deed het familiewapen zijn intrede in de Nederlanden. In deze periode kwamen er veel Franse vluchtelingen naar ons land. Deze ‘hugenoten’ mochten het protestantse geloof niet meer in Frankrijk uitoefenen. Anderen waren de slechte economische omstandigheden zat of wilden simpelweg aan de militaire dienstplicht ontkomen.
Veel Franse nieuwkomers klommen de sociale ladder op en behoorden binnen de kortste keren tot de hogere kringen. Zij brachten hun eigen Franse familiewapens mee. De Nederlandse handelaren en bestuurders konden natuurlijk niet achterblijven op de succesvolle Fransen. Rond 1700 namen steeds meer vooraanstaande families deze traditie over.

Wapenkaart met namen en wapens van Noord- en Zuid-Hollandse families. Vervaardiger: anoniem, 1656 – 1699. Collectie Rijksmuseum, objectnummer RP-P-1921-553.
Heraldiek
De belangrijkste bron van de heraldiek is het wapen zelf. Omdat veel oorspronkelijke wapenschilden in de loop der tijd verloren zijn gegaan, vormen zegels, wapenboeken, wapenrollen, grafmonumenten en rouwborden belangrijke secundaire bronnen. Daarnaast kunnen familiewapens op schilderijen waardevolle informatie geven over de identiteit van de geportretteerde.
Bij de omschrijving van een wapen wordt het schild beschreven vanuit het perspectief van de wapendrager. De beschrijving begint met de kleuren van het schild, gevolgd door de figuren die erop zijn afgebeeld. Tot slot worden de overige objecten rondom het schild beschreven. Een wapen kan bestaan uit alleen een schild, maar wordt meestal rondom aangevuld met een helm, wrong en dekkleden – de zogenaamde schilddekking. In de loop der tijd werden deze versieringen steeds uitgebreider, waardoor het eigenlijke schild naar de achtergrond verdween.

Onderdelen van een wapen, 1: Schild, 2: Helm, 3: Dekkleden, 4: Wrong, 5: Helmteken. Beeld via Wikimedia Commons, publiek domein.
Eigen vlees en bloed
Vroeger golden er bepaalde regels voor het ontwerp van wapens. Zo hadden ongehuwde vrouwen en weduwen in de Nederlanden en Duitsland een ruitvormig schild. Een familiewapen werd doorgaans van vader op zoon overgedragen, samen met de achternaam. Maar als de naam via de vrouwelijke lijn werd voortgezet, konden ook andere naamdragende nakomelingen het wapen erven.
Onwettige kinderen en hun nageslacht mochten weliswaar het wapen van hun vader gebruiken, maar moesten dit eerst aanpassen. Vooral binnen de elite, waar afkomst, titels en privileges een belangrijke rol speelden, was het van belang om onderscheid te maken tussen de verschillende nakomelingen. Daarom werd het familiewapen voorzien van een schuinstaak: een smalle balk die over het wapen werd geplaatst.
Er wordt vaak gedacht dat heraldiek aan strenge, onveranderlijke regels gebonden is. In werkelijkheid konden wapens door de tijd heen veranderen of werd een wapen door een familie voor een andere vervangen.

