De kerk van Jacob van Wassenaer Obdam in Hensbroek

‘Eindelijk!’, denkt Jacob van Wassenaer Obdam, sinds 1653 opperbevelhebber van de Nederlandse oorlogsvloot, op 2 juli 1657. Op deze mooie zomerdag wordt er een begin gemaakt met de bouw van een mooi definitief gebedshuis voor Hensbroek. Het dorp heeft al bijna tachtig jaar geen fatsoenlijke kerk meer gekend. Zijn zoon van bijna twaalf jaar mag de eerste steen leggen.

In 1579 was de oude kerk volledig afgebrand. Er kwam wel een noodkerk, maar dat was ook niet alles. Jacob schaamde zich er zelfs een beetje voor. Hij was heer van een dorp dat niet eens over een fatsoenlijke kerk beschikte! Nu komt er tenminste een kerk in Hensbroek waar hij en zijn dorpelingen trots op kunnen zijn.

Portret van Jacob van Wassenaer Obdam, 1650-1660, door Abraham Evertsz. Westerveld. Op de achtergrond van het schilderij is de Slag in de Sont afgebeeld. Om zijn nek draagt de admiraal het ordeteken van de Witte Olifant. Beeld: collectie Rijksmuseum Amsterdam.

Slag om de Oostzee

Tijd om de bouw nauwlettend te volgen is er niet. In november vaart Jacob alweer uit met 75 schepen, 3.000 kanonnen en 15.000 opvarenden richting de Oostzee. Zweden heeft het beleg geslagen voor Kopenhagen en hierbij de toegang tot de Oostzee afgesloten. Maar de handel op deze zee is een belangrijke inkomstenbron voor de Nederlandse Republiek. Hij krijgt dus de taak een einde te maken aan de blokkade. Met succes. Op 8 november weet hij Zweden te verslaan bij de Slag in de Sont. Alhoewel, hij ligt op dat moment benedendeks op bed met jichtklachten. Desalniettemin is de koning van Denemarken hem erg dankbaar en geeft hem het onderscheidingsteken van de Orde van de Witte Olifant.

Bomvolle kerk in Hensbroek

In een jaar tijd is het hele gebouw opgetrokken. De eerste kerkdienst vindt kort daarna plaats op 22 juli 1658. De kerk is bomvol. Elke hoek is bezet. Jacob is echter de opvallende afwezige. Door zijn krijgsverrichtingen kan hij niet bij de voltooiing van ‘zijn’ kerk zijn. Om zijn betrokkenheid toch kenbaar te maken laat hij enige tijd later, ter herinnering aan de bouw, een plaquette in de oostelijke torenmuur metselen.

Praalgraf van admiraal van Wassenaer van Obdam in de Grote Kerk in Den Haag. Beeld: Wikipedia, particuliere foto

Dood van Jacob van Wassenaer Obdam

Na zijn overlijden heeft Jacob echter geen graf gekregen in zijn kerk. Hij vond zijn zeemansgraf tijdens de Slag bij Lowestoft op 13 juni 1665. Maar iemand van zijn status verdiende volgens het toenmalige landsbestuur een praalgraf. Zo kreeg hij, Jacob van Wassenaer Obdam, Baanderheer van Wassenaer, Heer van Obdam, Hensbroek, Spierdijk, Wognum, Zuidwijk, Schoonouwen en Kernhem, Ritmeester kolonel over een regiment paarden, gouverneur en drost over Heusden en het fort op de Maas, Admiraal van Holland en West-Friesland en Ridder van de Koninklijke Orde van Denemarken, een heus baldakijngraf in de Grote of Sint-Jacobskerk in Den Haag.

Naast het baldakijngraf van Willem van Oranje in de Nieuwe Kerk in Delft, is Jacobs grafmonument het enige van dit type in Nederland. En het is deze blijkbaar grote (maar onbekende) figuur waar de Nederlands Hervormde Kerk van Hensbroek haar bestaan aan heeft te danken.

Auteur: Emmie Snijders

 

Publicatiedatum: 04/06/2011

Aanvullingen

Vul deze informatie aan of geef een reactie.

Plaats een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Vereiste velden zijn gemarkeerd met *. Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.