De Kolenkit: markante wederopbouwkerk

Veel mensen zullen bij het horen van markante gebouwen in de Amsterdamse wijk Bos en Lommer meteen denken aan de Opstandingskerk, pal gelegen naast de Bos en Lommerweg. De kerk is  beter bekend onder de naam de Kolenkit, vanwege de vorm van de toren. De buurt daaromheen dankt zijn naam weer aan deze bijnaam: de Kolenkitbuurt. Deze buurt is onderdeel van de enorme stadsuitbreidingen die na de Tweede Wereldoorlog het aanzien van Amsterdam voor een groot deel hebben veranderd.

Algemeen Uitbreidingsplan

In de negentiende eeuw barstte de stad uit haar voegen. Er werden een aantal nieuwe wijken gebouwd om aan de heersende woningnood te voldoen. Deze wijken werden rondom de maanvormige stad gebouwd, zoals Plan Zuid en Plan West. Een grote stadsuitbreiding was echter niet mogelijk, omdat de gemeentegrenzen in die tijd kleiner waren dan nu. Begin twintigste eeuw werd het mogelijk gemaakt om grote stukken grond te annexeren en de gemeentegrenzen flink uit te breiden. Amsterdam werd in één klap bijna vier keer zo groot. Er werden diverse stedenbouwkundige plannen gemaakt. In 1934 werd het Algemene Uitbreidingsplan Amsterdam (AUP) gepresenteerd, een jaar later werd deze door de gemeenteraad aangenomen. Een belangrijk onderdeel vormde de uitleg van de stad richting het westen: de bouw van de zogeheten Westelijke Tuinsteden. Na de Tweede Wereldoorlog werden de enorme bouwplannen uitgevoerd en verrezen in korte tijd nieuwe wijken en woningen.

Maquette van Amsterdam met algemeen uitbreidingsplan

Maquette van Amsterdam met algemeen uitbreidingsplanMaquette van Amsterdam met algemeen uitbreidingsplan

Wederopbouwkerken

In de stedenbouwkundige plannen werd volgens de bestaande kerken in Amsterdam onvoldoende rekening gehouden met kerkbouw. De eerste woningen in de huidige Kolenkitbuurt werden al gebouwd, terwijl er maar twee bestaande kerken waren: de Petruskerk in Sloterdijk en de Jeruzalemkerk in de Baarsjes. Het geld voor de bouw van nieuwe kerken moest deels van de kerkelijke gemeenten en gelovigen zelf komen. Deze inspanningen leidde onder andere tot de bouw van de Opstandingskerk in 1956. Het gebouw kostte uiteindelijk 850.000 gulden.

Licht

De architect van de Opstandingskerk is M.F. Duintjer, opdrachtgever de hervormde gemeente Amsterdam-West. Het markante gebouw is een ankerpunt in de ontwikkeling van wederopbouwkerken in naoorlogs Nederland. De toren is met48 meteréén van de hoogste van de wederopbouwkerken. De vorm van de toren staat symbool voor een vinger die naar de hemel wijst. Amsterdammers zien er echter een kolenkit in, vanwege de schuin afgesneden toren. Maar niet alleen de toren geeft het gebouw zijn markante silhouet. Ook de kerkzaal is bijzonder te noemen. Licht is een centraal thema in de kerken van Duintjer. De muren van de kerkzaal zijn als een waaier van afwisselend baksteen en glas gebouwd. Het indirecte licht zorgt voor een verassend lichtspel. De kerkzaal zelf is sober ingericht. Naast deze kerkruimte en toren bestaat het gebouw ook nog uit een pastorie en wijkcentrum. In 1977 werd de kerk gesloten en verkocht de hervormde gemeente het gebouw aan de Pinkstergemeente. In de Kolenkit worden tegenwoordig nog steeds kerkdiensten gehouden.

Monumentenstatus

Niet alleen voor de architectuurgeschiedenis en kerkenbouw in naoorlogs Nederland neemt de Kolenkit een belangrijke plaats in. Het is en blijft een herkenningspunt en monument voor het voormalige stadsdeel Bos en Lommer, ook al werpt oprukkende nieuwbouw in het laatste decennium steeds meer een schaduw op het markante silhouet van de Kolenkit. Sinds 2007 is het gebouw één van de honderd topmonumenten uit de wederbouwperiode en heeft het de status van beschermd rijksmonument gekregen.

Publicatiedatum: 28/02/2012