De tuunwallen van Texel

Vòòr het jaar 1650 was op Texel – net zoals op andere Waddeneilanden – sprake van 'overalweiden'. Negen maanden van het jaar (september tot mei) mocht elke Texelaar zijn vee over het hele eiland laten grazen. Rond 1640 mocht dit alleen nog maar op meentgronden. Vanaf 1652 zijn de perceelscheidingen ontstaan. Op Texel leenden de hoge gronden zich niet om sloten te graven en rasters zetten was vanwege houtgebrek geen optie. De Texelaars gebruikten de tuunwal als alternatief. Dergelijke wallen werden in het Noord-Hollandse kustgebied al vanaf de 9e eeuw gebruikt voor het omringen van akkerland (geesten).

Tuunwallen bij Den Hoorn.

Tuunwallen bij Den Hoorn.Tuunwallen bij Den Hoorn.

Zeldzame planten

Een typische tuunwal is ongeveer 1,5 meter hoog en 1 tot 2 meter breed en wordt gemaakt van ter plekke afgestoken plaggen, die op elkaar gelegd worden. Op Texel, maar ook op Wieringen bleken aangeplante afscheidingen vaak niet tegen de zilte omgeving bestand en stierven snel af. Omdat de wallen uit bodemmateriaal bestaan, maar een andere waterhuishouding hebben dan het omliggende land, kunnen er andere plantensoorten op voorkomen. De droge vegetatie zorgt ervoor dat de wallen een lichtere, ‘gele’ kleur hebben en zo contrasteren met de vochtige weilanden. Op de tuunwallen groeien soms zeldzame planten. Boven op de tuunwallen werden, om de schapen tegen te houden, vanouds duindoorns, sleedoorns of eiken geplant. Tegenwoordig wordt er vaak van prikkeldraad gebruikgemaakt. In die gedeelten van Texel die wat hoger liggen vinden we fraaie, vaak nieuwe exemplaren van tuunwallen. Zij zijn soms gereconstrueerd nadat de oorspronkelijke tuunwallen waren verdwenen.

Publicatiedatum: 23/06/2014

Aanvullingen

Vul deze informatie aan of geef een reactie.

Plaats een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Vereiste velden zijn gemarkeerd met *. Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.