De grootste boer van Noord-Holland

De grootste boer van Noord-Holland woont aan de Langereis tussen Hoogwoud en Winkel. John Klaver en zijn vrouw Anita hebben maar liefst 400 koeien (het is het jaar 2010) en ze willen uitbreiden naar 750. Een megastal. En denk maar niet dat de beesten overdag in de wei lopen.

Aan een grote, houten tafel zitten John (spreek uit: Sjon) en Anita met een paar van hun vijf kinderen. De kleine Johnnie stapelt lego op elkaar en wil nog niet naar bed; de oudste twee komen grijnzend achter hun computer vandaan om me een hand te geven. Het blijken hartelijke mensen.

Groot bedrijf

Verderop heeft John ook nog 2000 geiten. Dat zijn er bij elkaar heel wat. Het bedrijf wordt gerund door drie broers. Is dat nooit eens ruzie? “Welnee”, buldert John, “wij komen uit een groot gezin, dan leer je elkaar tolereren. En met z’n drieën is beter dan met twee, want bij onenigheid is er altijd een meerderheid.” Anita vult met twinkelende ogen aan: “Ze noemen John de peacemaker. Als er wat is, dan breidt hij altijd alles weer recht. Ook hier in het bedrijf.” Op de een of andere manier zie ik dat wel voor me: die grote vent, gebruind en met zijn robuuste kop boven stoere, behaarde schouders, toch als een zachtaardig bemiddelaar. Die twee kanten heb je nodig als je zo’n groot bedrijf wilt runnen.

Groeien of breken

John nam het bedrijf over van zijn vader. Hij groeide op als de jongste in een groot gezin, in dezelfde boerderij waar hij nu woont. Zijn grootvader woonde er ook. “Dit huis, hier is het allemaal begonnen”, vertelt hij. “En ongelofelijk wat hebben mijn ouders er hard voor gewerkt.” Aan de muur hangt een grote zwart-witfoto uit het midden van de vorige eeuw. Johns opa zit er op een krukje een koe te melken. Hij had dertig koeien: in die tijd was je dan een hele boer. Nu kun je het eigenlijk niet meer redden zonder veestapel van minstens honderd.   Wil John groot zijn? Groot, groter, grootst? Ja, zou je zeggen, hij wil tenslotte die megastal. Maar tussen de regels door blijkt dat hij toch het liefste met de koeien bezig is. “Als ik gewoon mijn beesten kan verzorgen, ben ik eigenlijk het beste in mijn element. Alleen daar is nauwelijks tijd meer voor.” Boer zijn is niet romantisch, het is keihard ondernemen. Om te overleven móet je groeien. “Maar groot is niet voor iedereen weggelegd”, zegt John. “Je moet het willen – en kunnen.”

Megastal

Nemen kleine Johnnie en zijn broers strak ook het stokje weer over? John raadt het hun niet aan; boer zijn is niet gemakkelijk in Nederland. “Ik zeg tegen mijn jongens: ga de grens over, daar heb je veel meer kansen. Nieuwe mogelijkheden en minder regels. Of ga in de politiek. Het is belangrijk dat er daar vertegenwoordigers zijn die weten wat er speelt in deze sector. De politiek ontbeert mensen die het agrarische leven begrijpen.”   Al drie jaar lang zijn John en Anita bezig om de nieuwbouw voor uitbreiding naar 750 koeien van de grond te krijgen. Ze stuiten op erg veel weerstand. De regelgeving is verschrikkelijk en de groene partijen maken zich hard voor dierenwelzijn zonder dat ze weten waar het nou écht over gaat. “Het woord megastal heeft een negatieve klank, maar mijn koeien krijgen het alleen maar beter in de nieuwe stal. Dat weet ik zeker.” Volgens John wordt vooral de consument blij van een koe in de wei: “Het is met deze temperatuur geen pretje voor koeien om buiten te staan, maar hier in de stal worden de daken gekoeld als het warm is.”

Natuurlijke ‘trucjes’

De stallen aan de Langereis zijn open. De koeien vreten er gezapig van hun voer en schurken lui met de koppen over elkaar. Ze liggen op zaagsel; in de nieuwe stal wordt dat zand. Zand is nog beter, maar moeilijker te scheiden van de mest en daarom minder eenvoudig voor een kleine boer. Er is ook een soort buitenstal, waar een dikke vleesstier met zijn patserige spieren staat te rollen om de koeien tochtig te maken. Een paar koeien likken hitsig door het hek aan zijn snuit. Dieren die binnen twintig dagen afkalven staan bij elkaar in een aparte stal waarin hooiplekken zijn ingericht om te bevallen. “Ik hoef er nooit eentje te helpen”, vertelt John. “Doordat ze hier met z’n allen rondlopen en voortdurend opstaan en weer gaan liggen, komt het bekken in de goede stand te staan om het kalf door te laten. Daardoor kunnen ze zelfstandig bevallen.”

Steeds groter of niet?

Kleinschaligheid is mooi, maar de tijden zijn veranderd. Het is niet reëel meer om te denken dat de hoeveelheden zuivel die wij als consumenten verbruiken, geproduceerd kunnen worden in gezellige kleine stalletjes. Willen we geen megastallen vanwege het dierenwelzijn en de aantasting van het landschap? Dan moeten we de inrichting van onze maatschappij radicaal veranderen. Allemaal samen. En zolang dat niet gebeurt, doen we er goed aan om af en toe een boerderij te bezoeken en met boeren te praten. Een megastal hoeft helemaal niet verschrikkelijk te zijn, als die wordt ingericht door een boer met kennis van zaken en liefde voor zijn vak en zijn dieren.

Auteur: Finn Minke.

John en Anita Klaver.

John en Anita Klaver.John en Anita Klaver.

Publicatiedatum: 20/12/2010

Aanvullingen

Vul deze informatie aan of geef een reactie.

Plaats een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Vereiste velden zijn gemarkeerd met *. Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.