De Katholieke Openbare Leeszaal en Bibliotheek in Alkmaar

In 1908 werd in Alkmaar de Vereniging tot ‘oprichting en instandhouding van een openbare leeszaal en boekerij’ opgericht. De Openbare Leeszaal en Boekerij was toegankelijk voor iedereen en maakte geen onderscheid naar geslacht, stand, godsdienstige of staatkundige overtuiging. Het verenigingsbestuur vond dat het boekenbestand eveneens zo breed mogelijk moest zijn: alles voor allen was het principe. Slechts pornografische, ofwel ‘vuile onzedelijke lectuur’ zoals men die toen noemde, diende te worden geweerd.

Ontwikkeling van het volk

De gedachte was dat de ontwikkeling van het volk zou leiden tot verhoging van de volksgezondheid, vermeerdering van de vaderlandsliefde, verbetering van de politieke ontwikkeling, vermindering van de criminaliteit en drankzucht. “Liefde tot lezen opwekken, dit is uren van verveling leren inwisselen tegen goede, mooie ogenblikken” zei een van de bestuursleden in 1906.

In dit pand op de Kanaalkade in Alkmaar was van 17 november 1908 tot en met 14 augustus 1914 de Openbare Leeszaal en Boekerij gevestigd.

Beeld: Regionaal Archief Alkmaar. Foto: W. Blokker (1910).

In dit pand op de Kanaalkade in Alkmaar was van 17 november 1908 tot en met 14 augustus 1914 de Openbare Leeszaal en Boekerij gevestigd.In dit pand op de Kanaalkade in Alkmaar was van 17 november 1908 tot en met 14 augustus 1914 de Openbare Leeszaal en Boekerij gevestigd.

Tegenstand katholieken

Katholiek Alkmaar was vanaf het begin fel gekant tegen de openbare bibliotheek. Het zou ertoe leiden, zo stelde het katholieke raadslid Dorbeck in 1913, dat “de werkman die dikwijls half onderlegd van de lagere school komt, in de gelegenheid wordt gesteld daar naar eigen verlangen te grijpen in dingen, die hij tenslotte niet zelfstandig kan verwerken.” De katholieken stonden tamelijk alleen in hun kritiek en de Openbare Leeszaal en Boekerij ontving al spoedig gemeentelijke en zelfs provinciale (als eerste in Nederland) subsidie.

Een katholieke openbare bibliotheek

Vanouds kende men in katholieke kring alleen de St. Vincentiusbibliotheek, die arme en behoeftige katholieken tegen een geringe vergoeding passende lectuur verstrekte. De boeken moesten opvoeden tot christelijke deugden. Pas in 1950 kwam er in Alkmaar een algemene bibliotheek op katholieke grondslag. Deze ‘Katholieke Leeszaal en Bibliotheek’ was ook voor niet-katholieken toegankelijk. Alleen dan kon er namelijk aanspraak gemaakt worden op overheidssubsidie. Maar niet-katholieken konden geen lid worden van het bestuur. Het bestuur werd bijgestaan door een geestelijke censor, die benoemd werd door de bisschop van Haarlem. De censor was primair belast met het toezicht op het aanschaffen en uitlenen van boeken en tijdschriften, maar ook op andere terreinen had hij een belangrijke stem. Achtte hij een besluit in strijd met de katholieke beginselen, dan moest hij zich tegen de uitvoering daarvan verzetten. Bij een blijvend meningverschil werd de zaak beslist door de Haarlemse bisschop.

Wantoestanden

De bezoekers van de bibliotheek hadden geen vrije keuze bij het uitzoeken van de boeken. Ze werden zoveel mogelijk begeleid. Dit werd als een deugd gezien. In het katholieke ‘Ons Blad’ schreef men dan ook in 1954 afkeurend over het beleid in de openbare bibliotheken: “In dergelijke inrichtingen bestaan toestanden, dat kinderen in de gelegenheid worden gesteld zelf boeken uit te zoeken, wat ze wensen, groen en rijp. Mensen met verantwoordelijkheid en met levenservaring laten herhaaldelijk en zeer terecht klachten horen over deze wantoestanden.”

De katholieke bibliotheek was gevestigd aan de Laat. De behuizing liet te wensen over. ’s Avonds hadden de bezoekers van de leeszaal meer dan eens last van de Kajotters (Katholieke Arbeiders Jeugd), die daarboven huisden. De jongeren maakten muziek en hielden dansfestijnen.

Het tekenen van de fusie-overeenkomst in 1964.

H.A.M. van Wely, voorzitter van de R.K. Leeszaal en Bibliotheek houdt een toespraak. De akte werd getekend in de directiezaal van de Openbare Leeszaal in de Langestraat (Moriaanshoofd). Beeld: Regionaal Archief Alkmaar.

Het tekenen van de fusie-overeenkomst in 1964.Het tekenen van de fusie-overeenkomst in 1964.

Ontzuiling en fusie

In 1962 werd de leeszaal ingrijpend gereorganiseerd. De bezoekers mochten voortaan zelf uitzoeken wat van hun gading was. Wat in 1954 nog werd beschouwd als een wantoestand, was nu normale moderne dienstverlening geworden. De problemen met de huisvesting waren hiermee echter niet opgelost. Ook de Openbare Leeszaal in de Langestraat had ruimtegebrek. Inmiddels waren de jaren zestig aangebroken en bestond er bij velen de wens om te breken met de verzuiling. Samenwerking lag in de nieuwe situatie voor de hand en werd door het gemeentebestuur ook sterk gestimuleerd. Al spoedig was de kogel door de kerk en besloten de besturen de bibliotheken te laten fuseren. Wel werden oude gevoeligheden gerespecteerd. Zo werd in de stichtingsakte van de nieuwe bibliotheek opgenomen dat iedere nieuw lid gevraagd zou worden of bij de lectuurvoorziening met zijn of haar beginselen rekening moest worden gehouden.

Op 20 november 1964 werd de overeenkomst getekend en was de nieuwe stichting ‘de Alkmaarse openbare leeszalen’ een feit. Uiteraard was de katholieke kerk niet blij met deze ontwikkeling. De vicaris-generaal had dan ook geen toestemming willen geven voor de samenwerking, maar het bestuur luisterde niet. In 1968 ging de stichting Katholieke Leeszaal en Boekerij op in het nieuwe samenwerkingsverband. Met de opening van de nieuwe Centrale Bibliotheek aan de Oudegracht kwam er definitief een einde aan de verzuiling van de Alkmaarse bibliotheken.

Auteur: Tim Veken

Publicatiedatum: 25/08/2011

Aanvullingen

Vul deze informatie aan of geef een reactie.

Plaats een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Vereiste velden zijn gemarkeerd met *. Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.