De laatste reis van Opie Pruimboom

Wie in Nederland spoedeisende hulp nodig heeft kan rekenen op de komst van een ambulance binnen twintig minuten. Honderd jaar geleden duurde de reis van de Wieringse eilandbewoonster Maartje Pruimboom naar het ziekenhuis in Alkmaar meer dan een halve dag. Maar, Maartje reisde anno 1918 wél met een destijds moderne ambulancekar.

Op klompen naar de dokter

Opie Pruimboom van de Elft, een buurtje buiten Hippolytushoef is ziek en wel zo erg dat de familie het tijd vindt om de dokter te halen: de situatie is ernstig. Een zoon trekt zijn jas en zijn hulleste (klompen) aan en loopt naar de dokter in Hippolytushoef, zo’n 20 minuten gaans. De dokter spant het paard in en rijdt regelrecht met zijn koets naar het huisje van Opie. Het is al snel duidelijk, Opie moet naar het ziekenhuis in Alkmaar en wel meteen. Als ze opschieten halen ze de postboot van die middag in De Haukes nog. De dokter vertrekt en de zoon gaat met snelle pas erachteraan om de ambulancekar uit de Beltstraat te halen.

 

Raderbaar: uitvinding van de legerarts dokter De Mooy.

Raderbaar: uitvinding van de legerarts dokter De Mooy. Het Nederlands-Indisch Leger was eind negentiende eeuw meerdere malen in een oorlog verwikkeld op Atjeh. Dokter De Mooy bedacht een meer efficiënt vervoer van gewonde en zieke soldaten. In plaats van twee hospiks was er voortaan nog maar één hospik nodig als ambulancebroeder.

Raderbaar

Het was een grote vooruitgang dat de gemeente Wieringen indertijd zo’n kar heeft aangeschaft. Eigenlijk heet het ding ‘raderbaar’, een uitvinding van dokter De Mooy. Hij was een legerarts die tijdens de Atjeh-oorlog eind negentiende eeuw in Nederlands-Indië bedacht dat het praktischer was om de draagbaar rijdende te maken. Het scheelt één hospik tijdens het vervoer van een gewonde soldaat.

Na een uur is de zoon terug en kan patiënt Opie eindelijk op weg naar het ziekenhuis. Eén zoon Pruimboom kan in zijn eentje Opie naar de postboot vervoeren. Maar omdat de tocht lang is en je steun aan elkaar kunt hebben gaat er nog een tweede zoon mee. Het is ongeveer een uur lopen naar de postboot aan De Haukes, met de boerenwagen van de buurman zouden de zoons niet hoeven lopen. Maar de wagen heeft geen veren en de reis is niet sneller. Opie heeft  zoveel pijn … het vervoer in de raderbaar geeft haar meer comfort.

 

De raderbaar van de gemeente Wieringen.

De raderbaar van de gemeente Wieringen. Eilandmuseum Jan Lont heeft de raderbaar van gemeente Wieringen in zijn collectie. Op de foto is de ambulancekar te zien met een pop als te vervoeren patiënt.

Postboot aan De Haukes

Opie wordt goed ingepakt, neemt afscheid van de familie en de buren en probeert zo goed en zo kwaad als het gaat een comfortabele positie in te nemen op de baar. Dat valt niet mee, maar de deken geeft in ieder geval warmte. En het zeiltje boven haar hoofd beschermt tegen de wind. Als het nu maar niet gaat regenen, want dan worden de begeleiders ook nog nat en koud …

De reis vangt aan en ruim een uur later wordt De Haukes bereikt, de boot vertrekt een half uur later. Wat een geluk dat er nu een stoomboot is, dan ben je tenminste op tijd voor de tram in Ewijcksluis. Toen de jongens Pruimboom kind waren moesten ze nog zeker een uur lopen naar station Spoorbuurt, verderop in de Anna Paulownapolder. Een heel enkele keer hadden de jongens de reis per spoor gemaakt naar hun grootouders in Enkhuizen. Opie houdt zich trouwens goed.

Met tram en trein

Eenmaal op het vasteland wordt met hulp van het tramwegpersoneel de ambulancekar in de tram gehesen en de reis naar Schagen aangevangen. Die verloopt gelukkig vlot en Schagen wordt net op tijd bereikt om de trein te halen. Opie krijgt het koud; zou de koorts oplopen, vragen haar zoons zich af. Als ze nou maar gauw in Alkmaar zijn, dan is het ziekenhuis niet ver meer.

De treinreis duurt niet lang, een half uur. De baar wordt uitgeladen en de mannen beginnen aan een snelle voettocht naar het ziekenhuis. Met opie gaat het niet goed; het lijkt wel of ze van tijd tot tijd het bewustzijn verliest. Ze geeft in ieder geval amper een antwoord op hun vragen. Haast is geboden, nu draven de duwers bijna. Toch valt de afstand naar het ziekenhuis nog tegen. Eindelijk, ze zijn er. De specialist kan helaas niets meer doen. Het is te laat.

De volgende dag ondernemen de broers de reis in omgekeerde volgorde. De lege baar maakt de reis licht, maar hun gemoed is zwaar.

Cornelis de Mooy was uitvinder van de raderbaar.

Cornelis de Mooy was uitvinder van de raderbaar.

Eilandmuseum Jan Lont

Maartje Pruimboom – Vermeulen leefde van 1849 tot augustus 1918 op het eiland Wieringen. Dankzij haar kleinzoon August Pruimboom (1931 – 2000) is dit verhaal niet in de vergetelheid geraakt. Marieke Roos, medewerker en bestuurslid van het Eilandmuseum Jan Lont tekende zijn verhaal op.

Auteur
: Marieke Roos, bewerking en toevoeging beeldmateriaal: redactie Oneindig Noord-Holland.

Publicatiedatum: 31/05/2011