De Harger- en Pettemerpolder

Ruud Luntz ziet eruit zoals je een boswachter voorstelt. Een blozend, rond gezicht, een baard en een blik die niets ontgaat. We kijken vanaf de Hondsbossche Zeewering uit over de Harger- en Pettemerpolder, een eeuwenoude polder met een kavelpatroon dat nog dateert uit de Middeleeuwen.

Veel Hollandser kan het niet– een molen, de duinen en weilanden zover het oog strekt. Zoals alles in Nederland is ook het natuurgebied ‘De Putten’, vlakbij Camperduin, door mensenhand ontstaan. Na het afgraven van een laag klei, nodig voor het verstevigen van de zeewering, bleef er een ondiepe plas achter in het weiland. De plas raakte al snel in trek als rust- en foerageergebied voor vogels als de grote stern, de kluut, de visdief, de dwerggans, voor lepelaars, aalscholvers, de zeldzame dwergganzen, de smient en onder meer kwikstaarten en tapuiten die in augustus hier even bijtanken op hun lange tocht vanuit het Noorden naar Afrika. ‘Het is een belangrijke rustplek voor trekvogels,’ weet Luntz, die werkzaam is bij Natuurmonumenten. ‘En als  het stormt vinden de vogels die met goed weer op de strekdammen te vinden zijn hier beschutting.’

Kleurverschillen

Hij wijst op de kleurverschillen in de weilanden. Vanaf de dijk gezien links van de plas is het gras wat bleker en heeft meer natuurlijk reliëf. Het is er brak en ziltig. De zoute kwel die onder de zeewering doorsijpelt komt hier aan de oppervlakte. Het is het terrein voor bijzondere vegetatie als zulte en zeekraal, de al even bijzondere wilde selderij groeit er gewoon aan de slootkanten. In augustus verschieten de ziltige weilanden van kleur door de roodachtige, paarse zeeaster. ‘Het water smaakt  zout,’ zegt Luntz. ‘Je vindt er dan ook garnalen en kreeftjes, waar de steenlopers, waarvan we hier 1 procent van totale wereldpopulatie hebben,  gek op zijn. Maar ook palingbrood, een soort mosdiertje.’

0b99283182f1d2798b5c80f7ea1cfe422f86c0fd

Bron: Natuurmonumenten

Zoet naar zout

Richting Camperduin wordt het water zoeter. Het zoete water in de duinen drukt het zoute water naar beneden en voorkomt dat het de weilanden bereikt. Bij het zoete water horen andere planten en andere vogels, zoals eenden en ganzen.  ‘Die overgang van zoet naar zout maakt dit gebeid uniek in Nederland,’ aldus Luntz. Ook de dijk zelf is rijk aan planten en dieren. Begin juli waren de vlinders niet te tellen, over het algemeen een teken dat het met de natuur wel goed zit. Verderop, op de slaperdijken, groeien in het najaar bijzondere paddenstoelen, bij de boerderijen tref je de beschermde zwanenbloem.

Vooruitkijken

Luntz is realist genoeg om te beseffen dat er iets met de zeewering moet gebeuren, ook voor de boswachter gaat veiligheid boven alles. De zandsuppletie voor de kust, waarvoor is gekozen, zal naar hij vermoedt en vooral hoopt, geen al te grote invloed hebben op het zilte natuurgebied. ‘Het is een beetje koffiedik kijken, maar het zal naar wij verwachten misschien heel langzaam wat minder zout worden. Maar het belangrijkste is dat het open beeld van de polder gehandhaafd blijft, dat je hier zit en denkt – dit is Nederland.’

Door Gert Hage/SLeM

Publicatiedatum: 25/07/2011