Portret van Jacoba van Beieren (1401-1436), gravin van Holland, Zeeland en Henegouwen. Met linksboven een ruitvormig familiewapen. Zestiende-eeuwse kopie naar het origineel uit ca. 1435. Collectie Rijksmuseum, objectnummer SK-A-498. (Pendant van SK-A-499)
Symboliek van de wapenfiguren
Elk wapen had een unieke vormgeving, die kenmerkend was voor de desbetreffende familie. Een familiewapen wordt daarom ook wel gezien als een tastbare weergave van de familiegeschiedenis. De betekenis van de afgebeelde figuren is echter niet altijd eenvoudig te achterhalen.
Zo kan een toren verwijzen naar een leenverband of naar de betrokkenheid van een voorouder bij de bestorming of verdediging van een burcht. Daarnaast is het mogelijk dat een stamvader simpelweg in de nabijheid van een burcht woonde. Een ander heraldisch symbool is het molenijzer: een onderdeel van een molen dat in de molensteen werd geplaatst om de wrijving te verminderen. In de heraldiek verwijzen molenijzers naar het maal- en stapelrecht van graan en zijn ze een teken van oud rechtsbezit. De leeuw, zowel staand of lopend, komt vaak voor in familiewapens. Oorspronkelijk werd de leeuw geassocieerd met heerschappij en macht. In latere perioden werd het dier een symbool voor moed en dapperheid.
Sommige wapenfiguren konden verwijzen naar de achternaam van de drager. Een voorbeeld van zo’n ‘sprekend wapen’ is te zien op het wapen van het Huis Wassenaer met drie liggende wassende manen. Andere afgebeelde objecten verwijzen weer naar bepaalde beroepen. Werktuigen of gereedschappen komen regelmatig voor, maar een hamer hoefde niet gelijk te betekenen dat iemands voorouders smid waren. De figuren werden soms ontleend van een andere familie. Aan de hand van de figuren kon je dus niet de status van een familie aflezen, wel zegt het iets over de periode wanneer het wapen is ontworpen.

Portret van een lid van de familie Van der Mersch, vervaardiger: Cornelis Troost (eigenhandig gesigneerd), 1736. Op tafel ligt een muziekboek met het familiewapen Van der Mersch: een rijke doopsgezinde familie uit Amsterdam. Collectie Rijksmuseum, objectnummer SK-A-3948.
Bekende familiewapens in Noord-Holland
Op het familiewapen van de welgestelde familie Boreel zijn twee gekruiste zwepen afgebeeld. Dit zou oorspronkelijk een geselkat met negen staarten voorstellen. De familie Boreel duikt vanaf 1402 op in de geschiedenis van West-Vlaanderen. In deze periode waren zij actief als ‘tafelhouders’; dit waren de voorlopers van de huidige bankiers. Zij zaten achter een open tafel (banco) waar mensen geld konden wisselen of een lening konden afsluiten. In Noord-Holland komen we de familie tegen vanaf 1742, waar ze ruim twee eeuwen lang Buitenplaats Beeckestijn in Velsen-Zuid in het bezit hadden. De familie Boreel stamt oorspronkelijk af van de Italiaanse familie Borelli, die mogelijk verband houdt met het Italiaanse woord voor beul. Vandaar waarschijnlijk de afbeelding van het martelwerktuig in het familiewapen.

Wapen van de familie Boreel van Hogelanden. Vervaardiger: anoniem, 1800. Noord-Hollands Archief / Beeldcollectie van de gemeente Haarlem, Inventarisnummer 44263.
Het schild van Egmont, het wapen van het adellijke Huis Egmond, behoort tot de oudste familiewapens van de Nederlanden. Het wapen dateert van omstreeks 1200 en vormt de historische basis voor verschillende vlaggen en gemeentewapens in Noord-Holland. Het schild bestaat oorspronkelijk uit twaalf kepers (omgekeerde V-vormen), die afwisselend goud (geel) en keel (rood) zijn gekleurd. In de heraldiek staat rood voor moed en opoffering, terwijl goud wijsheid en rijkdom symboliseert.
Het wapenschild van de adellijke familie Van Brederode toont een rode klimmende leeuw op een gouden veld. Het vertoont grote gelijkenis met het wapen van de graven van Holland, omdat de Brederodes beweerden af te stammen van het Hollandse gravenhuis. Op 16 januari 1531 deed het Hof van Holland uitspraak in een geschil met de heer van Brederode. Daarbij werd hem het recht ontzegd de naam en het wapen van Holland te voeren, omdat hij zich dit recht volgens het Hof ten onrechte had toegeëigend. De familie beriep zich op een vermeende afstamming van graaf Willem I (overleden in 1221), wiens zoon volgens de overlevering de stamvader van de Brederodes zou zijn geweest. Deze afstamming was echter nooit overtuigend bewezen. Op 1 mei 1534 werd het de Brederodes alsnog toegestaan het wapen te voeren, op voorwaarde dat zij er een barensteel of lambel (palesteel) aan toevoegden. Met dit heraldische teken werd een familiewapen onderscheiden van dat van een andere familietak, bijvoorbeeld dat van een zoon ten opzichte van zijn vader.

