De Doopsgezinde Vermaning van Middelie

Eeuwenlang was het doopsgezinden niet toegestaan om hun kerkgebouw aan de openbare weg te bouwen, ondanks dat maar liefst de helft van de inwoners van Middelie uit doopsgezinden bestond. Daarom bouwden zij hun kerken achter op het erf. Tegenwoordig is de vermaning in Middelie goed zichtbaar, maar prachtig verstild gelegen aan het water.

Een eigenzinnig geloof

De van oorsprong Friese kerkhervormer Menno Simons (1496-1561) kreeg in de loop van de zestiende eeuw veel volgers in Waterland. In tegenstelling tot de katholieken, kenden deze doopsgezinden alleen een vrijwillige doop op volwassen leeftijd op basis van een persoonlijke belijdenis. Het innerlijke geloofsleven stond bij hun centraal. Zij leefden sober, werkten hard, droegen geen wapens en weigerden in dienst van de overheid te treden. Door deze houding werden de doopsgezinden na de reformatie vervolgd en konden zij hun geloof niet openlijk belijden. Zoals de bekende Wendelmoet Claesdochter uit Monnickendam die in 1527 tot de brandstapel werd veroordeeld. Aan het eind van de zestiende eeuw stopten de vervolgingen en werden de (weder)dopers getolereerd. Zij mochten echter niet openlijk hun geloof belijden.

De Doopsgezinde Vermaning van Middelie.

Verscholen kerken

Net als katholieken, joden en lutheranen maakten zij daarom gebruik van schuilkerken. Deze werden zo gebouwd dat ze er niet als kerk uitzagen, maar als boerderijen of woonhuizen of ze stonden verscholen middenin een bouwblok. Vandaar dat opzichtige kerktorens en luide kerkklokken steevast ontbraken. Hoewel deze schuilkerken bij iedereen bekend waren, stond de overheid de doopsgezinden toe hun ‘vermaningen’ te bouwen, zoals de doopsgezinden hun kerkgebouw noemden. Het woord vermaning had een tweeledige betekenis. Het verwees zowel naar de aansporing (vermaning) die de gelovigen kregen om in de voetsporen van Christus te treden, als ook naar de waarschuwing tegen het kwaad van de gereformeerde staatskerk. Zoals ook elders in Waterland kregen de doopsgezinden in de zestiende eeuw in Middelie een grote aanhang. Van de zeventiende tot diep in de negentiende eeuw was bijna de helft van de bevolking doopsgezind.

De gedenksteen ter ere van de eerste steenlegging.

Een gulle schenking

De huidige vermaning in Middelie stamt uit 1899 en verving toen een houten kerk uit 1772. Zoals destijds gebruikelijk lag het houten gebouw achter op het erf, een eind van de rooilijn van de straat. De noodzaak om te bouwen ontstond door het steeds groter wordend ledenbestand dat groeide naar zo’n 200 mensen, bijna de helft van de bewoners van Middelie. De bouw werd mogelijk gemaakt door een schenking van een stuk land door broeder J.D. Bark Sr. Daarbovenop schonk de gulle broeder nog eens 6000 gulden voor de bouw van een nieuwe vermaning. Hiermee nam hij ongeveer de helft van de kosten voor zijn rekening. Als voorwaarde stelde hij wel dat er op het stuk grond nooit huizen gebouwd zouden worden. En tevens dat, mocht de huidige kerk in verval raken, er een nieuwe vermaning moest worden gebouwd. Bij zijn overlijden kreeg de Doopsgezinde Gemeente een legaat van 200 gulden met de verplichting om het graf van de heer Bark eeuwig te onderhouden.

Het sobere interieur van de Doopsgezinde Vermaning.

Wederom geen kerktoren

Het enige dat nog aan de geschiedenis van schuilkerk doet herinneren is het feit dat het nieuwe kerkgebouw evenmin een toren kreeg. Verder is de inrichting zonder uitbundige versieringen, net als de voorganger. Een sober interieur is een kenmerk van de doperse instelling. Het avondmaalszilver dat in 1888 is geschonken is de trots van de gemeente. Het eenvoudige eenbeukige kerkje is ontworpen door architect J.H. Lehman en gebouwd in een eclectische stijl. De inwijding van de kerk vond plaats tijdens een dienst op 31 december 1899. Het orgel in de kerk stamt uit 1865 en is gemaakt door Van Dam in Leeuwarden. Het is overgeplaatst van de oude naar de nieuwe vermaning. De vermaning doet nog steeds dienst als godshuis voor de Doopgezinde Gemeente Middelie, maar de kerkgangers komen niet meer per roeiboot naar de dienst, zoals vroeger gebruikelijk was in het waterrijke Zeevang.

De Doopsgezinde Vermaning van Middelie. Foto: Marjon, via Wikimedia (CC BY-SA 2.0).

Auteur: Rein Spaans (Doopsgezinde gemeente Middelie) / Redactie ONH

Publicatiedatum: 03/06/2011