Detail van een prent met ruim 144 familiewapens, onderaan de wapens van Cornelis Tromp en de Ruyter. Vervaardiger: anoniem, 1677-1683. Noord-Hollands Archief / Collectie van historieprenten van de Provinciale Atlas Noord-Holland, Inventarisnummer 1212.
Tijdens de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden werden in de Noordelijke Nederlanden geen wapens verleend door de stadhouders. Sinds Filips II in 1581 was afgezworen, was er immers geen koning meer die als enige bevoegd was een dergelijk privilege toe te kennen. Het aannemen van buitenlandse adeldom, met het bijbehorende wapen, bleef echter wel toegestaan. Deze eer viel onder anderen te beurt aan Cornelis Tromp (1629-1691) en Michiel Adriaensz. de Ruyter (1607-1676). Doordat er in deze periode ook geen officiële wapenregistratie bestond, kon de burgerlijke heraldiek zich vrij ontwikkelen en tot grote bloei komen.

Portret van Cornelis Tromp (1629-1691), vervaardiger: David van der Plas (Amsterdam 1647 – Amsterdam 1704), 1667 – 1670. In de linkerbovenhoek het wapen van de familie Tromp: gevierendeeld: I en IV in zilver een hoge rode keper, boven beladen met een gaande aanziende gouden leeuw, vergezeld beneden van een omgewend getuigd schip van natuurlijke kleur op groen water en in een blauw schildhoofd gaande over de keper een gouden lelie; II en III in rood drie gouden schuinkruisjes. Collectie Rotterdam Museum, objectnummer 10546. Beeld via Wikimedia Commons, CC BY-SA 3.0.

Portret van Michiel Adriaensz. de Ruyter (1607-1676), met op de vlag achter hem zijn familiewapen, vervaardiger: Karel du Jardin (schilder), 1669. Collectie Het Scheepvaartmuseum, Amsterdam, objectnummer A.0953a.
De Hoge Raad van Adel
Pas na het ontstaan van het Koninkrijk der Nederlanden begon de overheid zich, zij het in beperkte mate, bezig te houden met heraldiek. In 1814 werd bij Koninklijk Besluit de Hoge Raad van Adel opgericht. Deze instelling kreeg onder meer de taak om zaken met betrekking tot de adel te behartigen. Enkele jaren later kreeg de Raad de opdracht om lijsten op te stellen van de inmiddels 545 adellijke geslachten in Nederland. Daarnaast ging de registratie van familiewapens van adellijke geslachten, steden, dorpen, heerlijkheden, provincies en andere overheidsinstanties tot zijn taken behoren.
Wie meer wil weten over familiewapens kan terecht bij het Centrum voor Familiegeschiedenis (CBG). Zij hebben op hun website CBG Familiewapens een van de grootste familiewapendatabanken ter wereld.
Auteur: Judith van Amelsvoort
Bronnen:
- Familiewapens – Centrum voor Familiegeschiedenis (CBG).
- Geheugen van Nederland, In 1700 was het familiewapen hot, CBG Familiewapens.
- Erfgoedparels ErfgoedBib.be, Hendrik van Heessel (†1470), Chronique des comtes de Hollande depuis les origines jusque 1415.
- J.A. de Boo, Familiewapens, oud en nieuw. Een inleiding tot de familieheraldiek, 1982.
- Roelof Vennik, Familiewapens, oorsprong en betekenis, 1988.
Publicatiedatum: 09/10/2026
Vul deze informatie aan of geef een reactie.